Saoedi-Arabië wordt héél tolerant (of niet?)

Af en toe tref ik een bericht waarvan ik bijna denk: kan niet waar zijn. Bijna, want ik weet dat alles waar kan zijn. Dit is dus waar: in Saoedi-Arabië, in Jeddah, had begin deze maand een internationale conferentie plaats over religieuze discriminatie en hoe die te bestrijden.

Strijd tegen religieuze discriminatie. In Saoedi-Arabië. Het land waar geen enkele religie dan de islam mag worden beleden. Waar Filippijnse dienstmeisjes, om maar een groep te noemen, in een particulier appartement moeten bijeenkomen voor een stiekeme kerkdienst. En wee hun gebeente als ze worden betrapt. Waar trouwens andere islamitische richtingen dan de lokale, strikte sunnitische islam ook nauwelijks worden getolereerd. Shi’itische Saoediërs zijn tweederangsburgers. Een sunniet is er zojuist tot twee jaar cel en 200 stokslagen veroordeeld omdat hij in een shi’itische moskee was gaan bidden, daarover had getwitterd en daarmee „de publieke opinie had geprovoceerd”.

De conferentie was georganiseerd door de Organisatie van Islamitische Samenwerking, het verbond van islamitische landen. Aanwezig waren ook de Amerikaanse ambassadeur voor internationale religieuze zaken en de voorzitter van de Mensenrechtenraad van de VN.

De Saudi Gazette meldde dat de conferentie haar werk begon met het besluit om resolutie 16/18 van de Mensenrechtenraad ten uitvoer te leggen, dat wil zeggen om „intolerantie, negatieve stereotypering, stigmatisering en discriminatie van, en het aanzetten tot geweld en geweld tegen personen gebaseerd op religie of overtuiging te bestrijden”. Ook waren de deelnemers het erover eens dat het belangrijk is dat religieuze en culturele verscheidenheid wordt aangemoedigd.

Wie optimistisch is aangelegd – ik niet, zoals u weet – zou nog kunnen denken dat zo’n conferentie in Saoedi-Arabië wordt gehouden om het koningshuis een zetje te geven naar een begin van tolerantie. Als dat zo is, is die opzet faliekant mislukt. Een paar dagen na de conferentie bevestigde het Saoedische Hooggerechtshof de tien jaar gevangenisstraf en duizend stokslagen waartoe de blogger Raif Badawi vorig jaar werd veroordeeld wegens belediging van de islam. Omdat hij vrijheid van meningsuiting, scheiding van kerk en staat en liberalisme („voor mij betekent dat leven en laten leven”) had bepleit.

Na de uitspraak van het hof fluisterden EU-ministers hun bezorgdheid over de lijfstraf, die „onaanvaardbaar” is en „in strijd met de menselijke waardigheid”. En of de Saoediërs die alstublieft wilden opschorten. De tien jaar cel voor een man die wil leven en laten leven, is kennelijk geen probleem. Saoedi-Arabië snauwde meteen dat het „dergelijke schandelijke, lachwekkende inmenging” niet tolereert. Ik denk niet dat we nog veel van de ministers zullen horen over Badawi, of mensenrechtenadvocaat Walid Abu al-Khair of alle andere geweldloze activisten die in Saoedische gevangenissen zijn opgesloten. Stabiele landen, hè, daar moeten we ons vooral niet te veel mee bemoeien.