Opinie

Muziek kun je niet weggooien

Nee, je zou het echt niet zeggen. Toch ben ik nog van de generatie die met een cassettebandje in de aanslag naar de Top-40 luisterde. Record, play en pause tegelijk: zo ging dat in de tijd van de trekschuit. Het was de kunst om pratende dj’s en reclamejingles niet op de opname te krijgen.

Nu hebben we via YouTube en Spotify toegang tot online databases met tientallen miljoenen liedjes, op alle apparaten. Je favoriete muziek speelt automatisch als je de auto instapt, de woning binnenkomt of gaat joggen – meteen met de juiste beat, in het tempo van je voetstappen.

Vanaf volgende week stort ook Apple zich op streaming muziek. Nog meer music for the millions. Apple Music kost net als Spotify en Deezer een tientje per maand, en voor 15 euro trakteer je het hele gezin – tot 6 personen - op meer muziek dan ze in hun leven kunnen beluisteren.

Dat scheutige familieabonnement is de voorbode van een prijzenoorlog. Muziekdiensten verkopen vrijwel identieke producten, voor een prijs die door de platenindustrie op de psychologische grens van een tientje per maand wordt gehouden. Dat tientje blijft voorlopig, maar reken op ruimere proefperiodes, meer toeters en bellen (video’s, podcasts) en meer ‘partnerdeals’: je krijgt muziek cadeau bij je internetverbinding of mobiele telefoon, als toegift bij de aanschaf van een auto of een nieuwe hifiset. Eens wat anders dan een gratis messenset of een iPad.

Ondertussen groeit een streaming generatie op die teert op YouTube. In deze gratis videovergaarbak kun je alles vinden – ook de bands die weigeren op Spotify te komen. Er is geen economische reden om nog fysieke geluidsdragers in huis te hebben. Dus weg met die troep. Twee lades met cassettebandjes overleefden mijn opruimwoede niet. Met het weggooien van cd’s en langspeelplaten heb ik meer moeite. Ze zijn net weer overgepakt in verse dozen, voor een plekje in het volgende huis waar ze ongetwijfeld opnieuw stof zullen vergaren.

Waarom is het zo moeilijk die lp’s weg te gooien?, vraagt de homo economicus in mij: je hebt de afgelopen tien jaar zegge en schrijve één week de platenspeler aangesloten. De cd-speler staat ook al jaren droog. Je hebt geen bijzondere collectie en je muzikale smaak is wisselend – dat wat ze in de jazzclub om de hoek ‘eclectisch’ noemen.

Maar, antwoordt de homo sentimentalis, die lp’s en cd’s heb ik wel ooit zelf uitgekozen en betaald, in een tijd dat muziek nog geld kostte. Dat maakt ze waardevoller dan tien miljoen liedjes die ik niet ken. Die albums zeggen iets over mij. Op een dag zullen ze mijn platenkast opgraven en zich afvragen wie die beschilderde mannen met hoge hakken en maillots waren. (Kiss – en die waren echt heel stoer).

James Last, B.B. King en Drs. P; gelukkig staan ze allemaal op Spotify. Maar in een database met tientallen miljoenen liedjes moet je wel weten wie of wat je zoekt, anders raak je de weg kwijt. Muziekdiensten proberen je met slimme algoritmes andere stijlen en artiesten aan te raden. Bij mij werkt dat zelden. Dat zal wel een generatiedingetje zijn; je muzikale smaak vormt zich tussen je tiende en je twintigste en verandert daarna amper. Mijn muzikale DNA werd aangemaakt in de jaren 70, ontwikkelde zich in de jaren 80 en sinds 2000 is de gretigheid er wel af.

Het beste bewijs voor die bloedarmoede: laatst kocht ik Bat out of hell van Meat Loaf voor de vierde (!) keer. Eerst op lp, daarna op cd, toen bij iTunes en nu als download in high end studiokwaliteit. Audiosnobisme.

Ik maak mezelf wijs dat ik nieuwe details in de mix hoor. In werkelijkheid gaat het om het oude gevoel: ik zoen een meisje bij het lampje van het dashboard en rijd hard weg op een motor met raketaandrijving. Vroem! Vroem!