‘Mijn film verbieden is infantiel’

De regisseur over zijn verboden, expliciete film ‘Much Loved’. „Ik wil de Marokkanen een spiegel voorhouden.”

Ogenschijnlijke vrolijkheid in bordeel in Marrakech in Much Loved. De regiseur sprak voor zijn research met 200 prostituees.
Ogenschijnlijke vrolijkheid in bordeel in Marrakech in Much Loved. De regiseur sprak voor zijn research met 200 prostituees.

Normaal over straat lopen in Casablanca is voor Nabil Ayouch (46) voorlopig niet mogelijk. De Frans-Marokkaanse filmmaker heeft bodyguards ingehuurd om zijn veiligheid en die van zijn actrices na tal van bedreigingen te garanderen. „Ik had verwacht dat mijn film Much Loved misschien tot een debat zou leiden, maar niet dat de reacties zo heftig zouden zijn”, zegt Ayouch in een telefonisch vraaggesprek vanuit Casablanca. „Het heeft me verbaasd. Dat zeker. Maar bang ben ik niet.”

Much Loved kwam eind vorige maand in het nieuws toen de Marokkaanse overheid na een vertoning op het filmfestival van Cannes een verbod uitsprak. De film, die over de wijdverspreide en diepgewortelde prostitutie in Marokko gaat, zou volgens de overheid getuigen van „minachting voor normen en waarden van het land en voor de Marokkaanse vrouw”. Er was ook bijval voor Ayouch. Youssef Ziraoui, eindredacteur van de Marokaanse pagina van Huffington Post, nam het in een artikel onder de kop Je suis Nabil voor de filmmaker op. Op sociale media barstte onder Marokkanen overal in Europa een discussie tussen voor- en tegenstanders los.

Ayouch probeert uit te leggen wat nu precies zijn bedoeling was met zijn film. Met Much Loved zoemt hij in op het Marokko dat bekend staat als trekpleister voor sekstoeristen uit het Arabische Golfgebied en Europa. „Ik heb geen boodschap willen verzenden. Daar doe ik nooit aan. Ik wil slechts de werkelijkheid laten zien. Een schokkende wereld van vrouwen die lijden als prostituee in Marokko. Een leven in eenzaamheid. Vol met pijn en verdriet. Ik heb de afgelopen jaren met zo’n driehonderd van die meisjes gesproken en ze geobserveerd. Ik wil hun verhaal vertellen.”

In de film komen expliciete scènes voor die volgens Ayouch gebaseerd zijn op de rauwe werkelijkheid die schuilgaat onder de oppervlakte in een stad als Marrakech. De actrices Loubna Abidar, Asmaa Lazrak, Halima Karaouane en Sara Elmhamdi Elalaoui kruipen in de huid van de prostituees. „Ik wil de Marokkanen hiermee een spiegel voorhouden. Maar seks is hier nog altijd een taboe. Mensen willen kennelijk de realiteit niet onder ogen zien, net doen alsof het allemaal niet bestaat. Sommigen zouden het liefst de boodschapper van het probleem uit de weg ruimen. Alsof je daar iets mee oplost.”

Ayouch koos in het verleden vaker voor gevoelige maatschappelijke thema’s. Soms met groot succes. Drie jaar geleden trok hij veel aandacht met zijn film Les chevaux de Dieu, gebaseerd op de zelfmoordaanslagen in Casablanca van 2003. Ayouch wist overtuigend te verbeelden hoe drie straatjochies, die aanvankelijk niets met politiek of religie te maken willen hebben, zich uiteindelijk toch volhangen met bommen en als ‘paarden van God’ hun eigen dood tegemoet gaan.

Met Much Loved keert Ayouch terug naar een taboe dat hij al eerder tevergeefs probeerde te doorbreken: seksualiteit. Het is dan ook niet zijn eerste film die in Marokko verboden is. In 2003 heeft hij met Une minute de soleil en moins al een film gemaakt over het onvermogen in de Marokkaanse samenleving om openlijk over seks te spreken. Dat bleek. De film kon alleen door de keuring van het filmfestival van Marrakech komen als een aantal seksscènes zou worden geschrapt. Ayouch weigerde principieel een compromis te sluiten. „De grens opzoeken en provoceren”, zo omschreef hij zijn werkwijze.

Twaalf jaar later wil Ayouch nog steeds niets weten van zelfcensuur. Door de ontstane ophef is hij alleen nog maar sterker in zijn film gaan geloven. „Ik sta nog steeds volledig achter Much Loved. En er zijn een heleboel mensen in Marokko die juist steunbetuigingen aan mij en de actrices hebben betoond. Mensen die inzien dat prostitutieproblemen echt bestaan. Marokko heeft als democratisch land grote stappen gemaakt. Dat geeft hoop. Maar soms valt het land opeens weer ver terug. Zoals nu met een verbod op Much Loved. Dan telt de vrijheid van meningsuiting opeens niet meer.”

Zo heeft Ayouch met verbazing gekeken naar de kritiek die de Amerikaanse zangeres Jennifer Lopez onlangs kreeg na een concert in Rabat. De Marokkaanse premier Abdelilah Benkirane stelde op basis van televisiebeelden een onderzoek in omdat sommige scènes provocerend en onfatsoenlijk zouden zijn. Ayouch: „Zo’n 160.000 mensen hebben Jennifer Lopez live gezien. Onder wie vele families met kinderen. Daarnaast zagen nog eens 1,5 miljoen mensen haar op de televisie. Marokkanen moeten toch voor zichzelf beslissen waar ze naar kijken? Het is toch infantiel om van alles te gaan verbieden alsof de mensen hier kleine kinderen zijn?”

Ayouch denkt dat het verbod van Much Loved averechts werkt. De aandacht voor zijn film is door alle commotie nu waarschijnlijk vele malen groter. „Ja, ik denk dat dat zeker het geval is”, zegt de filmmaker, die de voorbije week zoveel mogelijk uit de publiciteit is gebleven. „Dat er over Much Loved wordt gesproken is absoluut goed. Het was mij om een discussie over prostitutie te doen. Dat komt nu los. Maar ondertussen heb ik wel te maken met mijn eigen veiligheid, die van mijn familie en die van mijn actrices. Ik moet goed bedenken wat ik nu wel en niet kan doen.”

Much Loved zal in september in verschillende Europese landen, waaronder Nederland, in première gaan. In Marokko is de film als Zin li Fik nu al een hit op de zwarte markt. De politie pakte vorige week in Marrakech een handelaar op met driehonderd illegale kopieën van Much Loved . Ayouch heeft de hoop niet opgegeven dat zijn film ooit in de bioscopen van Marrakech, Rabat en Casablanca te zien zal zijn. „Ik ben een optimistisch mens. Hoop zal ik altijd houden. Een dag zal het zover zijn. Daar ben ik van overtuigd. Het allerbelangrijkste is dat er naar oplossingen wordt gezocht voor de enorme problemen van prostituees in Marokko.”