Maria João Pires geeft talent een kans

Je zult als pianist maar een concert lang op de vingers worden gekeken door Maria João Pires. Degeliefde pianiste, bewierookt om haar poëtische stijl, zat maandagavond niet alleen op het podium van TivoliVredenburg om zelf te spelen. Solo optreden doet ze liever niet meer (te vermoeiend), tegenwoordig neemt ze voor recitals jonge musici mee in wie zij gelooft. Zo toert ze nu door Nederland met de Belgische pianist Julien Libeer (1987).

Sympathiek? Absoluut. Riskant? Dat ook. Het publiek komt voor Pires en aan vergelijking ontkom je niet. De Portugese opende zelf met Schuberts Sonate in Bes (D.960), die ze gracieus inzette. Ze koos voor langzame tempi, met vluchtige acceleraties die de puls ondermijnden. Dat voelde alsof je bijrijder was in een auto die af en toe snel inhaalde, om daarna op de rechterrijstrook achter een trage vrachtwagen aan te sluiten.

Libeer mocht zich bewijzen in Ravels Tombeau de Couperin. Na een flets begin nam de bravoure toe en groeide hij in ieder deeltje. Vierhandig speelden ze Schuberts Fantasie in f. Het was solide samenspel, waarin tegelijk geademd werd zonder dat individuele kleur werd opgeofferd. Pires, aan de kant van de hoge toetsen, liet de noten uiterst verfijnd fonkelen.