Koerden brengen IS zware klap toe

Koerden veroveren Tal Abyad, de laatste grensstad die IS nog in handen had. Hun succes maakt Turkije onrustig.

Een Syrische vluchteling geeft een kind door over het hek op de grens met Turkije. De Turken hielden de grensovergang tijdens de strijd om Tal Abyad gesloten uit angst voor een vluchtelingenstroom.
Een Syrische vluchteling geeft een kind door over het hek op de grens met Turkije. De Turken hielden de grensovergang tijdens de strijd om Tal Abyad gesloten uit angst voor een vluchtelingenstroom. Foto Lefteris Pitarakis/AP

De Syrische Koerden blijken een geduchte tegenstander voor de Islamitische Staat (IS). Zeker als ze steun krijgen van de Amerikaanse luchtmacht. Koerdische strijders hebben gisteren Tal Abyad, een strategisch gesitueerde stad op de grens tussen Turkije en Syrië, veroverd op de terreurbeweging.

Daarmee snijden ze een cruciale aanvoerroute af van Turkije naar Raqqa, de hoofdstad van het zelfverklaarde kalifaat. Sinds Tal Abyad begin 2014 in handen viel van IS, fungeerde de stad als doorvoerhaven voor buitenlandse strijders en spullen als kunstmest om bommen van te maken. De Turken knepen een oogje toe.

De val van Tal Abyad is de tweede grote overwinning in korte tijd voor de Koerden in Syrië. In oktober slaagden ze er al in om IS te verdrijven uit de grensstad Kobani. Waar die zege vooral symbolische waarde had, is de val van Tal Abyad ook strategisch van groot belang. Zo komen de Koerden dicht bij hun doel om de drie Koerdische enclaves in het noorden van Syrië met elkaar te verbinden: Afrin, Kobani en Hasakah.

Daarbij vergroot de YPG – de gewapende tak van de socialistische partij die de scepter zwaait in de Koerdische enclaves – met de opmars zijn waarde voor de internationale coalitie, die onder leiding van de Amerikanen luchtaanvallen uitvoert op IS. De coalitie ontbeert immers een goed georganiseerde en betrouwbare bondgenoot in Syrië die de strijd op de grond kan aanbinden met IS. De YPG zou die rol deels kunnen vervullen. Net als de Koerden in Noord-Irak.

Maar terwijl de coalitie militair nauw samenwerkt met de Iraakse Koerden – Nederland heeft een kleine trainingsmissie in de stad Erbil – is de steun voor de Syrische Koerden halfhartig. De VS en hun bondgenoten hebben de YPG weliswaar luchtsteun gegeven bij de strijd om Kobani en Tal Abyad, maar wapenleveranties zijn vooralsnog niet aan de orde. Want de YPG is nauw gelieerd aan de Turks-Koerdische Arbeiderspartij PKK, die de afgelopen dertig jaar een bloedige guerrilla voerde tegen het Turkse leger voor een eigen staat.

De opmars van de YPG, die nu ruim de helft van het grensgebied in handen heeft, zorgt dan ook voor veel onrust in Turkije. De angst is dat een autonoom Koerdisch gebied in Syrië de separatistische sentimenten bij de Koerden in Turkije zal aanwakkeren. Juist nu er een wapenstilstand is en de Turkse regering onderhandelt met de PKK over een definitieve vredesregeling. De uitkomst is ook voor de Syrische Koerden van cruciaal belang.

De Turkse president Erdogan beschuldigde het Westen er zondag van Koerdische terroristen in Syrië te steunen die een bedreiging kunnen vormen voor de Turkse grens. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken sprak zelfs van „etnische zuiveringen” op Arabieren en Turkmenen in Tal Abyad, maar daar is geen bewijs voor.

De strijd om de stad leidde wel tot dramatische scènes aan grens met Turkije, waar de laatste dagen 23.000 mensen naartoe zijn gevlucht. 70 procent van hen zijn vrouwen en kinderen. Maar uit angst voor een massale vluchtelingenstroom hield Turkije de grens aanvankelijk potdicht.

Het leger probeerde de menigte met waterkanonnen te verdrijven. Er dook zelfs een groep IS-strijders op, die de vluchtelingen maanden terug te keren naar Tal Abyad. Even leek de toestroom gestopt. Maar de volgende dag zwermden opnieuw duizenden wanhopige mensen richting de grens, die zich met schrammen en gescheurde kleren door het hek wurmden. De militairen keken machteloos toe.