Bo&Caro

Ineens ‘ziek’, als de nieuwe game Assassin’s Creed uitkomt

Bo&Caro gaan elke dag naar een bedrijf. Ze zijn bij aandeelhoudersvergaderingen, productpresentaties of vrijdagmiddagborrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat: Voor het eerst de nieuwste game van Assassin’s Creed, Syndicate, spelen in het Transformatorhuis in Amsterdam
Wie: Gamer Michael Flohil met zijn vrouw Alice, en Choukri Hachchi, PR-manager van Ubisoft

Hij heeft in de door Leonardo da Vinci ontworpen helikopter gezeten. Mét Da Vinci zelf, ja. En hij heeft de toren van de Notre Dame beklommen, toen hij het leven van Napoleon Bonaparte aan het redden was. En oh ja, hij is in het Hof van Eden geweest, op zoek naar die ene appel. “Mooi was het daar hoor”, glimlacht ICT’er Michael Flohil.

Grote vis

Nee, Flohil is geen hallucinerende gek of een fantast. Hij is alleen gewoon verslingerd aan de video game Assassin’s Creed. Dat is een historisch avonturenspel waarin verschillende periodes in de geschiedenis, zoals tijd van de kruistochten, de renaissance en de Franse revolutie, centraal staan. Dat klinkt suf, maar het spel, waarvan het eerste deel in 2007 verscheen, is ongekend populair.

Voor Ubisoft, dat het spel uitgeeft, is het de grootste vis in hun vijver. Het spel is inmiddels ruim 73 miljoen keer verkocht en in oktober komt het negende deel uit, gebaseerd op het Londen ten tijden van de industriële revolutie.

Michael Flohil en nog een paar Assassin’s Creed-fans

Een foto die is geplaatst door Bo&Caro (@boencaro) op

Verslavend

Om de fans alvast een beetje warm te laten draaien zijn er demonstratiedagen georganiseerd waarop de bezoekers, in time slots van twintig minuten, een demoversie van het spel mogen spelen.

Choukri Hachchi, de PR-manager van Ubisoft doet het even voor. “Kijk, als je hier op drukt kun je low-profile gaan, dan word je door niemand opgemerkt.” Op een groot scherm sluipt een avatar door een steegje. “En zo zet je de eagle eye aan, dan kun je precies zien waar je vijanden rondlopen.”

Hachchi’s ogen glinsteren als hij zijn avatar over de Londense daken laat springen. Met tegenzin geeft hij de gameconsole door. Verslavend spelletje? “Euhh, nou, dat hoor je mij niet zeggen”, stamelt Hachchi.

“Ik bedoel, wat is ‘verslavend’ eigenlijk, dat is kwestie van definitie.”

Flohil is zeker weten níét verslaafd. “Echt niet, serieus.” Zijn vrouw Alice, die voor de gezelligheid mee is, lacht schamper.

“Hij gamet echt wel veel hoor. Maar dat vind ik niet erg, kan ik tenminste rustig televisie kijken op de slaapkamer.”

Goed, misschien is Flohil een béétje verslaafd. Hij weet in elk geval al dat als in oktober het nieuwste spel uitkomt hij een paar dagen niet naar zijn werk gaat. Want dan is hij, heel gek, ineens ‘ziek’.