‘Ik kan heus wel meer dan alleen familiefilms maken’

Volgende week komt zijn familiefilm ‘Code M.’ in de bioscoop. Maar de regisseur wil af van het stempel dat hij alleen maar in films voor kinderen geïnteresseerd is. „Ik droom weleens van geloofwaardige fantasy.”

Foto Roger Cremers

Je krijgt al snel een stempel opgedrukt in de filmwereld, zeker als je, zoals ik, vooral familiefilms maakt. Waarom dat is, begrijp ik zelf ook niet. Het is net zo moeilijk om te maken als films in een ander genre en er gaat evenveel arbeid en creativiteit in zitten als in drama voor volwassenen. Toch worden familiefilms vaak genegeerd bij filmprijzen. Toen ik in 2012 een Gouden Kalf won voor Achtste-groepers huilen niet was ik wel erg bij. Het was een statement van de jury.

„Dat betekent niet dat ik alleen maar kinderfilms wil maken. Ik kijk al lang uit naar een volwassenenproject dat echt goed bij me past. Mijn ultieme droomproject is een fantasyfilm met levensechte personages. Die realistische mensen zijn wel een voorwaarde, omdat je je moet kunnen identificeren met de personages. Je moet met ze meeleven, het verhaal meebeleven.

„Met fantasy kun je een bijzondere wereld creëren waar de kijker in meegezogen wordt. Dat is de kracht van film, en het mooie van mijn werk: ik kan mensen mee op reis nemen naar een andere plek. De serie Game of Thrones doet dat heel goed. Dat is een andere wereld, maar wel met een maatschappelijke kijk en realistische onderwerpen. Big Fish van Tim Burton vind ik ook zo mooi: een klein verhaal dat groots wordt verteld.

„Een verhaalidee heb ik nog niet, ook geen acteurs van wie ik nu al weet dat ze in de film moeten spelen. Ik vind Carice van Houten wel heel mooi en divers spelen en Yorick van Wageningen ook, maar tijdens een casting zoek ik altijd iets extra’s: chemie tussen de acteurs, maar ook dat een acteur de rol naar zijn hand zet. Een personage kan zo door het spel veranderen.

„Mijn stijl is wel herkenbaar, denk ik. Dat zit ’m in de onderwerpen, maar ook in typische Dennis Bots-shots. Bijvoorbeeld als je met de camera heel dicht op de huid filmt, zodat je echt meeleeft met het personage. Je kijkt dan als vanuit het perspectief van de hoofdrolspeler.

„Wat er sowieso in komt: mijn eigen Hitchcock-moment. Een voorwerp, iedere keer hetzelfde, in één scène. Dat is ooit als een grap begonnen, maar inmiddels zit het in al mijn films. Het is zelfs zo dat de crew op de eerste draaidag al begint met nadenken over een plek. Ik ga niet zeggen wat het is, het moet ook een inside joke blijven. Oké, een hint dan: als je het weet, is het best een groot ding.”