Onderzoeksrapport komt uit

Hoogopgeleid? Dan ben je vast niet bang voor robots

Foto AFP

Robotisering kan leiden tot grotere ongelijkheid in de samenleving. Dat schrijft het Rathenau Instituut in een onderzoek dat vandaag wordt gepubliceerd. Het instituut, dat publiceert over de effecten van technologie op de maatschappij, adviseert de politiek na te denken over hoe “de baten van digitalisering zo breed mogelijk verdeeld worden” en hoe “veel meer mensen hun brood kunnen verdienen in de digitale economie”.

Vier lessen uit het rapport:

1. Oppassen voor ongelijkheid

Waarschuwingen over groeiende ongelijkheid zijn in de mode, en ook in het debat over robotisering speelt het een belangrijke rol. In hun boek The Second Machine Age uit 2014 waarschuwen de Amerikaanse hoogleraren Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee ervoor dat er een tweedeling komt tussen mensen die werk doen dat niet door robots gedaan kan worden, en werknemers die werk doen dat wel makkelijk te automatiseren is. Zoals deze beroepen:

De onderzoekers delen die zorg en waarschuwen voor de gevolgen. Door automatisering blijven er banen over voor hoog- en voor laagopgeleiden, maar verdwijnen juist banen op middelbaar niveau. Onderzoeker Linda Kool:

“Die middengroep komt niet per se zonder werk, maar die mensen moeten doorstromen naar sectoren waar wel werk is.”

Brynjolfsson en McAfee stellen dat een negatieve inkomstenbelasting een oplossing kan zijn: als mensen onder een bepaalde inkomensgrens komen, krijgen ze een aanvulling van de overheid.

Lees ook: Vrees niet voor je baan, zo veel kunnen robots nog niet. Zoals je kunt zien in dit filmpje:

2. Doe meer aan onderwijs

Kool:

“Mensen moeten leren meegaan met nieuwe technologie. Dat gaat van leren hoe 3D-printen gaat, tot dingen waar juist mensen heel goed in zijn vergeleken met computers: creativiteit, communicatie, leren hóe je leert.”

In het Rathenau-rapport maken de onderzoekers onderscheid tussen generieke en specifieke vaardigheden. Generieke vaardigheden zijn bijvoorbeeld leren communiceren, leren omgaan met nieuwe informatie, creatief zijn. Specifieke vaardigheden zijn meer toegepast op één activiteit.

3. Meer maatschappelijke discussie

“Waar we vanaf moeten is technologiedeterminisme”, zegt Kool.

“Dat is de houding van: de technologie die komt er aan, en help! we kunnen er niks meer aan doen. Technologie biedt veel ruimte om te handelen. Dan kun je dus ook nog heel veel sturen.”

Daarom wil het Rathenau Instituut een discussie over robotisering met zoveel mogelijk deelnemers.

Directeur Melanie Peters:

“We moeten ook nadenken over wat onze beschaving is. We hebben technologie een tijdje laten groeien en nu zien we dat we er weer even over moeten gaan nadenken. Wat mag wel en wat mag niet? Het gaat niet om de robots, het gaat om ons.”

4. Meer politieke actie

Politici voelen zich niet bij machte om uitspraken te doen over technologische ontwikkelingen”, zegt Peters. Bijvoorbeeld bij het elektronisch patiëntendossier EPD:

“Dat werd heel erg als technologie gepresenteerd, en dan denken politici snel: dan weet ik er misschien te weinig van. Ze denken niet: ‘het gaat over de rol van artsen, en hun omgang met de patiënt. En daar kunnen we allemaal wel wat van vinden.’ Dan verblindt de technologie, ook al gaat het over sociale relaties.”

Er zijn meer discussies waarin technologie en robotisering een rol spelen: denk aan de juridische strijd tussen overheid en taxidienst Uber, het debat over ZZP’ers en de flexibilisering van de arbeidsmarkt. “Maar dan gaat het vaak over de rechten van postbodes”, zegt Peters. “Deelonderwerpen. Maar het hoort thuis in een veel bredere trend. Al die verschillende stukjes moeten bij elkaar worden gebracht. Het is voor politici belangrijk om te beseffen dat het allemaal met elkaar samenhangt.”