Het is droog, behoorlijk droog

Nederland heeft een neerslagtekort. Daar merkt tweederde van het land nog niks van, maar in hoger gelegen gebieden begint het gebrek aan regen een probleem te worden.

Nederland beleeft een behoorlijk droog jaar. Records zijn nog niet gebroken maar we stevenen wel af op een neerslagtekort dat slechts eens in de twintig jaar voorkomt.

Jaarlijks berekent het KNMI in De Bilt vanaf april het neerslagtekort, het verschil tussen de hoeveelheid gevallen regen en de hoeveelheid verdamping. Dat neerslagtekort bedraagt nu 132 millimeter. Tweederde van Nederland merkt er nog weinig van. Dat zijn de lager gelegen delen die van water uit de grote rivieren kunnen worden voorzien. Via het openen van stuwen, het aftappen van water uit bijvoorbeeld het IJsselmeer en de grote rivieren. En met dat rivierwater zit het nog wel snor. Er is in het zuiden van Duitsland en in Zwitserland behoorlijk veel neerslag gevallen, dus er komt genoeg water via de Rijn onze kant op. Ook via de Maas stroomt nog voldoende water naar binnen.

Beregeningsverbod

Elders in Nederland, vooral op de hoger gelegen delen in Brabant en Zeeland, Gelderland en delen van Drenthe, begint het gebrek aan regen zich nu te doen gelden. „Het zijn gebieden waar de aanvoer van water niet mogelijk is, gebieden die afhankelijk zijn van regen”, zegt droogte-expert Harold van Waveren van Rijkswaterstaat, voorzitter van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling. Een verbod op het sproeien van particuliere tuinen is nog heel ver weg, maar in delen van deze gebieden geldt al wel een beregeningsverbod voor boeren die hun gewassen niet willen laten uitdrogen.

„Het is zaak om het water in deze gebieden zo veel mogelijk vast te houden”, zegt Cees van Bladeren, beleidsadviseur van de Unie van waterschappen. Gelukkig staan er bij zijn weten nog geen beken droog. „Dat komt doordat de temperaturen nog relatief laag zijn gebleven en dan verdampt er minder.” Wel wordt het Volkerak-Zoommeer op de grens van Zeeland en Brabant „doorgespoeld”, om te voorkomen dat het straks mogelijk te zout wordt en er geen water meer uit deze grote zoetwaterbuffer kan worden ingenomen. En verschillende waterschappen zijn begonnen met het inspecteren van veendijken, die immers kunnen uitdrogen en daardoor bezwijken.

Verder gaan de eerste waarschuwingen voor zwemmers uit. In enkele tientallen zwemwateren, van Bergen op Zoom tot Oude Pekela, zijn waarschuwingen van kracht voor blauwalg, die huidirritatie en klachten aan maag en darmen kan veroorzaken. „Het woord botulisme is gelukkig nog vrijwel niet gevallen”, zegt Van Bladeren, een ziekte waaraan bij hoge temperaturen veel watervogels en vissen sterven. Toch is hier en daar al vissterfte gemeld. „Maar dat kan allerlei oorzaken hebben.”

Veel regen wordt de komende weken niet verwacht. Rijkswaterstaat waagt zich aan de verwachting „dat het droge weertype aanhoudt tot half juli”, zich baserend op de „experimentele maandverwachting” van het KNMI. Maar of de droogte tot grote moeilijkheden zal leiden, zal pas over enkele weken duidelijk worden, meent klimatoloog Rob Sluijter van het KNMI. „Droogte is iets cumulatiefs.”

Het allerdroogste jaar uit de geschiedenis was 1976 met een neerslagtekort van ruim driehonderd millimeter eind augustus. „Pas in de zomer werd het echt droog.” En kijk ook eens naar 2003, het jaar waar in augustus bij het Utrechtse dorp Wilnis een kade bezweek door uitdroging, een zestig meter lang stuk dijk in de richting van een woonwijk schoof en vijftienhonderd bewoners moesten worden geëvacueerd voor het water uit de ringvaart. Sluijter: „Het voorjaar van 2003 was nat. Tot begin juli was er nog niets aan de hand. Toen begon de hittegolf.”

Klein voordeel voor boeren

Als de droogte lang aanhoudt, treedt de wettelijke verdringingsreeks in werking. Die bepaalt welke sectoren voorrang krijgen bij de toegang tot water. Anders dan in de rest van Europa is in Nederland niet de drinkwatervoorziening het belangrijkste – drinkwater is er voorlopig genoeg – maar zijn dat vooral gebieden met veel veen in de grond. Zo kunnen veendijken bezwijken door de droogte, zoals in Wilnis, en ook natuur heeft prioriteit, omdat droogte daar onherstelbare schade aan kan toebrengen. In geval van extreme droogte kan het Rijk ook samen met de waterschappen besluiten de zogenoemde kleinschalige wateraanvoervoorziening in werking te stellen: een alternatieve aanvoer van water indien het water van de rivieren als de Hollandse IJssel te zilt is geworden en schade zou toebrengen aan gewassen.

Klein voordeel bij aanhoudende droogte in heel Europa: er kan een concurrentievoordeel optreden voor Nederlandse boeren ten opzichte van boeren uit andere landen. Droogte-expert Van Waveren: „Er zijn in Nederland grote verschillen tussen boeren. Maar gemiddeld heeft de Nederlandse boer zijn beregeningsinstallatie beter op orde dan de rest van Europa. De schade aan gewassen is daardoor kleiner. Groenteverwerkers verplaatsen in dat geval hun productie naar het noorden, want hier is de leveringszekerheid van bijvoorbeeld doperwten groter.”