Verenigde Staten verbieden transvetten

Ze waren al op hun retour, maar over drie jaar moeten ze helemaal verdwenen zijn. De Amerikaanse voedsel-en warenautoriteit FDA heeft gisteren een verbod op transvetten uitgevaardigd. Volgens de FDA worden de industrieel geharde plantaardige oliën „over het algemeen niet als veilig beschouwd.” De FDA verwacht dat met een verbod „duizenden dodelijke hartaanvallen per jaar voorkomen kunnen worden”.

Met het nagenoeg complete verbod (de voedingsindustrie vraagt nog om een ontheffing voor minieme percentages transvetten in bijvoorbeeld gekleurd strooisel op ijs en gebak, omdat dit anders smelt) lopen de Verenigde Staten voor op Europa. In de EU hebben Denemarken, Oostenrijk en Hongarije het gebruik van transvetten bij wet tot een minimum beperkt. Ook IJsland, Noorwegen en Zwitserland hanteren strikte regulering. Daarnaast heeft de industrie gebruik ervan zelf verminderd. Sinds de VS vermelding op het etiket in 2006 verplicht stelde, is de toepassing ervan sterk teruggelopen. In Europa is vermelding op het etiket niet verplicht.

Transvetten werden in de jaren vijftig onthaald als een goedkope manier om de houdbaarheid en substantie van fabrieksvoedsel te verbeteren. Ironisch genoeg werd margarine, waarin soms wel 20 procent transvet zat, aanbevolen als gezonde vervanging van boter.

Sinds de jaren negentig staat vast dat transvetten hart- en vaatziektes veroorzaken. Toch zorgt de consumptie van onder meer koekjes, chips en coffeecreamer ervoor dat mensen er te veel van binnen krijgen. Vooral arme bevolkingsgroepen lopen risico. De wereldgezondheidsorganisatie WHO noemt transvetten giftig en wil een EU-breed verbod.

De Amerikaanse voedingsindustrie vreest dat consumentenorganisaties via de rechter schadevergoeding claimen, zoals al gepoogd is in zaken tegen Nestlé en General Mills. De milieubeweging is ook bezorgd. Het verbod vergroot de vraag naar palmolie, waarvoor regenwoud gekapt wordt.