Burgemeester Amsterdam: die aanslag komt wel een keer

Schipperen tussen vrije meningsuiting en bestrijden radicalisme.

Protest in Amsterdam tegen de Gaza-oorlog, augustus 2014. IS-vlaggen waren verboden. Op de foto staan vlaggen met de islamitische geloofsbelijdenis.
Protest in Amsterdam tegen de Gaza-oorlog, augustus 2014. IS-vlaggen waren verboden. Op de foto staan vlaggen met de islamitische geloofsbelijdenis. Foto Rink Hof/Hollandse Hoogte

We weten weinig van de beweegredenen van jihadreizigers. Effecten van maatregelen tegen hen zijn moeilijk te meten. Ingrijpen door de gemeente kan averechts uitpakken. Burgemeester Van der Laan van Amsterdam schetst in zijn radicaliseringsaanpak de beperkingen van de overheid. Morgen bespreekt hij zijn notitie met de gemeenteraad.

Liefst zou hij kunnen zeggen: in dat kastje ligt de sleutel voor dit probleem. Maar zo is het niet. „Dan is het bijna het halve werk om dat zo duidelijk mogelijk te zeggen. Dat iedereen weet: we moeten er veel aan doen, het zal nog wel een tijdje duren en die aanslag komt echt wel een keer.”

Hoe staat het ervoor in Amsterdam?

„We hebben 50 à 60 lui om ons echt zorgen over te maken. Niet dat we bij allemaal denken: het kan elke dag gebeuren. Maar het zijn mensen die zorgelijk radicaliseren.”

Amsterdamse ambtenaren hebben een debatcentrum ontraden moslimorganisatie Hizb-ut-Tahrir te laten spreken bij een discussieavond. Is die organisatie radicaal of extreem? Ze roept niet op tot geweld.

„Klopt. Maar dat is dan ook het énige wat hen onderscheidt van IS. Ze hebben nooit afstand genomen van IS.

„Het doel van de debatorganisatie was hun jonge publiek immuun te maken voor radicalisering. Ze mochten de ideeën van Hizb-ut-Tahrir horen en jongerenimam El Forkani zou ze ter plekke tegenspreken. Ik ben het helemaal eens met SP-raadslid Peter Kwint die deze metafoor gebruikte: bestrijd je antisemitisme door in debat te gaan met een neonazi?”

Is het aan de gemeente om te bepalen hoe een debatorganisatie radicale opvattingen moet bestrijden?

„Daarom beperkten we ons tot een advies. ‘Zouden jullie dat nou wel doen?’ Misschien heeft de organisatie ook wel gezegd: wat heb je ermee te maken, gemeente? En toen heeft een ambtenaar gezegd: wij geven jullie subsidie, dan kan wat jullie doen ook terugslaan op de gemeente. Dat is ten onrechte verstaan als dat wij de subsidie als drukmiddel gebruikten.

„Een podium geven aan mensen die de strijd in Irak propageren? Die Joden de zee in willen drijven? Dan zeggen mensen: in míjn stad? Kan ik hier nog veilig wonen? Die mensen moet ik beschermen.”

U kreeg veel kritiek. Raadsleden zeiden: de volgende keer zal de burgemeester dit niet meer zo doen.

„De volgende keer zal de burgemeester er met zijn ambtenaren voor waken dat zo’n misverstand over de subsidie niet ontstaat. Bij andere casuïstiek vrágen raadsleden me precies hetzelfde te doen. Een Amerikaanse jongen wilde hier een agressieve vrouwenversiercursus geven. Vragen in de raad. Burgemeester, wilt u dit verbieden? Nee, natuurlijk niet. Maar ik zorg wel voor het vaste rijtje: een politieman, een tolk en een officier van justitie in de zaal om te kijken of er strafbare feiten worden gepleegd.”

Als Geert Wilders in Amsterdam spreekt, zit er dan een agent in de zaal en een officier van justitie?

„Nee. Hij heeft geleerd in Nederland geen mogelijk strafbare dingen meer in het openbaar te zeggen. Als hij aankondigt: ik ga in Amsterdam ‘minder minder minder Marokkanen’ roepen, ja, dan stuur ik een agent.”

Worden mensen met radicale gedachten over de islam scherper bekeken dan andere wilde denkers?

„Dat herken ik niet bij mezelf. Ik rek de vrijheid van meningsuiting juist zo ver mogelijk op. Kijk naar de demonstraties die hier zijn toegestaan: zes maanden Occupy op het Beursplein, drie maanden tentenkamp voor asielzoekers, tegen Zwarte Piet pal naast de Sinterklaasintocht. De wet is de grens. Je mag niet zwaaien met een IS-vlag.

„Er komt ook een element van bescherming bij. Als de vrijheid van meningsuiting ertoe leidt dat burgers in bed gaan liggen woelen omdat ze bang zijn dat iemand het op hun leven heeft gemunt – en er vertrékken al mensen uit Amsterdam om die reden – dan moet ik ingrijpen. Met de aanslagen in Toulouse, Brussel, Parijs, Kopenhagen is het toch niet gek dat we meer kijken naar de moslimhoek?”

Amsterdam heeft 150 zogenoemde sleutelfiguren ingezet tegen de radicalisering. Wie rekruteert hen?

„Het zijn er inmiddels 200. Dat doen de ambtenaren van onze informatiehuishouding. Die moeten zorgvuldig screenen. Als ik een extremist was met een langetermijnvisie, zou ik graag bij de sleutelfiguren willen horen.”

Zijn er al sleutelfiguren afgevallen?

„Er is wel eens iemand is geweest van wiens diensten we geen gebruik meer wilden maken. Maar er werkt ook iemand bij ons die helemaal in die hoek zat en die succesvol is gederadicaliseerd.

„We hebben ook minder acute dilemma’s. Een werkloze jongen, geen dak boven zijn hoofd en in zijn eenzaamheid begint hij af te glijden. Het is heel belangrijk, hoor ik dan, dat we hem nu een huis geven. Eén helft in je hoofd zegt: daar gaan we weer. Aan de andere kant denk je: als-ie zo nou echt kan worden teruggeroepen van extremismepad...”

Kan dat?

„Ik heb twee jaar geleden AIVD en NCTV gevraagd om een profiel van de uitreiziger. Daar moest ik een jaar op wachten. Maar toen zag ik een enorme overeenkomst met de top-600 van hardnekkige crimineeltjes in onze stad. Het zijn, zeg ik met de kennis van expert David Kenning, vooral twijfelende adolescenten. Met belangstelling voor geweld. Die lopen aan tegen perspectieven die IS biedt. De soms idioot snelle radicalisering, van ongelovig tot extreem in een paar maanden, wijst daar ook op. Als Kenning gelijk heeft, kun je beter een arm om die gasten heen te slaan dan hun paspoort afpakken.”