Biotechbedrijf Kiadis naar de beurs

Manfred Rüdiger

„Wij kunnen levens redden”, zegt de topman van Kiadis, dat een kankermedicijn ontwikkelt.

Voor de laatste testfase van het medicijn dat het ontwikkelt, heeft Kiadis meer geld nodig dan het via durfinvesteerders denkt te kunnen vergaren. Daarom gaat het bedrijf naar de beurs.
Voor de laatste testfase van het medicijn dat het ontwikkelt, heeft Kiadis meer geld nodig dan het via durfinvesteerders denkt te kunnen vergaren. Daarom gaat het bedrijf naar de beurs. Foto Sake Elzinga

Biotechbedrijf Kiadis, dat een medicijn ontwikkelt voor bloedkanker, gaat begin juli naar de beurs in Amsterdam en Brussel. Dat zou het bedrijf vandaag bekendmaken. Het wil tussen de 28,1 en 37,2 miljoen euro ophalen met de uitgifte van nieuwe aandelen, en wordt daarmee in zijn geheel gewaardeerd tussen de 160 en 170 miljoen euro.

Het in Amsterdam gevestigde Kiadis ontwikkelt een medicijn voor bloedkankers als leukemie en bloedziekten als thalassemie (ernstige bloedarmoede). ‘Atir101’ moet middels immunotherapie beenmergtransplantaties voor kankerpatiënten veiliger en succesvoller maken. Zo zouden patiënten die nu geen geschikte beenmergdonor kunnen vinden, volgens Kiadis zo’n 20.000 patiënten per jaar, toch geholpen kunnen worden.

„Wij kunnen levens redden”, zegt topman Manfred Rüdiger op het hoofdkantoor van Kiadis in Amsterdam-Duivendrecht. Hij verwacht de onderzoeksresultaten van de tweede testfase (naar de effectiviteit van het middel) begin 2016. „Dan is ons bedrijf waarschijnlijk nog meer waard. We zijn vol vertrouwen.” Maar daarna moet het medicijn door de laatste testfase (vergelijking met gangbare kankertherapieën). Daarvoor heeft Kiadis meer geld nodig dan het via durfinvesteerders denkt te vergaren.

Waarom niet wachten met de beursgang tot de tweede testfase is afgerond? Dan kunt u meer ophalen.

„Nu is een goed moment voor de beurs. De farmaceutische industrie is populair. En de beleggingsmarkten zijn heel gunstig. We willen deze kans grijpen, misschien is hij straks voorbij. Bovendien zijn we bijna aan het einde van de tweede testfase en hebben we al veel laten zien.”

Waarom naar de Amsterdamse beurs, en niet de Nasdaq, zoals veel andere Nederlandse biotechbedrijfjes? In de VS zit toch meer geld?

„Een notering aan de Nasdaq is veel duurder. En het management moet voortdurend naar en in de VS vliegen. Dan zit ik steeds in de lucht. Ons onderzoek vindt vooral hier en in België plaats. Het is overigens een misverstand dat de Amerikaanse beurs de beste is omdat er meer geld omgaat. Wel durven Amerikaanse investeerders meer risico te nemen. En we sluiten niet uit dat we later ook nog een notering aan de Nasdaq aanvragen.”

Waarom sluit u geen deal met een grote farmaceut? Een deal met medicijngroothandel Hospira ketste af.

„We staan nog steeds open voor samenwerking met een grote farmaceut. Niet omdat we hulp nodig hebben bij het ontwikkelen van ons product, dat kunnen wij het best. Maar grote farmaceuten zijn gespecialiseerd in het onderhandelen over prijzen. Nadeel is dat zij een groot deel van de winst opstrijken. Wij moeten het dan doen met royalty’s.”

Branchevereniging BioHolland waarschuwt voor de ‘valley of death’ waarin biotechstartups kunnen verdwijnen als de overheidssubsidie stopt.

„Wij zijn nooit langs de afgrond gescheerd, omdat we het geluk hadden dat we al in een vroeg stadium trouwe investeerders hebben gekregen. Onze grootste investeerder is het Amsterdamse fonds LSP, Life Sciences Partners. De tweede is het Londense fonds DFJ Esprit. In totaal zit er zo’n 55 miljoen euro in Kiadis, waarvan slechts enkele miljoenen aan overheidssubsidie. Wel maken we gebruik van hun innovatiekrediet dat gunstige leningsvoorwaarden biedt.”