Beter werken? Kick dan af van je onlineverslaving

We zijn verslaafd aan een constante stroom van informatie via onze telefoon, computer en mail. Tegelijkertijd proberen we te werken. En néé, dat gaat dus niet.

Je bent een belangrijk stuk aan het schrijven. Je hebt er al je aandacht voor nodig, maar toch stuur je tussendoor even een mailtje aan een collega en daarna nog een. Grote kans dat dit herkenbaar is, maar goed voor je werk is het niet.

We zijn altijd online, ook tijdens ons werk. De Vlaamse neuropsycholoog Theo Compernolle deed er onderzoek naar. Hij wist voor die tijd al dat het niet goed was, zegt hij, maar dat altijd online zijn zó schadelijk was, had hij nooit kunnen vermoeden, zegt hij nu. „Het is een catastrofe. We zijn vreselijk inefficiënt geworden.”

Compernolle, voorheen hoogleraar op de Vrije Universiteit en nu docent op de CEDEP Business School in Parijs, schreef er een boek over: Ontketen je brein. Door telkens te wisselen tussen onze telefoon, het mailprogramma en ons werk, zijn we veel trager geworden, zegt hij.

Het schakelen tussen al die verschillende taken is een vorm van multitasken, zegt Compernolle. En hoewel we het stug blijven proberen, is dat volgens hem onmogelijk. De enige vorm van multitasking die we wél aankunnen is wanneer we iets op automatisme leren te doen, zoals fietsen, breien of autorijden: dat zijn de taken die we doen met ons zogeheten reflexbrein. Wanneer we taken uitvoeren op automatisme, kunnen we ondertussen óók praten, denken, op het verkeer letten of (in het geval van het breien) de televisie volgen.

Maar wanneer we twee taken door elkaar doen die ingewikkelder zijn, kan dat niet meer. Compernolle: „Zelfs de beste tennissers, voetballers of golfers van de wereld zouden niet behoorlijk kunnen spelen terwijl ze met hun smartphone bezig zijn. Waarom zouden managers die aan het werk zijn een uitzondering zijn?”

Wat is het probleem?

En toch mailen we op onze telefoon tijdens de vergadering, appen we tijdens het schrijven van een belangrijk rapport en tweeten we tijdens het opmaken van een begroting. En dan sluipen de fouten er vanzelf in.

Hoe dat zit? Ons reflecterend brein is het gedeelte van onze hersenen dat komt met creatieve invallen, dat vooruit kan kijken en gebeurtenissen in de juiste context plaatst. Alleen dat brein gijzelen we. Doordat we ons mailprogramma aan laten staan en we de hele tijd werkmailtjes zien binnenkomen, waar we dan op klikken. Of omdat we telkens privé-appjes krijgen op onze telefoon.

Want op al die mentions, mails en likes slaat het reflexbrein aan. En dat hindert het reflecterend brein om goed te functioneren. Door al dat heen-en-weer-schakelen raak je informatie uit de ene taak kwijt terwijl je bezig bent met de andere.

Compernolle verbiedt het trouwens niet om bijvoorbeeld vlak voor een deadline te mailen, maar zegt dat het échte denkwerk er niet mee te combineren valt. Dus wie routineklusjes doet, kan er veel naast doen, wie zich echt moet concentreren moet juist oppassen voor afleiding.

En het is helemaal uitkijken als je in het digitale tijdperk geboren bent. Compernolle ontdekte dat vooral jongeren lijden onder de verlokkingen van computer en telefoon. Wanneer de ‘geboren digitalen’ een taak moeten uitvoeren en er meerdere informatiekanalen zijn om ze af te leiden, voeren ze die taak slechter uit dan de oudere generatie in dezelfde setting, omdat die laatste groep zich beter op één taak kan concentreren.

Wat is eraan te doen?

Volgens Compernolle is het belangrijk je op je werk zo min mogelijk af te laten leiden door door al die online prikkels.

Maar wordt werken niet heel saai op deze manier? Nee, denkt hij. „Als je heel geconcentreerd en ongestoord je werk doet en daardoor goed werk levert, geeft dat ook een kick, maar een heel andere.” Probleem is alleen, zegt hij, dat online rondhangen meteen je behoefte bevredigt, terwijl je voor denkwerk meestal de kick moet uitstellen. „Die kick is wat in het Engels ‘fun’ heet. Ook belangrijk, maar daardoor missen we het Engelse ‘joy’. Dat geluksgevoel is van een heel andere orde, daar kan je langer op teren, dat inspireert.”