Zuid-Afrika laat verdachte van massamoord welbewust lopen

De Zuid-Afrikaanse regering heeft niet alleen een lange neus getrokken naar het Internationaal Strafhof, maar ook naar het eigen recht. Gisteren lieten de Zuid-Afrikaanse autoriteiten president Omar al-Bashir van Soedan, die op bezoek was in verband met een top van de Afrikaanse Unie, ongehinderd van een militair vliegveld bij Pretoria terugkeren naar zijn vaderland. Ook al wordt hij door het Strafhof gezocht voor genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, begaan in de West-Soedanese regio Darfur. Ook al had een Zuid-Afrikaanse rechtbank uitdrukkelijk bepaald dat Bashir het land niet mocht verlaten, zolang de rechters geen uitspraak hadden gedaan over de vraag of hij moest worden uitgeleverd aan het Strafhof in Den Haag. Gistermiddag zou de rechtbank vonnis wijzen, maar Zuid-Afrika hielp Bashir om er eerder op de dag al schielijk tussenuit te knijpen.

Zuid-Afrika is aangesloten bij het Strafhof, maar warme banden met deze van massamoord verdachte president zijn voor president Zuma blijkbaar belangrijker dan het internationale én het nationale recht. In 1993 verklaarde Nelson Mandela dat mensenrechten „het licht zullen zijn dat onze buitenlandse politiek leidt”. Nu dwarsboomt een van zijn opvolgers dat er gerechtigheid komt voor de honderdduizenden slachtoffers van de moordpartijen in Darfur.

Het begon er al mee dat Zuid-Afrika Bashir voor zijn komst diplomatieke immuniteit toezegde voor de duur van de top. Alsof daarmee de verdragsrechtelijke verplichting om een arrestatiebevel van het Strafhof uit te voeren zomaar opzij geschoven kan worden. Vervolgens kon Bashir, alsof er niets aan de hand was, samen met de andere staatshoofden en regeringsleiders van de Afrikaanse Unie deelnemen aan de top en de gerespecteerde staatsman uithangen. En toen een Zuid-Afrikaanse mensenrechtenorganisatie via de rechter probeerde om Bashirs uitlevering aan het Strafhof af te dwingen, leverde de regering-Zuma advocaten die het voor de Soedanese president opnamen. Toen de rechtbank bepaalde dat Bashir gearresteerd moest worden, was de vogel gevlogen.

Het gezag van het Strafhof, toch al niet groot, is door de zaak verder aangetast. Veel Afrikaanse landen klagen dat het oneerlijk of zelfs racistisch is dat het hof tot nu toe alleen Afrikanen heeft aangeklaagd. Dat is een onzinnig argument. Op het hof valt veel aan te merken en het kampt met veel problemen, maar straffeloosheid is daarvoor geen oplossing.

Een schrale troost in deze zaak is dat Bashir zelfs in een bevriend Afrikaans land toch even het risico van arrestatie liep. En dat hij alleen via een vernederende aftocht kon ontkomen.