Wie is die man die Mein Kampf verkoopt eigenlijk?

De eigenaar van de Totalitarian Art Galery in Amsterdam is Michiel van Eyck (oftewel: de man die Mein Kampf verkoopt). Hij vertelt over zijn verzameling en het komende hoger beroep in zijn zaak.

Fotografie Niels Blekemolen

Of hij misschien iets leuks heeft met een adelaar? Galeriehouder Michiel van Eyck denkt van wel. Hij heeft nog wel wat in de etalage staan: een beeldje van een adelaar, zo’n 30 centimeter groot, op een sokkel. De klant, die Arnoud heet, zoekt een cadeautje, een grapje voor een vriend die gitarist is in een band met de naam ‘Eagles of Death Metal’. Arnoud weegt het beeld in zijn hand. „Goh, ja. Is het een mooi cadeau denk je?” „Tja”, zegt de galeriehouder, „Ik vind het mooi, anders had ik ’t niet gekocht. Het is een originele Duitse. Uit de tijd ook. Kijk, hier: 16 november 1940.”

Michiel van Eyck (52) is eigenaar van de Totalitarian Art Gallery in Amsterdam. Hij verkoopt ‘totalitaire’ kunstwerken en voorwerpen. Ook nazi-objecten. Vorig jaar was hij in het nieuws als de man die Mein Kampf verkoopt. In november werd hij vervolgd door justitie wegens het het verkopen van exemplaren van het gedachtegoed van Adolf Hitler, nadat er een aanklacht was ingediend door het Federatief Joods Nederland.

Het werd een principiële strafzaak, waarin Van Eyck uiteindelijk werd vrijgesproken. De rechter oordeelde dat het verspreiden van Mein Kampf in dit geval niet in strijd was met artikel 137e van het Wetboek van Strafrecht, waarin staat dat het niet is toegestaan om teksten te verspreiden die beledigend en haatzaaiend zijn. Van Eyck bood het boek nadrukkelijk aan als historisch object voor verzamelaars, aldus de rechter, en bovendien is het boek tegenwoordig eenvoudig verkrijgbaar via internet. Het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep. Die zaak dient in oktober.

Van Eyck ziet het allemaal met vertrouwen tegemoet, zegt hij vanuit zijn bureaustoel achter in de zaak. Samen met zijn advocaat Gerard Spong heeft hij „een hele rij sterke argumenten”. De belangrijkste: verbieden is censuur, en censuur hoort nu eenmaal niet bij een democratie. Volgens Van Eyck is censuur juist de eerste stap naar een dictatuur. Ook is Mein Kampf in vrijwel alle landen vrij verkrijgbaar, inclusief Israël. Hij verkoopt het boek in de context van historische objecten, met haat zaaien heeft het volgens Van Eyck dus niets te maken. Hij heeft toch ook het dagboek van Anne Frank, Charlie Hebdo en de bijbel in zijn zaak liggen? En tot slot leven we in 2015, een tijd waarin alles vrij en gratis verkrijgbaar is. „Je zou dan iedereen moeten vervolgen, wil je het goed doen. En dat kan helemaal niet.”

Twee exemplaren in een keukenkastje

Een rechtszaak zal hem er niet van weerhouden om opnieuw exemplaren van Mein Kampf te verkopen, zei Van Eyck eerder in een interview. Op het moment liggen er dan ook twee exemplaren in zijn winkel. Nou ja,in de winkel: de galeriehouder bewaart ze in een keukenkastje, „een beetje uit het zicht”.

De prijs van de Nederlandse uitgave uit de jaren dertig (‘Mijn Kamp’, staat er op de omslag), ) schat Van Eyck op ongeveer 100 euro. Heel wat anders dan het bijzondere exemplaar dat hij eind vorige maand verkocht, toen ging het om een uitgave met een barnstenen kaft met zilverbeslag, en op de eerste pagina een persoonlijke boodschap van Adolf Hitler aan regionaal NSDAP-leider Rudolf Jordan. De galeriehouder haalde er opnieuw het nieuws mee, boze anti-fascisten plakten pamfletten op het raam. Hoeveel het precies heeft opgeleverd wil Van Eyck niet zeggen, dat heeft hij zo met de koper afgesproken. Vergelijkbare exemplaren werden eerder voor enkele tienduizenden euro’s verkocht.

Hoe wordt een mens eigenlijk een verzamelaar van dit soort objecten? En waar komt zijn fascinatie met totalitaire systemen vandaan?

Het was een sluimerende interesse, zegt Van Eyck, eentje die waarschijnlijk begon met het feit dat er in zijn familie altijd op een bepaalde manier over de oorlog werd gesproken . „Als kind merkte ik meteen dat het een beladen onderwerp was – en dus interessant.”

In de jaren negentig reisde hij door Oost-Europa en begon hij Russische propagandaschilderijen te verzamelen. „Wat me aansprak was dat die schilderijen niet alleen mooi en krachtig waren, maar ook een rol hadden gespeeld binnen een systeem.” Hij werkte toen nog in de confectie, maar broeken en t-shirts gingen vervelen. Van Eyck opende in een onopvallend hoekpand op het Amsterdamse Singel de Totalitarian Art Gallery, de enige galerie voor totalitaire kunst in Nederland.

Jezusbeeld met rode ogen

De indeling is onlangs een beetje veranderd, zegt hij, draaiend in zijn bureaustoel. De ruimte wordt sinds kort door een toonbank in tweeën gedeeld. Omdat aan de voorkant veel toeristen langslopen (die wel kijken maar niets kopen) is daar nu het algemene spul te vinden, denk aan propagandaposters. De vitrines achterin zijn voor de liefhebbers, daar vind je de ‘totalitaire afdeling’. Links de Sovjet Unie, rechts „het Duitse gebeuren”. En dan is er nog een opslag beneden in de kelder, want in de zaak kan hij lang niet alles kwijt. Een levensgrote bronzen Sovjet-leider staat gestald onder de trap. „Kijk, daar hebben we Vadertje Lenin.”

Opmerkelijk: in de totalitaire hoek hangt ook een art deco Jezusbeeld, dat vooral opvalt door zijn felrode ogen. Ze zijn er door Van Eyck zelf ingezet om „hem een beetje extra uitstraling te geven”. Het beeld past goed bij de rest van zijn collectie, vindt de galeriehouder, want als er één totalitair systeem is, dan is het volgens hem wel het christelijk geloof: „De katholieke kerk is bij uitstek een firma die leefregels oplegt aan mensen. Zij vertellen toch ook een allesomvattend verhaal?”

Verkeerde sympathieën

Komen er wel eens mensen met ‘verkeerde’ sympathieën over de vloer? Nee, zegt Van Eyck, dat is nu juist een heel groot misverstand: „Men denkt dat mensen die nazi-spullen kopen neonazi’s zijn. Ik heb hier nog nooit een neonazi gezien, mochten ze überhaupt nog bestaan.” De klanten van de Totalitarian Art Gallery zijn vooral keurige mannen van boven de veertig met een buitengewone historische interesse, beaamt Arnoud die zijn aankopen (het adelaarsbeeld en een metalen wandbord, ook met adelaar) komt afrekenen.

„Het gaat er niet om dat je richting kiest of die ideologie aanhangt, maar dat je iets tastbaars wilt hebben”, zegt Van Eyck terwijl hij stukken plakband afscheurt en de objecten in dikke lagen bubbeltjesplastic wikkelt. „Iets dat een rol gespeeld heeft in de geschiedenis. Hoe klein ook.”