Uitzinnige mode op foto’s en prenten

Van bootkapsels tot pornochic: foto’s en prenten tonen modehistorie van 17de eeuw tot nu in Museum Arnhem en Rijksmuseum

Museum Arnhem: mode in de Pijp, hoek Gerard Doustraat - Quelijnstraat, Amsterdam, in Avenue, 1967.
Museum Arnhem: mode in de Pijp, hoek Gerard Doustraat - Quelijnstraat, Amsterdam, in Avenue, 1967.

Wat een grappig toeval. Op dezelfde dag dat in het Rijksmuseum de expositie New for now opende over modeprenten, de voorlopers van modetijdschriften, ging in het Museum Arnhem Alles behalve kleren van start, over Nederlandse modefotografie. Die laatste begint waar de eerste eindigt: de jaren dertig van de vorige eeuw. Toen verscheen voor het eerst Elegance, het eerste tijdschrift dat zich richtte op luxe, in plaats van het alledaagse. Dat begon overigens pas laat met fotografie; in het eerste naoorlogse nummer, van juli 1946, stond welgeteld een foto, voor de rest werd de mode nog verbeeld met tekeningen.

De nadruk ligt in Arnhem op fotografie voor vooruitstrevende tijdschriften als Avenue (jaren zestig tot en met tachtig), Blvd. en Dutch (de jaren negentig) en Fantastic Man (nu). Hoe nieuwer, hoe minder Nederlands de tijdschriften zijn. Dutch – dat niet meer bestaat- en Fantastic Man zijn Engelstalig en grotendeels gemaakt met buitenlandse auteurs en fotografen. Landsgrenzen spelen steeds minder een rol.

Tijdschriftfotografie is gemaakt voor tijdschriften, en niet voor de muren van een museum. De makers van Alles behalve kleren hebben dat dat opgelost door de expositie vorm te geven als een gigantisch magazine, met bladzijden van meer dan twee meter hoog. De precies honderd pagina’s staan verspreid door verschillende zalen. Hierdoor zijn de foto's groot genoeg om goed binnen te komen, zonder dat ze helemaal ontdaan worden van hun originele context.

De expositie biedt niet alleen prachtige tijdsbeelden (feestjurken met blote voeten in de jaren zestig, broeierige pornochic in de jaren negentig), hij toont ook de emancipatie van de Nederlandse modefotografie. Tot de jaren zestig bleven de namen van Nederlandse fotografen vaak onvermeld. Met Avenue, waarvoor spectaculaire foto’s werden gemaakt op bijzondere en vaak verre locaties, begonnen de vrijheid, de creativiteit en daarmee de status. Vanaf de jaren negentig was Nederlandse modefotografie, zou je kunnen zeggen, volledig geëmancipeerd. Fotografen ontwikkelden een persoonlijke stijl die ook aansloeg buiten Nederland; mensen als Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin en Viviane Sassen werken zelfs bijna uitsluitend voor grote buitenlandse bladen en modehuizen.

In het Rijksmuseum is weinig Nederlands beeld te zien. Het grootste gedeelte van de prenten komt uit Parijs, ook in de achttiende en negentiende eeuw het centrum van de mode. Die prenten werden soms verspreid door heel Europa. Aanvankelijk als losse modeplaten: pas eind achttiende eeuw ontstonden de eerste modebladen.

New for now heeft een zaal met achttiende-eeuwse prenten, een met prenten uit de negentiende eeuw en kleine ruimte met prenten uit de zestiende en zeventiende eeuw. Die laatste zijn overigens geen echte modeprenten; ze toonden geen ideaal, maar realistische weergaven van (streek)drachten.

On line zijn de prenten digitaal te zien, in het Rijksmuseum hangen in sfeervolle, pastelkleurige zalen alleen de kleine originelen. Dat maakt dat de expositie niet meteen heel uitnodigend is. Maar voor wie de moeite neemt de plaatjes van dichtbij te bekijken, valt er veel te ontdekken. Prachtige tekeningen, uitzinnige kleding en kapsels. Ook voor mannen, want die deden tot de negentiende eeuw op modegebied niet voor vrouwen onder.