Shell gaat toch naar de Noordpool

de boringen van Shell in het Noordpoolgebied. De risico’s zijn kleiner geworden, en er is nog veel olie te halen. Maar áls het misgaat, zijn de gevolgen niet te overzien.

Demonstranten in de haven van Seattle, waarvandaan het olieplatform Polar Pioneer gisteren vertrok richting het Noordpoolgebied. Foto AP
Demonstranten in de haven van Seattle, waarvandaan het olieplatform Polar Pioneer gisteren vertrok richting het Noordpoolgebied. Foto AP

Het olieboorplatform Polar Pioneer is gisteren uit Seattle vertrokken in de richting van de Chukchi-zee, ten noordwesten van Alaska. Ondanks verzet van milieuorganisaties en grote zorgen bij investeerders over de risico’s van het project.

1 Wat zoekt Shell in de Chukchi-zee?

Volgens de Amerikaanse geologische dienst (USGS) bevindt zich in het Noordpoolgebied naar schatting 13 procent van de onontdekte aardolievoorraad, ongeveer 90 miljard vaten (waarvan eenderde in het territorium van de VS) en 30 procent van de wereldwijde aardgasvoorraad, zo’n 47.000 miljard kubieke meter. Ook bevat het gebied zo’n 20 procent van de zogeheten condensaatvoorraad, 44 miljard vaten (een lichtere vorm van aardolie, die onder meer wordt gebruikt voor het vervaardigen van plastics). Het overgrote deel van deze olie- en gasvoorraden, 84 procent, ligt offshore, verspreid over ongeveer 25 geologisch gedefinieerde velden.

De belangstelling van Shell gaat voorlopig alleen uit naar olie. Aardgaswinning is onder de extreme omstandigheden in de Chukchi-zee nu nog uitgesloten. Pijpleidingen zijn te riskant en het gas afkoelen en als vloeibare LNG in tankers vervoeren is te ingewikkeld.

2 Wie zijn er nog meer actief in het Noordpoolgebied?

De race naar de Noordpool verloopt, door de lage olieprijs, moeizaam. Het gebied is verdeeld tussen Rusland, Canada, Groenland (Denemarken), Noorwegen, de Verenigde Staten, Zweden, Finland en IJsland. In het Noorse deel wordt deze zomer een enorm platform van het Italiaanse energiebedrijf ENI in positie gebracht in het Goliat-veld. Maar Chevron heeft zijn proefboringen in het Canadese deel opgeschort. Statoil (Noorwegen), Dong (Denemarken) en GDF Suez (Frankrijk) hebben zelfs hun concessies voor proefboringen voor de kust van Groenland teruggegeven, omdat ze er geen geld mee verwachten te verdienen. Een proefboring van het Britse Cairn voor de westkust van Groenland leverde niets op. Ook in de Barentszzee blijkt, volgens gegevens van de Financial Times, lang niet iedere proefboring succesvol.

3 Waarom wil Shell dit dan toch?

Na eerdere avonturen in de jaren tachtig en negentig, toen de olieprijs piekte, keerde Shell in 2012 terug naar de Noordpool. Het liep uit op een drama. De kustwacht ontdekte problemen met het systeem dat vervuiling moest voorkomen. De normen voor luchtkwaliteit werden overschreden en in een test faalden voorzorgsmaatregelen om een lekkend boorgat af te sluiten. In de oudjaarsnacht raakte een boorplatform op drift en dobberde lange tijd stuurloos rond in een zware storm.

Maar Shell wil ongetwijfeld iets terugzien van de zes miljard dollar die volgens The New York Times al in het project zijn geïnvesteerd. Bovendien wordt de technologie beter, kan de bodemgesteldheid gedetailleerder in kaart worden gebracht en zijn de modellen om de gevolgen van olieboringen voor het kwetsbare ecosysteem te controleren, preciezer – en daarmee de risico’s kleiner.

Daar komt bij dat de vraag naar olie blijft stijgen, verwacht Ann Pickard van Shell Alaska, terwijl de productie in bestaande olievelden jaarlijks met gemiddeld 5 procent daalt. „Zonder investeringen in olieproductie kan er rond 2040 een kloof van 70 miljoen vaten olie per dag zitten tussen vraag en aanbod”, zei Shelltopman Ben van Beurden onlangs op de aandeelhoudersvergadering. Gelet op de lange aanlooptijd (van misschien wel tien jaar) voor exploratie, zou het volgens Pickard onverstandig zijn om nu een stap terug te doen.

4 Wat zijn de financiële risico’s?

Investeerders, zoals de Nederlandse pensioenbeheerder APG, vrezen voor ernstige gevolgen als er iets fout gaat. Shell is voldoende gewaarschuwd, de markt zal het bedrijf een olieramp niet snel vergeven. De waarde van BP-aandelen halveerde na de ramp in de Golf van Mexico in 2010.

Maar ook zonder een milieuramp groeit het financiële risico voor investeringen in fossiele energie. Eind dit jaar wordt in Parijs onderhandeld over een nieuw klimaatakkoord. De druk groeit om klimaatschade van fossiele brandstoffen bij de vervuiler in rekening te brengen. Daardoor zullen de kosten van oliewinning stijgen.

Klimaatverandering kan op termijn ook de oliewinning zelf in gevaar brengen. Zo pleitten de leiders van de G7, de rijkste westerse landen, deze maand voor een ‘decarbonisering’ van de economie – zorgen dat er geen broeikasgassen meer vrijkomen. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) gaat ervan uit dat ernstige klimaatverandering alleen voorkomen kan worden als een groot deel van de kolen-, olie- en gasvoorraad nooit wordt opgestookt. Dat vergroot het risico van investeren in nieuwe olievelden.

5 Wat is het milieurisico?

Het rapport Responding to Oil Spills in the U.S. Arctic Marine Environment (2014) van de National Academy of Sciences somt de gevaren op: snel wisselende weersomstandigheden, stormen met orkaankracht, metershoge golven, ijsschotsen ter grootte van de stad Amsterdam, maandenlange duisternis. En dat alles in een uiterst kwetsbaar gebied, zonder infrastructuur, waar de dichtstbijzijnde diepzeehaven meer dan 1.000 kilometer verwijderd is. Een hele „armada” aan schepen, in de woorden van Van Beurden, moet helpen voorkomen dat het misgaat.

Maar garanties bestaan niet. De gevolgen van een olielek zijn – letterlijk – niet te overzien. Olie zal op het ijs terechtkomen. Methodes om dat schoon te maken zijn nooit beproefd. Als de winter aanbreekt, valt er nauwelijks nog iets te doen. Het ijs wordt dikker, de olie verdwijnt onder een nieuwe laag sneeuw. De volgende zomer smelt een deel van het ijs, er breken stukken af, die drijven weg en kunnen daardoor op onverwachte plekken voor vervuiling zorgen.

Ook zonder dat er ooit olielekken ontstaan, neemt de vervuiling in het exploratiegebied toe. Bij de oliewinning komt gas vrij, vooral het krachtige broeikasgas methaan. Om dat te voorkomen kan het worden afgefakkeld. Maar dan ontstaat roet, dat neerdaalt op het ijs. Dat wordt donkerder en gaat meer zonlicht absorberen. Wat weer tot extra opwarming leidt. In 2012 had Shell toestemming om per seizoen 336 ton stikstofoxide (NOx), 154 ton koolmonoxide en 43 ton fijnstof (roet) uit te stoten – dat is ongeveer evenveel als 300.000 auto’s in een heel jaar aan vervuiling produceren.

Ten slotte kan ook het lawaai van de boringen ecosystemen in het Noordpoolgebied ontwrichten. Volgens bioloog Craig George leven walvissen „in een akoestische wereld”. Ze kunnen over een afstand van meer dan 30 kilometer met elkaar communiceren. De walvissen zullen verder uit de kust blijven, uit vrees voor het vele geluid. En daarmee wordt ook de lokale bevolking getroffen – de Inuit die leven van de walvisjacht.