Opinie

Op het zebrapad

In Amsterdam ben ik een ervaren zebrapadoversteker geworden. Daardoor weet ik dat het zebrapad dát stuk van de straat is waar de voetganger het meeste gevaar loopt. Merkwaardig, want het zebrapad is juist uitgevonden om de voetganger veiligheid te bieden.

Dat die veiligheid fictie is, komt vooral door de gemiddelde fietser die lak heeft aan het zebrapad. Niet alleen in Amsterdam, in toenemende mate ook elders, heb ik me laten vertellen. Vorig jaar was er nog een wereldvreemd academisch onderzoekje in Amsterdam dat het omgekeerde concludeerde – 85 procent van de fietsers zou zich aan de verkeersregels houden – maar iedereen die een half uurtje door Amsterdam loopt weet wel beter.

De Amsterdamse wethouder Litjens is zelfs tot de conclusie gekomen dat het beter is de zebrapaden op sommige plekken op te heffen omdat ze de voetganger schijnveiligheid bieden. Ik ben benieuwd waar hij ze wel en niet wil opheffen, want mijn ervaring is dat fietsers en scooters op alle zebrapaden schijnveiligheid veroorzaken. Sterker nog, fietsers die wél afremmen voor een zebrapad, worden door andere fietsers vaak als ‘eikel’ aangeduid (ook als ze van het vrouwelijke geslacht zijn).

Litjens gaat wel erg gemakkelijk voor de fietser door de knieën. Stel dat de automobilisten massaal de maximumsnelheden zouden overschrijden – worden die dan ook afgeschaft? Litjens is bang dat er ‘kop- staartbotsingen’ op drukke fietspaden ontstaan als fietsers moeten inhouden. Maar die botsingen zullen vooral ontstaan doordat de fietsers nu gewend zijn elkaar op te jagen; op een of andere manier zou hun moeten worden duidelijk gemaakt dat de verkeersregels er ook voor hén zijn.

Ze kunnen een voorbeeld nemen aan de meeste automobilisten, die wel keurig stoppen; zij voelen zich bij het zebrapad kennelijk minder opgejaagd dan fietsers en scooters.

Toch moet de voetganger altijd op zijn hoede blijven, ook voor automobilisten. Er zijn automobilisten die met grote vaart op het zebrapad afrijden in de hoop dat de voetganger terugdeinst. Ze remmen pas als de voetganger doorzet – wat riskant is voor de laatste, want misschien heeft de automobilist hem wel niet gezien. Er zijn ook automobilisten die gewoon doorjakkeren alsof er geen zebrapad is; fietsgedrag in de auto.

Ik stond laatst bij een zebrapad op de Frederik Hendrikstraat in Amsterdam-West. Van rechts naderde met grote snelheid een zwarte taxi. Normaal gesproken probeer ik oogcontact met de bestuurder te maken om te zien wat hij van plan is, maar daar kon in dit geval geen sprake van zijn. De auto flitste als een streep voorbij. Ik dacht even dat ik aan de overzijde van het zebrapad een beweging van een voetganger zag, of vergiste ik me? Ik hield mijn adem in (als columnist moet je ook aan cliffhangers doen).

Ik stak over en zag een oude dame van Indonesische afkomst op me af wankelen. Haar gezicht was asgrauw en vertrokken in een verbijsterde grimas. Ze was kennelijk net aan de dood ontsnapt. Ik vermoedde dat ze één voet op het zebrapad had gezet toen de taxi naderde. Die voet had ze nog net op tijd kunnen terughalen voordat de taxi hem kon meesleuren naar de wide open spaces van Amsterdam-West.

De vrouw keek me ontredderd aan, ze kon niets uitbrengen behalve die twee woordjes die vaker opduiken als mensen hun geschoktheid tegelijkertijd willen tonen én onderdrukken: „Nou ja…”