Meer risico’s voor staat bij megaproject Zuidas

Koerswijziging Rijkswaterstaat na stroppen van grote bouwers bij A2 en A15.

Twee knooppunten opknappen, een overvol station verbouwen, een dichtgeslibde snelweg verbreden en twee tunnels graven door een druk kantoorgebied. En dat terwijl alle auto’s en treinen door moeten blijven rijden én de mondige buren tevreden gehouden moeten worden. Dat is Zuidasdok, het nieuwste megaproject van de overheid. Kosten: 1,9 miljard euro, looptijd: 10 jaar.

Maar het gevaar bestaat dat onverwachte kosten straks vaker door de overheid betaald zullen worden. Want om het project te laten slagen, trekken de opdrachtgevers – Rijkswaterstaat, ProRail en de gemeente Amsterdam – meer risico’s naar zich toe dan de afgelopen tijd gebruikelijk was. Dat doet de overheid „omdat Zuidasdok succesvol móét zijn”, zegt projectleider Hans Versteegen. De koerswijziging volgt op kritiek van grote bouwers dat infrastructuurprojecten van Rijkswaterstaat te groot en te riskant zijn geworden. Bouwers zijn daarom voorzichtiger met inschrijven.

Om extra kosten te voorkomen, zal de opdrachtgever in ieder geval dichter op het werk gaan zitten, zegt Versteegen, „echt ín de keet”.

De koers van de overheid was de afgelopen tijd juist: laat het bouwen en regelen over aan de markt, tenzij het niet anders kan. Dat pakte slecht uit voor bouwers Ballast Nedam en Strukton, die lijden onder zware tegenvallers bij de verbreding van de A15 bij Rotterdam en de ondertunneling van de A2 in Maastricht. De twee bouwers struikelden bij de A15 over de vele risico’s die ze op zich hadden genomen.

Die koers wordt nu verlegd. De projectorganisatie van Zuidasdok laat bijvoorbeeld zelf vooraf de bodem onderzoeken. Kloppen de gegevens over de bodem en kabels en leidingen niet, dan betaalt de opdrachtgever.

De projectorganisatie neemt ook een deel van de verantwoordelijkheid voor het op tijd verkrijgen van vergunningen op zich. Versteegen: „We maken nu al afspraken met instanties.”

Bij Zuidasdok is daarnaast gekozen voor een klassiekere contractvorm, waarbij de bouwers per maand betaald krijgen. Het streven van de overheid was juist om bouwers grote projecten zelf te laten voorfinancieren. Rijkswaterstaat maakt pas achteraf geld over, als de auto’s weer rijden. Voordeel: deadlines van financiers fungeren als sterke prikkel om het werk op tijd af te leveren. Dat mist nu.

Ondanks de gunstigere risicoverdeling doen slechts twee bouwconsortia mee met de aanbesteding. Dat is weinig, al is Versteegen blij met „deze Champions League-partijen”. Voor de Beatrixsluizen bij IJmuiden schreven zich ook maar drie partijen in.

Bouwer BAM doet mee met Zuidasdok. Topman Rob van Wingerden was één van de critici. Hij zegt: „De slinger was te ver doorgeslagen in de aanpak van ‘de markt, tenzij’. We vinden nu een betere balans in risicoverdeling.”

Om te voorkomen dat de twee consortia voor een te laag bedrag inschrijven, zoals bij de A15 gebeurde, voert de overheid nog een wijziging in. Er komt een ondergrens om „prijsvechters” te weren. Bouwers mogen niet lager bieden dan een vastgesteld bedrag, een noviteit in Nederland.