Hoe gevaarlijk is de boze lezer?

Een bericht op een site in Estland over een veerboot leidt, vanwege heftige internetreacties, tot een rechtszaak in Straatsburg.

Begin 2006 publiceerde de nieuwssite delfi.ee een artikel over veerpontbedrijf SLK. De grootaandeelhouder van SLK kreeg woedende reacties van bezoekers over zich heen en stapte naar de rechtbank.
Begin 2006 publiceerde de nieuwssite delfi.ee een artikel over veerpontbedrijf SLK. De grootaandeelhouder van SLK kreeg woedende reacties van bezoekers over zich heen en stapte naar de rechtbank.

Wat begon met een snelweg over het ijs, is inmiddels volgens velen een serieuze bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting op internet. Vanmiddag doet de Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uitspraak in de zaak Delfi AS v. Estonia. De centrale vraag: is een nieuwssite aansprakelijk voor beledigingen en bedreigingen die bezoekers anoniem in de reacties achterlaten?

Delfi is een mediagroep die met nieuws- portaal delfi.ee al jarenlang de grootste nieuwssite van Estland heeft. De site publiceert veel: net als bij nu.nl verschijnen per dag zo’n driehonderd nieuwsberichten. Het verschil met de Nederlandse marktleider is dat bezoekers daaronder anoniem kunnen reageren. En dat gebeurt veel.

In januari 2006 publiceerde delfi.ee een artikel met de kop ‘SLK doorbreekt geplande ijswegen’. De inhoud kwam samengevat hier op neer: in koude winters, wanneer het ijs dik genoeg is, kunnen Estlanders met hun auto oversteken naar eilanden in de Baltische Zee. Dat is veel sneller en goedkoper dan met de veerpont. Maar die winter paste veerpontbedrijf SLK de routes zo aan dat ze de ijssnelwegroutes doorkruisten en beletten dat het water kon opvriezen.

Veel Estlanders waren boos en richtten hun pijlen op de grootaandeelhouder – in de rechtbankdocumenten aangeduid als ‘L.’ – die werd gezien als het gezicht van SLK en bekendstond om zijn verzet tegen de ijssnelwegen. Er kwamen 185 reacties op het artikel, waarvan er 20 beledigend of bedreigend waren richting L. ‘Verzuip jezelf’, typte iemand. Een ander: ‘Vuile klootzak. Ik had met mijn baby naar huis kunnen gaan.’ Een ander: ‘Ik pis in [zijn] oor en dan schijt ik op zijn hoofd’. Weer een ander riep op hem te ‘lynchen’, om anderen met soortgelijke ideeën te ‘waarschuwen’.

Zes weken later eiste L. via zijn advocaat dat de 20 reacties werden verwijderd, plus 32.000 euro schadevergoeding. Delfi gaf nog dezelfde dag gehoor aan het eerste, maar weigerde te betalen. L. liet het er niet bij zitten en ging in beroep, wat in juni 2008, twee en een half jaar na het artikel, ertoe leidde dat de Estlandse rechtbank Delfi alsnog veroordeelde voor laster. De boete werd vastgesteld op 320 euro. De vrijheid van meningsuiting gaat niet op als het om zulke beledigende en lasterlijke uitingen gaat, oordeelde de rechter.

Maar belangrijker – en daar zit de crux – was dat de nieuwssite niet werd gezien als een internetprovider (het Europees recht schrijft nadrukkelijk voor dat lidstaten hun internetproviders niet mogen opleggen vooraf inhoud van gebruikers te controleren), maar als uitgever van de reacties, net als een krant uitgever is van lezersbrieven. De rechtbank liet ook meewegen dat Delfi er financieel baat bij had: meer reacties betekent meer bezoek, en meer bezoek betekent meer advertentieverkoop.

Delfi stapte vervolgens naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, waar iedere burger een klacht kan indienen tegen zijn eigen land – mits deze lid is van van de Raad van Europa en het verdrag ondertekende, en nadat alle procedeermogelijkheden in eigen land zijn uitgeprobeerd.

In Straatsburg besliste een Kamer van zeven rechters in oktober 2013 unaniem dat de Estlandse uitspraak niet botste met de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Gesteld werd dat het artikel zelf weliswaar objectief was, maar dat Delfi had kunnen weten dat het boze reacties zou oproepen. Het zuiveringssysteem van de site, waarbij reacties met bepaalde woorden erin automatisch geweigerd werden en andere extra aandacht kregen als bezoekers ze als ongepast markeerden, voldeed volgens het hof niet. Delfi was dus ook volgens Europa verantwoordelijk voor wat er op zijn website gezegd werd, ook al kwamen die uitingen van derden.

Met andere woorden: een site is volledig aansprakelijk voor wat bezoekers, al dan niet anoniem, in de reacties achterlaten.

Dat was het moment dat tientallen mediaorganisaties zich ermee gingen bemoeien, bang voor een inperking van de persvrijheid op internet. Er kwam een referral request: een verzoek om de beslissing van het hof te laten heroverwegen door de Grote Kamer van het EHRM, de hoogste macht binnen Europa. In de Grote Kamer zitten 17 rechters. Het verzoek werd gesteund door mediaorganisaties over de hele wereld, waaronder De Telegraaf, NRC, The Guardian, Google, de World Association of Newspapers (WAN), het Nederlandse Persvrijheidsfonds en de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). Het hof stemde toe. Vanmiddag is de uitspraak.

„Dit gebeurt niet vaak”, zegt Otto Volgenant, de advocaat mediarecht die bij mediaorganisaties steun zocht voor het verzoek tot heroverweging. „Alleen in uitzonderlijke gevallen, zo’n 3 procent, wordt een referral request toegewezen.”

Wat als ook deze rechters de uitspraak in stand laten? Zijn nieuwssites over de hele wereld dan genoodzaakt hun reactievelden te sluiten? Nee, zo snel zal het niet gaan, denkt Volgenant. Anders dan EU-landen bij een Europese verordening vanuit Luxemburg kan elke lidstaat van de Raad van Europa een uitspraak van het EHRM een eigen invulling geven. NRC, De Telegraaf en GeenStijl zijn niet per direct net zo aansprakelijk als delfi.ee. „Er is ruimte voor een Nederlandse rechter om te zeggen: dat heb ik gelezen, maar ik kijk er genuanceerder naar en ik beslis iets anders.”

Maar dat hoeft niet – het EHRM heeft veel gezag. De angst die breed leeft, is dat de vrijheid op internet in z’n algemeen „afkalft”, zegt Volgenant. Anders gezegd: als de uitspraak in stand blijft, legt dat een aanzienlijk zwaardere verantwoordelijkheid op de schouders van websites die bijdragen van gebruikers toestaan.