Ga naar buiten anders raak je nog bijziend

Eenderde van de volwassen Nederlanders is bijziend. In de toekomst zullen dat er nog meer zijn. Maar soms is het proces af te remmen.

Tussen de 10 en 20 procent van de jongeren is naar verwachting in 2020 hoog bijziend (brildragend met een lenssterkte van –6 of meer). Dat verwacht oogonderzoeker/klinisch geneticus Virginie Verhoeven die vandaag in Rotterdam promoveert op haar onderzoek bij het Erasmus Medisch Centrum. „Dat is ernstig, want deze mensen hebben een relatief grote kans om later in hun leven blind of ernstig slechtziend te worden.”

Verhoeven ging op zoek naar de oorzaken van de toenemende bijziendheid. „Het is duidelijk dat computergebruik en veel lezen daaraan hebben bijgedragen”, zegt ze. „In 50 jaar is het aantal mensen dat bijziend is verdubbeld; in Azië is zelfs al 90 procent van de jongvolwassenen bijziend. Die kant gaan wij hier in het westen ook op.”

Erfelijke aanleg speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van bijziendheid, maar het is niet de verklaring voor de toename. Het tempo van de verschuiving is zo hoog, dat het niet kan worden toegeschreven aan veranderingen in het DNA.

Door de veranderingen in de samenleving gaan onze ogen achteruit, zegt Verhoeven. Mensen zijn steeds hoger opgeleid, lezen veel meer en doen vaak werk achter de computer, waardoor zij dichtbij moeten kijken. „De mensen in Singapore – waar ik een deel van mijn onderzoek deed – komen soms niet meer dan een half uur per dag buiten. Schrikbarend weinig!”

Buiten zijn is goed voor de ogen, zegt Verhoeven. Door de grotere kijkafstanden hoeven de ogen zich minder in te spannen. Maar belangrijker nog is dat daglicht dopamine vrijmaakt in het netvlies, en dat remt de groei van het oog.

Liever buiten dan binnen sporten

Bijziendheid is niet omkeerbaar, maar door je gedrag aan te passen kun je het proces van achteruitgang wel afremmen of zelfs helemaal stoppen. Dat is vrij simpel, zegt Verhoeven. „Kinderen zouden per dag minimaal twee uur buiten moeten zijn. Ze kunnen beter een buitensport doen dan een binnensport. Lezen is natuurlijk goed voor hun ontwikkeling, maar de leesafstand moet niet kleiner worden dan dertig centimeter, en zou niet langer dan een half uur achtereen mogen. Vooral ’s avonds in bed nog lezen is slecht voor de ogen. En natuurlijk verleiden tablets en telefoontjes ons er steeds vaker toe meer op schermen te kijken.”

Op zich hoeft bijziendheid geen groot probleem te zijn. Met een bril of contactlenzen op de juiste sterkte is het ongemak verholpen. Maar naarmate er meer mensen bijziend worden, zal ook de groep mensen met ernstige bijziendheid groeien, zegt Verhoeven: „Dat is wel zorgwekkend. Uit vergelijkend onderzoek blijkt dat mensen met een gezichtsscherpte van -6 of minder een drie keer verhoogde kans hebben blind of slechtziend te worden.”

Bij hen wordt de oogbol dusdanig lang dat het netvlies niet meer goed kan meegroeien. „Vergelijk het met een panty, hoe strakker je die trekt, hoe makkelijker er gaten in ontstaan. Bij ernstig bijziende mensen is het netvlies veel kwetsbaarder. Als zij de leeftijd bereiken waarop de huid gaat rimpelen, gaat ook de rek uit het bindweefsel in het oog, waardoor makkelijker uitbochtingen van het netvlies kunnen ontstaan.”

Verhoeven onderzocht het DNA van 60.000 mensen wereldwijd, en identificeerde 26 regio’s van genen die bijdragen aan bijziendheid. „Er zitten een aantal genen bij die actief zijn in de lichtgevoelige cellen van het netvlies. Ze zijn betrokken bij het doorgeven van het signaal om te groeien aan de ondergelegen bindweefsellaag. Ook vonden we genen die in het bindweefsel zelf de groei reguleren, en genen die de groei van het primitieve oog in het embryo beïnvloeden.”

Zelf is Virginie Verhoeven verziend, vertelt ze. „Hoewel ik hoogopgeleid ben en heel veel dichtbij heb moeten kijken tijdens mijn werk. Er zijn dus uitzonderingen op de regel. Mijn vader grapt dan altijd dat ik kennelijk niet hard genoeg gestudeerd heb. Maar misschien heb ik vroeger voldoende buitengespeeld, of heb ik gewoon minder risicogenen.”