‘Een kwart van de jongeren sluit hun deuren niet af als zij op vakantie gaan’

Dat werd vorige week op NPO Radio 2 gezegd

Illustratie Martien ter Veen
Illustratie Martien ter Veen Illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

4 juli is het zover. Dan breekt de zomervakantie weer aan. Voor de regio Noord tenminste, scholieren in de regio’s Midden- en Zuid-Nederland moeten respectievelijk een week en twee weken langer wachten voordat ze op vakantie kunnen.

Als je dan eenmaal op vakantie gaat, ben je altijd bang dat je iets vergeet. Tandenborstel, pyjama, zwemgerei? Check. En als je het toch vergeet, koop je het ter plekke. Nog voordat je vertrekt, vraag je de buren om de planten water te geven, de vissen te voeren en een oogje in het zeil te houden terwijl je weg bent. En je doet nog even een rondje door het huis: alles goed op slot gedaan?

Lang niet iedereen doet dat. Vorige week werd op NPO Radio 2 in het programma Gijs 2.0 gezegd dat een kwart van de jongeren onder de 30 jaar hun huis niet afsluit als ze op vakantie gaan.

Wij wilden weten of het echt zo slecht gesteld is met de jongeren en hun ‘afsluitgewoonten’ en checkten: gaat één op de vier jongeren op vakantie zonder hun deuren goed af te sluiten? (Dat wil zeggen: zonder de deur in het slot te draaien.)

Waar is het op gebaseerd?

Het cijfer komt uit een groter onderzoek van de Stichting Nationale Inbraakpreventie Weken, gedaan in 2015. Die stichting vroeg een representatieve steekproef van zo’n 1.100 deelnemers naar onder andere hun afsluitgewoontes. De vraag die de deelnemers moesten beantwoorden was: „Welke maatregelen treft u om uw woning tegen inbraak te beveiligen als u een weekendje/een week/langer dan een week weggaat?” Een van de antwoorden was: „Alle deuren goed afsluiten.”

En, klopt het?

We gaan op zoek naar vergelijkend onderzoek, maar vinden dat niet. Dus bellen we met experts. Het verbaast criminoloog Jan van Dijk (Universiteit van Tilburg) niet als we hem de stelling voorleggen. „Jongeren zijn inderdaad nonchalanter met beveiliging.”

Volgens hem heeft het niet alleen met de slordigheid van de jongeren te maken. Een groot gedeelte van deze jongeren woont in studentenhuizen. En deze huizen zijn slecht beveiligd, zegt Van Dijk. „In studentenhuizen kun je vaak niet eens je deur op slot draaien, daar trek je gewoon de deur achter je dicht.”

En, ongeacht de woonsituatie, geven jongeren minder geld uit aan beveiliging, volgens Van Dijk. Dat blijkt onder andere uit de Veiligheidsmonitor (2014), een rapport samengesteld uit data van het CBS en in samenwerking met het ministerie van Veiligheid en Justitie. Uit dit rapport blijkt dat jongeren (15-24 jaar) maar in 54 procent van de gevallen ‘veiligheidssloten’ hebben. In de leeftijdscategorie 45-64 jaar is dat 71,4 procent.

Emeritus hoogleraar strafrecht en criminologie Jan Nijboer deed in 2004 onderzoek naar inbraken bij Nederlandse studenten. Hij herkent het beeld dat Van Dijk schetst. „Het hang-en-sluitwerk in een studentenhuis is voor de gemiddelde huisbaas zo’n beetje het laatste waar hij geld in steekt.” Uit zijn onderzoek bleek dat meer dan de helft van de studenten hun eigen kamer niet afsluiten als ze voor korte tijd weggaan en slechts 24 procent sluit de voordeur goed af, dat wil zeggen dat de sleutel wordt omgedraaid, zodat de deur op het nachtslot zit. Op het moment dat studenten langer dan een dag weggingen, werden de percentages gemiddeld 10 procent hoger.

Conclusie

We gingen op zoek naar vergelijkbare onderzoeken die de stelling bevestigden danwel ontkrachtten. Die bleken er niet te zijn. Wat we wel vonden, waren cijfers die de stelling indirect ondersteunen en experts die zich kunnen vinden in de stelling. Bovendien: het onderzoek waarop het cijfer gebaseerd is, is representatief. We beoordelen de stelling daarom als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt