Arts moet open zijn over bijklussen

Artsenverenigingen vinden dat medici meer openheid moeten geven over banden met laboratoria.

Medici en wetenschappers moeten meer informatie verstrekken over hun banden met diagnostische laboratoria. Dat stellen de de Federatie Medisch Specialisten en de Nederlandse Vereniging voor Pathologie in reactie op de ophef rond Chris Meijer, een vooraanstaand patholoog. Deze krant meldde zaterdag dat de emeritus hoogleraar van het VUmc belangrijke nevenwerkzaamheden verzweeg bij werkgevers en wetenschappelijke tijdschriften.

De zaak-Meijer confronteert de medische sector met de vraag of de regels voor nevenactiviteiten wel streng genoeg zijn. Iedere arts mag in beginsel bijverdienen. Dit geldt voor de arts uit een maatschap die, fiscaal gezien, ondernemer is. En voor de arts in loondienst. Het is dikwijls verplicht nevenactiviteiten te openbaren. Vooral als het gaat om belangen die mogelijk een conflict opleveren met andere werkzaamheden. Welke regels gelden er?

Artseneed

In de artseneed, die gebaseerd is op de eed van Hippocrates (400 v. Christus), belooft de medicus zich „open en toetsbaar” op te stellen. Dit is van belang om de onafhankelijkheid van de arts te waarborgen en, anders, dat de buitenstaander op zijn minst kan zien met welke afhankelijkheden de arts te maken heeft. Deze norm is terug te vinden in een keur aan gedragsregels, richtlijnen en in de huisregels van werkgevers.

Transparantieregister

De financiële belangen van een arts kunnen geraadpleegd worden in het landelijke transparantieregister, een site van de zorgsector zelf. Vooralsnog betreffen dit alleen de relaties met de farmaceutische industrie, en de gegevens gaan niet over de huidige situatie, maar over de (financiële) belangen van een arts in een voorgaand jaar. Dat register voldoet dus niet, volgens de pathologen.

Academische normen

Veel medici zijn ook wetenschapper en hebben daarom te maken met academische normen. Dit is de achtergrond van de ‘Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling’. Deze gedragscode is ontwikkeld om het groeiende probleem van belangenconflicten van wetenschappers in de medische sector te ondervangen. Dat probleem is mede door overheidsbeleid groter aan het worden. De overheid moedigt het vermarkten en te gelde maken (‘vaporiseren’, in jargon) van wetenschappelijke vondsten aan.

Sterker: de wetenschappelijke wereld is voor haar onderzoek steeds afhankelijker geworden van het bedrijfsleven. De kans op een belangentegenstelling wordt groter: die kan onzakelijk gedrag en andere oneigenlijke beïnvloeding tot gevolg hebben. Daarom moeten medici volgens de door hen ondertekende code melden wat hun belangen zijn; de patenten en octrooien die ze bezitten; en wat voor andere relaties of bezittingen er zijn.

Het verzwijgen van zulke zaken levert vooral een probleem op tussen werkgever en werknemer. Ook de status van wetenschappelijke publicaties komt ter discussie te staan als een medicus of wetenschapper relevante belangen niet deelt.

Regels instellingen

De integriteitsnormen keren ook terug in de collectieve arbeidsovereenkomst voor universitaire medische centra. Daarnaast formuleren zorginstellingen, universiteiten en andere organisaties vaak hun eigen regels. Zo publiceert VUmc, waar de in opspraak geraakte patholoog Meijer werkzaam is, een lijst van nevenactiviteiten van zijn hoogleraren. Die lijst sluit aan bij de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. Op die manier kan de buitenstaander zich een oordeel vellen over de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van een onderzoeker.

Volgens de Regeling Nevenwerkzaamheden VUmc zijn onderzoekers verplicht iedere nevenactiviteit die tot mogelijke belangenconflicten kan leiden, te publiceren op de site van het VUmc. Chris Meijer deed dat niet. Financiële belangen die een conflict kunnen opleveren moeten ook op die manier gemeld worden. Daar moeten onderzoekers ook openbaar maken welke partijen hun onderzoek financieren. Daarmee is een mogelijk belangenconflict niet opgelost, maar de wijdverbreide bekendheid van al deze belangen zijn relevant als vertrekpunt om vragen te stellen, stelt het VUmc.