Wie een staatsbedrijf leidt, moet moraalridder durven zijn

NS-baas Huges moest weg. Met strengere normen wil minister Dijsselbloem nu nieuwe affaires voorkomen.

Staatsdeelneming Schiphol.
Staatsdeelneming Schiphol. Foto Remko de Waal / ANP

U bent wellicht een klant, maar u bent zeker eigenaar. Indirect eigenaar, dat wel, want bedrijven als NS, ABN Amro, KLM, Schiphol en een trits in de energiesector (TenneT, Gasunie) zijn staatsbedrijven.

Een aantal trekt de aandacht om de verkeerde reden: affaires.

Een kleine greep. NS kampt met het gedwongen vertrek van topman Timo Huges en de parlementaire enquête naar de Fyra. De NS-organisatie komt daarin naar voren als een ongeordende coalitie van elkaar én politiek Den Haag bestrijdende stammen.

Maar denk ook aan de beloningsrel bij staatsbank ABN Amro. Aan het politieke rumoer over de beloning van de nieuwe topman van staatsbedrijf ProRail. Aan de toekomst van staatsdeelnemingen KLM en Schiphol in de luchtvaartsector. Of aan de vraag of de staatsbedrijven in de energiewereld, TenneT en Gasunie, na meer of minder grote missers over de grens, opnieuw kapitale investeringen in het buitenland mogen doen.

Wat doen de topmanagers van de staatsbedrijven met het publieke kapitaal en hoe controleert minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) namens de staat wat zij doen? De vragen staan prominent op de publieke agenda. Volgende week debatteert de Tweede Kamer met Dijsselbloem over de staatsdeelnemingen.

Staatsbedrijven hebben geen monopolie op falen. Beursgenoteerde bedrijven als bouwbedrijf Ballast Nedam, technisch dienstverlener Imtech, winkelketen Macintosh en ingenieursbureau Grontmij moesten hun heil zoeken in redding door banken en beleggers, uitverkoop van ‘kroonjuwelen’ of verkoop aan een buitenlandse partij.

Maar staatsbedrijven zijn wel een andere categorie dan bovenstaande voorbeelden. Allereerst hebben zij één of enkele aandeelhouders. Er is niet, zoals bij beursgenoteerde ondernemingen, sprake van een versnipperde aandeelhoudersbasis waarin topmanagers lang hun gang kunnen gaan. Op papier kan een eigenaar bij een staatsbedrijf eerder ingrijpen of zelfs gevaarlijke acties, zoals buitenlandse overnames, voorkomen.

Ten tweede staat er publiek kapitaal op het spel. Dat betekent dat Kamerleden, Algemene Rekenkamer en media meekijken en er aan verantwoording hoge eisen worden gesteld. Ten derde hebben staatsbedrijven nogal eens een monopolie, zodat een klant niks heeft te kiezen. En dus niet ‘met de voeten’ kan stemmen door ergens anders te winkelen.

Om die drie redenen liggen zij altijd onder het vergrootglas. Zeker bij affaires als die bij NS. En in reactie daarop zie je minister Dijsselbloem een steeds assertievere aandeelhouder worden.

Het meest vergaande voorbeeld is zijn brief aan de Tweede Kamer van tien dagen geleden waarin hij het vonnis velt over Huges. Die raakte het vertrouwen van de NS-commissarissen, onder leiding van ex-Vopak bestuursvoorzitter Carel van den Driest, en van Dijsselbloem kwijt na een complex van overtredingen bij de ‘aanbesteding van het decennium’ van openbaar vervoer in Limburg.

In zijn brief aan de Tweede Kamer formuleert Dijsselbloem concrete, nieuwe normen voor goed bestuur bij staatsdeelnemingen. En die gaan wel wat verder dan netjes op de winkel passen en geen domme dingen doen. „Bestuurders dienen voor te gaan in een cultuur waarbij ruimhartige uitvoering van wet- en regelgeving binnen hun onderneming de norm is”, schrijft de minister. „Daar hoort alertheid op onethisch en normloos handelen binnen hun organisatie bij. Ook moeten bestuurders uitstralen dat zij verwachten dat medewerkers niet de randen van wet- en regelgeving opzoeken.” Kortom: naast leiders moeten zij ook moraalridders (willen) zijn.

Persoonlijk verantwoordelijk

Met deze norm haalt Dijsselbloem een recent kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer rechts in. De Rekenkamer concludeerde twee maanden geleden dat de overheid als aandeelhouder haar zeggenschap effectiever moet regelen, grote investeringen bij staatsdeelnemingen scherper in het oog moet houden en de Tweede Kamer beter moet informeren.

In zijn brief maakt Dijsselbloem topmanagers bij staatsbedrijven persoonlijk verantwoordelijk. In het Kamerdebat over het vertrek van Huges noemde hij wat voorbeelden. Hij wil als aandeelhouder tijdiger geïnformeerd worden over (dreigende) calamiteiten. Hij wijst twijfelachtige fiscale constructies af, zoals de ‘vluchtroute’ van NS via Ierland. En hij ziet toe op formele én persoonlijke verantwoordelijkheid van een topman. Wie bovengemiddeld verdient, moet zich ook bovengemiddeld bewijzen.

Dijsselbloems expliciete normen voor een staatsbedrijf zijn ook een waarschuwing voor de top van het héle bedrijfsleven. Normen voor goed bestuur hebben zeggingskracht waaraan ook topmannen van beursgenoteerde bedrijven, grote coöperaties en ondernemingen van private-equityfinanciers gehouden worden.