Het Uur U

Waarom het nu écht spannend wordt voor Griekenland

Foto EPA

Crisissfeer over Griekenland, afgelopen weekend in Brussel. Onderhandelaars uit Athene, van de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Centrale Bank (ECB) werkten de hele zaterdag en zondag door.

Maar wat wil dit zeggen? Op elke golf van opwinding volgt bijna automatisch de ontnuchtering: er is een deadline, uit Brussel klinkt het paniekerig dat “elke dag telt”, de deadline wordt niet gehaald, beschuldigingen gaan over en weer.

Daarom brengt NRC Q vandaag de Grexitbingo, met alle clichés uit het dossier Griekenland op een rij.featured-bingo-1024x450

Maar deze week is anders; juist deze week kan de temperatuur flink gaan oplopen. Vijf redenen waarom een ontknoping – of een uitbarsting – aanstaande lijkt te zijn.

1. Rekken gaat niet meer

De deadline die nu nadert voor Griekenland om ruim anderhalf miljard euro terug te betalen (1 juli) is harder dan eerdere deadlines.

Op 11 mei en op 5 juni moest Griekenland bijvoorbeeld honderden miljoenen euro’s terugbetalen aan het IMF en kon dat eigenlijk niet – maar het land kwam weg met wisseltrucs en uitstelregelingen. 1 juli is anders. Dan moet er in totaal 1,6 miljard euro écht aan het IMF zijn terugbetaald. Bovendien loopt dan formeel het hulpprogramma van de Europese Unie af: zonder akkoord over de bezuinigingen en hervormingen die Athene moet doorvoeren, vervalt de 7,2 miljard euro die het kan krijgen. Omdat dit akkoord nog door nationale parlementen moet, ligt de deadline feitelijk eerder. De vergadering van de Eurogroep van ministers van Financiën, aanstaande donderdag, is cruciaal.

2. Hoogste politieke niveau is bereikt

Zelfs de EU-leiders komen er niet uit. De Grieken hebben tot nu toe vooral op een ‘lager niveau’ onderhandeld, met technische experts. Maar na een ontmoeting op 1 juni tussen Angela Merkel, de topmensen van de ECB (Mario Draghi), het IMF (Christine Lagarde) en de Europese Commissie (Jean-Claude Juncker) werd een compromis afgewezen door de Griekse premier Tsipras. En zijn ontmoetingen met Juncker, Merkel en de Franse president Hollande vorige week, leverden ook niets op.

3. Schuldeisers raken onderling verdeeld

Van de 7,2 miljard euro noodsteun die Griekenland kan krijgen, is ongeveer de helft afkomstig van het IMF. Maar hoe lang doet het nog mee? Niet-Europese leden van het fonds vinden dat de Griekse kwestie lang genoeg heeft geduurd en dat Europa zijn eigen boontjes moet doppen. Het IMF zou hebben geëist dat de EU een deel van de schulden kwijtscheldt, zoals ook Tsipras wil. Maar dat ligt gevoelig bij Europese politici die hebben beloofd dat elke cent zal worden terugbetaald.

4. Kans op ongelukken neemt toe

Een tussenoplossing is zeker denkbaar. Als Griekenland een beginnetje maakt met hervormingen, kan alvast een deel van de noodsteun worden overgemaakt. Maar eind vorige week bleek dat eurolanden voor het eerst serieus hebben gesproken over de mogelijkheid dat Griekenland deze maand het IMF níet kan terugbetalen. Dan zou sprake zijn van een default, het in gebreke blijven van Griekenland bij een schuldeiser. Dat betekent niet automatisch een Grexit, maar het is hoe dan ook riskant. Onduidelijk is hoe financiële markten zullen reageren. Er kan een bankrun komen. Of de leiders van de eurolanden kunnen onder politieke druk raken om dan maar een Grexit in te luiden.

5. Griekse economie in vrije val

Hoe onzekerder het lot van Griekenland wordt, hoe meer geld het land uitstroomt: huishoudens en bedrijven stallen hun kapitaal in het buitenland. De ECB ‘compenseert’ de kapitaaluitstroom met noodleningen aan Griekse banken. Maar binnen het ECB-bestuur groeit het verzet: het risico kan te groot worden, zeker bij een default. Intussen is in Griekenland het geld op: de overheid stelt allerlei uitgaven uit om pensioenen en lonen te kunnen betalen. De prille groei van vorig jaar is omgeslagen in krimp. De werkloosheid stijgt ook weer, naar 26,5 procent in het eerste kwartaal van dit jaar.