Tsipras moet in Brussel vechten, en in Athene

De Griekse premier Tsipras probeert in Brussel de toekomst van zijn land veilig te stellen. Maar in Athene is de weerstand groot. Compromissen, daar houdt zijn partij niet van.

Zoe Konstantopoulou hanteert haar eigen politieke agenda. Als de politie een straat in het centrum afzet in verband met een demonstratie komt de jonge parlementsvoorzitter met camera’s in haar kielzog naar buiten om vrije doorgang voor het volk te eisen.

De leider van haar partij Syriza, premier Alexis Tsipras, wordt in Brussel onder zware druk gezet. Zoe, Grieken kennen haar bij haar voornaam, haalt het nieuws door de politie die het parlement bewaakt te verbieden om nog op het parlementsterrein naar het toilet te gaan. Dat mag alleen als ze hun uniform, insignes en wapens bij de ingang achterlaten.

De partij is verdeeld: de premier onderhandelt, de achterban mort

Syriza, nog geen half jaar aan de macht, is een partij met meerdere gezichten geworden. Premier Tsipras reist naar Brussel en wordt daar gedwongen pragmatisch te zijn en pijnlijke bezuinigingen te accepteren. Intussen opereert Zoe Konstantopoulou vanuit het zandgele parlementsgebouw aan het Syntagmaplein (Grondwetplein) in Athene als het zuivere geweten van de partij en hoeder van de democratie.

Donderdag, niet toevallig tegelijk met de Eurogroepvergadering over Griekenland, presenteert de verbeten juriste de voorlopige conclusies van de door haar voorgezeten Waarheidscommissie. Die commissie heeft de afgelopen maanden hoorzittingen gehouden over de ontwikkeling van de problematische Griekse staatsschuld. Die is nu ongeveer net zo hoog (312 miljard euro) als aan het begin van de crisis, terwijl de economie met een kwart is gekrompen.

In de commissie zitten tegenstanders van de internationale kredieten en bezuinigingspolitiek. Wetenschappelijk coördinator is een bekende Belgische pleitbezorger van schuldenkwijtschelding voor Derde Wereldlanden, Eric Toussaint. De conclusies staan vooraf vrijwel vast. Zoe Konstantopoulou spreekt geregeld van de schuld als ‘onrechtmatig’ of ‘illegaal’. En daarom als iets wat niet terugbetaald hoeft te worden.

Met haar niet aflatende kritiek en uitgesproken meningen maakt de jurist en mensenrechtenactivist Konstantopoulou het de leiding van haar eigen partij moeilijk. Door de frequente mediaoptredens van de parlementsvoorzitter wordt binnen de partij gevreesd dat ze zich klaarstoomt om een afsplitsing van Syriza te leiden.

Met een akkoord in Brussel is de premier nog niet klaar

Als het al lukt deze week tot een akkoord te komen met de andere eurozone-landen en het IMF, staat premier Tsipras voor de niet geringe opgave dat aan zijn eigen partij te verkopen. De weerstand is groot en aan interne partijdemocratie wordt veel waarde gehecht. Een deel van Syriza beschouwt compromissen sluiten als inleveren op principes en daardoor per definitie als negatief, iets waar ze tegen zullen stemmen in het parlement.

„In het geval van een in onze ogen slecht, maar niet catastrofaal akkoord verliezen we misschien een aantal mensen, maar valt de partij niet uit elkaar”, voorspelt Yiorgos Tsipras, neef van de premier en topambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken. En een catastrofaal akkoord? „Dan is er dus geen akkoord.”

Yiorgos Tsipras behoort tot wat binnen de partij de groep van de ‘presidentiëlen’ wordt genoemd. Dat is de tot compromis bereide pragmatische vleugel van de premier en zijn naaste adviseurs. Intern nemen ze het op tegen principiële communisten zoals de minister voor Energie en hardliners als Zoe Konstantopoulou.

Nu ze regeren merken ze pas hoe weinig invloed ze hebben

Een groot deel van het partijkader worstelt zichtbaar met het verenigen van hun overtuigingen met de harde realiteit. Regeren is een steile leercurve, geeft Andreas Karitzis toe. Hij is lid van het centrale comité van de partij en het wetenschappelijk bureau van Syriza en een goede vriend van de premier. „We hadden de collectieve illusie dat we alleen de verkiezingen hoefden te winnen om de regels te veranderen. En dat dan zou worden gerespecteerd”, vertelt hij in een sober kantoor op het partijbureau in Athene. „Dat is niet het geval.”

De partijbestuurders zien nu van dichtbij hoe bijvoorbeeld grote investeringsgroepen te werk gaan. Die laten onderzoeken uitvoeren, plannen schrijven en lobbyen daarvoor, beschrijft Karitzis. Pas in het allerlaatste stadium komt de wetgever er nog aan te pas. „Daar kunnen we van leren. We moeten ons anders organiseren.”

Syriza, een fusie van splintergroeperingen, is echter een traditionele politieke partij. Het grote centraal comité bestaat uit bevlogen marxisten, socialisten, groenen en trotskisten die graag debateren en schrijven over hun idealen. Theoretici die zelden in aanraking zijn geweest met het bedrijfsleven. Mede daardoor weet de partij, nu ze de macht heeft, weinig concrete alternatieven te presenteren voor bestaand beleid.

Financieel experts die de EU, ECB en IMF bijstaan, klagen dat er helemaal geen voorstellen van de Grieken zijn om door te rekenen of om op te reageren. Alle gesprekken draaien louter om politiek.

Binnen Syriza overheerst inmiddels het gevoel met de rug tegen de muur te staan. Een keuze tussen slachtoffers maken om de begroting kloppend te krijgen. Of slachtoffers maken door voor vrijheid en democratie te vechten en mogelijk de verantwoordelijkheid te moeten dragen voor uittreding uit de euro, zegt Karitzis. Voor beide is de partij nog niet klaar.