Nu wordt het hoog tijd dat de beoogde superster Vivianne Miedema opstaat

Kan de Nederlandse ploeg zich vannacht herstellen tegen het sterke thuisland Canada?

Vivianne Miedema, hier in actie tegen China: „Het liep niet. Maar we moeten ook niet overdrijven. Ik was en ben fit.”
Vivianne Miedema, hier in actie tegen China: „Het liep niet. Maar we moeten ook niet overdrijven. Ik was en ben fit.” Foto Erich Schlegel/USA TODAY Sports

Terwijl buiten de clochards van Montréal hun roes uitslapen voor de deur van de nabije daklozenopvang, zijn binnen in viersterrenhotel W twee mensen aangeschoven die juist een opgeruimde indruk maken. Niet alleen vergeleken met de minderbedeelden om de hoek, vooral vergeleken met de dagen voor hun trip naar Franstalig Canada.

De een, bondscoach Roger Reijners, blijkt deze zaterdagochtend een man van iets meer woorden. Hij was twee dagen geleden nog totaal overrompeld door het verlies tegen China (1-0), maar na het bekijken van de beelden draait hij niet meer om de hete brij heen. „Ik heb de bui ook zien hangen. We hinkten als ploeg op twee gedachten”, zegt hij tijdens het eerste persmoment in de nieuwe speelstad.

Pijnstillers

De ander is spits Vivianne Miedema. „Volgens mij heb ik alles wel gehad voor de rest van het toernooi”, zegt ze droogjes. De speelster van Bayern München slikte pijnstillers tegen een voetblessure, kreeg last van migraine en werd mede door geroezemoes rond haar persoon enkele dagen uit de media gehouden.

Ineens was ze de Arjen Robben van het Nederlands vrouwenelftal: een middelpunt van speculatie, twijfel en hoop. Ongevraagd, maar zo werkt dat wanneer de beoogde sterspeelster van dit WK een lome indruk maakt. Miedema: „Het liep niet. Maar we moeten ook niet overdrijven. Ik was en ben fit.”

Donderdag was het niet te zien. Ze kon niet de gewenste extra stap doen in een wedstrijd waarin alle zwaktes van het Nederlands team waren blootgelegd. Op keepster Sari van Veenendaal na verdiende niet één speelster een voldoende. Ze verloren veelvuldig de bal, dekten niet kort genoeg en creëerden amper kansen.

Weg euforie in eigen land. Tenietgedaan door een treurspel waar in Nederland 431.000 mensen naar hadden gekeken. Toen wel. De vraag is hoeveel van hen komende nacht voor de tv zitten als Oranje zich tegen gastland Canada hoopt te kwalificeren voor een plek in de achtste finale, om 1.30 Nederlandse tijd in het Olympisch Stadion van Montreal.

Romanticus

Bleven de mensen eindelijk op voor vrouwenvoetbal, werden ze flink teleurgesteld. De speelsters werden overrompeld, evenals hun coach. Reijners was op de persconferentie na afloop bijna stilgevallen door een gebrek aan tekst. Hij hoefde niet meer in het Engels te praten, maar ook in zijn moedertaal volgde geen rauwe emotie, sensationele hartenkreten of uitbarsting van woede. Eén keer sprak hij in Canada vanuit zijn hart. Dat was toen het kunstgras op dit WK ter sprake kwam en hij zei dat er niets boven een laken van echt gras ging. „Of ben ik nu een romanticus?”

Het is de huisstijl van een bondscoach die niet de meest ideale verkoper lijkt voor een tak van sport die in Nederland nog klein is. Een sterke man (of vrouw) met een kleurrijk profiel dringt huiskamers binnen, deze zachte Limburger een stuk minder.

Toch is aan hem de taak om zijn afgeblufte ploeg mentaal op te peppen voor het duel met Canada. Ter kennisgeving: die wedstrijd wordt mogelijk bezocht door 66.000 Canadezen. „Ik geloof dat het allemaal draait om voetbal”, antwoordt Reijners als het woord ‘motiveren’ valt.

Geestelijke voorbereiding vindt hij minder belangrijk dan zijn collega John Herdman van Canada. Die wordt in de Canadese pers afgeschilderd als een detailmaniak die voor het toernooi elke situatie heeft nagebootst met zijn speelsters. Inclusief het sneue bericht dat ze op de reservebank zouden beginnen in de openingswedstrijd. Reijners: „Ik denk dat je iedere keer op voetbal moet blijven terugvallen. Daar blijf ik achter staan. We hebben een speelwijze en iedereen weet wat die op zijn positie moet doen. Dat moet je uitvoeren. Je moet de dingen met elkaar blijven doen.”

Tweespalt

Reijners beoogt eenheid, maar in plaats daarvan bespeurde hij tegen China tweespalt in zijn ploeg. Speelsters zaten niet op één lijn. Voorin deden ze een extra stap vooruit om te winnen, achterin trokken ze zich juist terug om vooral niet verliezen. Kennelijk was zijn boodschap niet doorgedrongen: 0-0 was ook goed.

Dat niemand de twee intenties kon omvormen tot één, bracht een ander onvermogen aan het licht: het gebrek aan sturing binnen de ploeg. Oranje lijkt een speelster te missen die al zover is dat ze het aandurft om een team haar wil op te leggen. Een type zoals de hockeysters hadden met Minke Booij, die dezer dagen in Canada aanwezig is in haar nieuwe rol als manager vrouwenvoetbal bij de KNVB. Verhief zij haar stem, dan werd het stil. De Nederlandse vrouwen hebben met Dyanne Bito, Kirsten van de Ven en Anouk Hoogendijk dertigers mee, maar zij zitten op de bank. En dat blijft zo, zegt de bondscoach.

Hij ziet het punt niet. In zijn ogen is het juist de kracht van het team dat niemand zich duidelijk manifesteert als leider. Bovendien, stelt Reijners, heeft de basisploeg genoeg ervaring. „Sherida Spitse heeft meer dan honderd interlands gespeeld, Mandy van den Berg meer dan vijftig”, pareert hij. „Ervaring zit hem vooral in de duels die je hebt gespeeld en in dingen die je daarin hebt gedaan, en dingen die je daaruit hebt geleerd.”

Het is de soms onnavolgbare voetbaltaal die Reijners spreekt. Niet de taal van zijn spits Miedema. „We moeten vooraf gewoon betere afspraken maken”, zegt ze. Zelf had ze naar eigen zeggen gepoogd de problemen in het veld te corrigeren. „Ik denk dat ik daar de afgelopen wedstrijd mee bezig ben geweest. Je merkt dat ze achterin wat anders wilden dan wij voorin.”

Zij wil vanavond opstaan. Laten zien dat Oranje beter is dan na donderdag wordt verondersteld. Zoetsappige taal over de pracht van een eerste WK? Niks voor haar. „Ik ben hier niet gekomen om te genieten.”