Nee, echt, dit wordt dé week voor Griekenland

Gisteravond ging het weer mis: overleg tussen Griekenland en zijn schuldeisers leverde niets op. Voor de zoveelste keer. Het wordt nu echt spannend. Donderdag wordt een cruciale dag.

Illustratie Boudewijn van Diepen
Illustratie Boudewijn van Diepen Illustratie Boudewijn van Diepen

Crisissfeer over Griekenland, afgelopen weekend in Brussel. Onderhandelaars uit Athene, van de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Centrale Bank (ECB) werkten de hele zaterdag en zondag door.

Een gesprek, gisteravond, tussen Griekenland en zijn geldschieters liep (weer) op niets uit. Na drie kwartier vertrokken de partijen, zonder dat een akkoord was bereikt. Anonieme bronnen rond de Europese Commissie spraken van „aanzienlijke verschillen van mening” en dat de Griekse voorstellen „nog steeds incompleet” zijn. Vanuit het Griekse kamp werd gezegd dat de eisen die werden opgelegd „irrationeel” zijn.

En nu? Op elke golf van opwinding volgt bijna automatisch de ontnuchtering: er is een deadline, uit Brussel klinkt het paniekerig dat „elke dag telt”, de deadline wordt niet gehaald, beschuldigingen gaan over en weer.

Maar deze week is anders; juist deze week kan de temperatuur flink gaan oplopen. Vijf redenen waarom een ontknoping – of een uitbarsting – aanstaande lijkt te zijn.

1 Rekken gaat niet meer, donderdag is er een cruciaal overleg

De deadline die nu nadert voor Griekenland om ruim anderhalf miljard euro terug te betalen (1 juli) is harder dan eerdere deadlines.

Op 11 mei en op 5 juni moest Griekenland bijvoorbeeld honderden miljoenen euro’s terugbetalen aan het IMF en kon dat eigenlijk niet – maar het land kwam weg met wisseltrucs en uitstelregelingen.

1 juli is anders. Dan moet er in totaal 1,6 miljard euro écht aan het IMF zijn terugbetaald. Bovendien loopt dan formeel het hulpprogramma van de Europese Unie af: zonder akkoord over de bezuinigingen en hervormingen die Athene moet doorvoeren, vervalt de 7,2 miljard euro die het kan krijgen.

1 juli is pas over twee weken, maar omdat dit akkoord nog door nationale parlementen moet, ligt de deadline feitelijk eerder. De vergadering van de zogenoemde Eurogroep van ministers van Financiën (onder leiding van minister Dijsselbloem), aanstaande donderdag, is cruciaal.

2 Hoogste politieke niveau is bereikt

Inmiddels zijn de onderhandelingen over Griekenland chefsache – een zaak van de bazen, van de EU-leiders zelf. En zelfs die komen er niet uit. De Grieken hebben het altijd vernederend gevonden dat ze op een ‘lager niveau’ moesten onderhandelen, met technische experts. De toekomst van Griekenland in Europa is volgens hen een zaak voor het allerhoogste politieke niveau. Onlangs kreeg de Griekse premier Alexis Tsipras zijn zin: op 1 juni hield bondskanselier Angela Merkel in Berlijn onverwacht overleg met de topmensen van de ECB (president Mario Draghi), het IMF (voorzitter Christine Lagarde) en de Europese Commissie (voorzitter Jean-Claude Juncker). Een compromis werd door Juncker voorgelegd aan Tsipras. Eerst leek Tsipras dit te verwelkomen, kort daarna wees hij het fel af. Dit was een klap in Junckers gezicht, die geldt als bemiddelaar en de ‘vriend’ van de Grieken. Toen Tsipras daarna Juncker belde, weigerde deze de telefoon op te nemen. Vorige week had Tsipras ontmoetingen met Juncker, Merkel en de Franse president Hollande, maar die leverden niets op.

3 Schuldeisers raken onderling verdeeld

Van de 7,2 miljard euro noodsteun die Griekenland kan krijgen, is ongeveer de helft afkomstig van het IMF. Maar hoe lang doet het nog mee? Niet-Europese leden van het fonds vinden dat de Griekse kwestie lang genoeg heeft geduurd en dat Europa zijn eigen boontjes moet doppen. Bovendien zijn de IMF-statuten duidelijk over de voorwaarden voor noodsteun: dit kan alleen als de schulden van een land houdbaar zijn. En bij Griekenland zijn daar steeds meer twijfels over: de economie is weer in een negatieve spiraal gekomen. Het IMF zou hebben geëist dat de EU een deel van de schulden kwijtscheldt, zoals ook Tsipras wil. Maar dat ligt gevoelig bij Europese politici die hebben beloofd dat elke cent zal worden terugbetaald.

4 Kans op ongelukken neemt toe

Eind vorige week bleek dat de eurolanden voor het eerst serieus hebben gesproken over de mogelijkheid dat Griekenland deze maand het IMF níét kan terugbetalen. Dan zou sprake zijn van een zogenoemde ‘default’, het in gebreke blijven van Griekenland bij een schuldeiser. Het IMF-bestuur moet zo’n default officieel vaststellen en heeft hiervoor 30 dagen tijd. Extra tijd dus. Een default betekent ook niet automatisch een Grexit, een Griekse euro-uittreding. Maar een default is hoe dan ook riskant. Onduidelijk is hoe financiële markten zullen reageren. Er kan een bankrun komen. Of de leiders van de eurolanden kunnen onder politieke druk raken om dan maar een Grexit in te luiden.

5 Griekse economie in vrije val

Hoe onzekerder het lot van Griekenland wordt, hoe meer geld het land uitstroomt: huishoudens en bedrijven stallen hun kapitaal in het buitenland. Sinds begin dit jaar hebben Griekse banken meer dan 30 miljard euro aan tegoeden verloren. De ECB ‘compenseert’ de kapitaaluitstroom met noodleningen aan Griekse banken (meer dan 80 miljard euro sinds februari). Maar binnen het ECB-bestuur groeit het verzet: het risico kan te groot worden, zeker bij een default. Intussen is in Griekenland het geld op: de overheid stelt allerlei uitgaven uit om pensioenen en lonen te kunnen betalen. De prille groei van vorig jaar (na vijf jaar recessie die Griekenland een kwart armer maakte) is omgeslagen in krimp. De werkloosheid stijgt ook weer, naar 26,5 procent in het eerste kwartaal van dit jaar.