Naar Khartoem of richting Den Haag?

De Soedanese president Bashir was in Zuid-Afrika voor een top, maar mag het land nu niet verlaten. De rechter kijkt of hij moet worden uitgeleverd aan het Internationaal Strafhof in Den Haag.

De Soedanese president Omar al-Bashi bij de top van de Afrikaanse Unie. Op hetzelfde moment besloot de rechter dat hij Zuid-Afrika nu niet mag verlaten. Foto Gianluigi Guercia / AFP
De Soedanese president Omar al-Bashi bij de top van de Afrikaanse Unie. Op hetzelfde moment besloot de rechter dat hij Zuid-Afrika nu niet mag verlaten. Foto Gianluigi Guercia / AFP

Het moest een demonstratie van superieure zelfverzekerdheid worden. Even na zessen landde het vliegtuig van de Soedanese president Omar al-Bashir zaterdagavond op de militaire vliegbasis Waterkloof bij Pretoria in Zuid-Afrika. De 71-jarige leider kon ongestoord zijn opwachting maken op de feestelijke 25ste top van de Afrikaanse Unie in Johannesburg, was hem verzekerd.

Maar het liep anders. Bashir, al meer dan 25 jaar de sterke man van Soedan en in april nog met overgrote meerderheid herkozen voor een nieuwe ambtstermijn, hoort pas vandaag van een Zuid-Afrikaanse rechter of hij terug mag vliegen naar Khartoem. Of dat hij wordt uitgeleverd aan het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dat heeft twee arrestatiebevelen tegen hem lopen, een uit maart 2009 en een uit juli 2010, wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, begaan in de West-Soedanese regio Darfur.

Toen bekend werd dat Bashir naar Johannesburg wilde afreizen, herinnerde het Strafhof Zuid-Afrika aan zijn verplichting hem te arresteren en uit te leveren. Het land trad in november 2000 formeel toe tot het Strafhof. Gisteren liet de rechter weten dat Bashir in ieder geval tot vandaag in het land moet blijven, totdat mensenrechtenadvocaten hun argumenten op tafel hebben gelegd.

Zo gebeurde het dat Bashir lachend op de foto ging met 53 andere staatshoofden in het conferentiecentrum in Sandton bij Johannesburg, terwijl verderop de rechter een decreet uitvaardigde aan alle grensbeambten in het land om hem zo nodig tegen te houden. „We doen dit niet alleen voor de slachtoffers van mensenrechtenschendingen begaan door regeringen. Maar ook voor Zuid-Afrikanen, om te voorkomen dat hun land een toevluchtsoord wordt voor mensenrechtenschenders”, zegt Caroline James, advocaat van het Southern Africa Litigation Centre dat de rechtszaak aanspande.

Weerstand tegen Strafhof

De hartelijke ontvangst van Bashir door de Afrikaanse leiders tekent de zwakte van het Internationaal Strafhof, dat geen eigen politiemacht heeft om verdachten op te pakken. In Afrika is de weerstand tegen het Hof sterk gegroeid, vooral omdat tot dusver alleen Afrikaanse zaken aanhangig zijn gemaakt. Bashir is het eerste zittende staatshoofd dat is aangeklaagd. Ook president Kenyatta van Kenia werd vervolgd, maar de aanklacht tegen hem dateerde nog van voor zijn presidentsschap. In december moest de Gambiaanse hoofdaanklager van het Hof, Fatou Bensouda, de zaak tegen hem opgeven omdat ze de bewijzen niet rond kreeg.

Maar niet alleen het prestige van het Strafhof is in het geding. Het was de Veiligheidsraad die in maart 2005 ‘Darfur’ op het bordje van het Strafhof legde. Sindsdien heeft de Veiligheidsraad - met de VS, China en Rusland als permanente leden die zelf niet zijn aangesloten bij het Strafhof - niets gedaan om Bashir te kunnen arresteren. Op 12 december vorig jaar, zes dagen nadat de zaak tegen Kenyatta werd stopgezet, liet aanklager Bensouda weten haar onderzoek in Darfur stil te leggen wegens passiviteit van de Veiligheidsraad.

In de wandelgangen van de top in Johannesburg werden gisteren pamfletten verspreid van Justice Denied, het boek van David Hoile. Daarin noemt de schrijver het Strafhof een „racistisch en corrupt” instituut en „een instrument van Europees buitenlands beleid dat zich exclusief richt op Afrika”. De Zuid-Afrikaanse regeringspartij ANC echode zondagmiddag die gevoelens. Het ANC claimt dat het Stafhof „niet langer het doel dient waarvoor het is opgericht”. De partij riep de Verenigde Naties op de statuten van het Strafhof zo aan te passen dat het „alle leden van de Verenigde Naties aangaat”, dus ook de landen zich niet hebben aangesloten.