‘Ik wil bewonderd worden’

Hij werkt hard, maar hij reist ook de zon achterna. Ilja Gort combineert zijn wijngaard met het schrijverschap. „Veel dingen overkomen mij.”

Illustratie Enkeling
Illustratie Enkeling

Een wijnchateau runnen, wijn maken, boeken schrijven, columns schrijven, een eigen televisieserie. Waarom maak je je zo druk? Om je spoor te trekken in de eeuwigheid? Dat kun je shaken. Alles raakt immers vergeten.

„Nou, boeken zijn toch blijvend?”

Nee hoor, ook een boek vervaagt. Tenzij je Julius Caesar bent of Socrates, en dat zit er bij jou bepaald niet in. Dus wat wil je?

„Ja, merde! Weet ik veel! Gewoon! Laten zien wat ik kan! Noem het prestatiedrift. Of nee, ik wil wat iedereen wil: bewonderd worden!”

En wanneer houdt dat op?

„Niet. Als ik om me heen kijk zie ik nooit iemand die ermee ophoudt. Ja, boekhouders en stratenmakers, maar iedereen die een beroep heeft waar glorie vanaf straalt, wil door. Monty Python, over de zeventig en een indrukwekkend theatraal spektakel opvoeren voor 16.000 mensen. Of de Stones, zie Mick Jagger rondspringen op zijn 71ste. Niemand stopt, iedereen wil door tot het eind.”

Maar wat doe je van al die dingen nou het liefst?

„Schrijven. Mooie zinnen schrijven en daar de tijd voor nemen.”

Dus tóch de eeuwige roem?

„Nee, roem interesseert me geen reet. Ik wil een boek schrijven waar ik trots op ben. Mijn thriller Château Fatale is zo’n boek. Het lullige is alleen dat als zo’n boek af is, ik alles op alles moet zetten om ervoor te zorgen dat het door zoveel mogelijk mensen wordt gelezen.”

Lijkt me heel vermoeiend allemaal, dat najagen van succes.

„Ik heb het lang niet altijd nagejaagd. Veel dingen overkomen mij. Twintig jaar geleden zette ik mijn handtekening onder het koopcontract van een middeleeuws wijnkasteel in Bordeaux. Dat was niet mijn schuld. Ik was wilsonbekwaam, want tot over mijn oren verliefd op dat woestromantische kasteel. Ik had geen flauw benul dat ik met die handtekening mijn hoofd in de strop stak.”

Het heeft je anders geen windeieren gelegd.

„Ik heb er mijn leven aan geofferd en dat heeft me veel gebracht. Het overleven in dit paradijselijke stukje aarde heb ik inmiddels redelijk onder de knie. Samen met de wijnboerenminnares geniet ik dagelijks van dit stukje Frankrijk waar het leven zo heerlijk traag gaat.”

Je hebt er een hele stapel boeken over geschreven.

„Ook dat is me overkomen. Mijn eerste boek, Leven als Gort in Frankrijk, over mijn belevenissen als wijnboer, werd een hit. Misschien omdat iedere Nederlander eigenlijk wijnboer in Frankrijk wil worden. Inmiddels zijn er meer dan een kwart miljoen exemplaren van verkocht. Vanzelfsprekend vroeg de uitgever om meer. Na tien min of meer autobiografische boeken wilde ik kijken of ik ook fictie kon schrijven. Dat werd mijn roman De geluksvogel.”

Gelukt?

„Half. Ik slaagde er niet in het autobiografische er uit te houden; het werd een fantasie over het conflict tussen mijn ideaal en mijn schrikbeeld.”

Wat was dat schrikbeeld?

„Dat mijn idyllische liefdeskasteeltje zou vercommercialiseren.”

Dat is toch ook gebeurd?

„Uiteindelijk wel, ja. Maar op een andere manier dan in dat boek. In de begintijd werd ik elke nacht zwetend wakker. ‘Hoe kom ik in godsnaam van die vijftigduizend flessen wijn af?’ En elk jaar kwamen er vijftigduizend flessen bij! Gek werd ik ervan. We hebben zeker tien jaar lang getobd voordat de zaak een beetje begon te lopen. Maar het boek deed het goed en werd regelmatig herdrukt. Dus wilde ik een tweede roman, nu geheel verschoond van mijzelf.”

En? Gelukt?

„Ja. De vrouwenslagerij ging niet over mij, maar ik kon er wel mijn standpunt over het eten van vlees in kwijt. Maar nu, met Château Fatale, heb ik een joekel van een boek afgeleverd.”

Je doet het weer.

„Wat?”

Reclame maken!

„Niet! Er zit godverdegodver vijf jaar van m’n leven in dat @#$% boek! Mág ik alsjeblieft!?”

Ja maar, lieve jongen, waarom? Je hebt een mooie jonge vrouw, een prachtig wijnkasteel, een zoon die je bedrijf gaat voortzetten, je bent gezond, je hebt geld. Waarom ga je niet gewoon lekker genieten? Dat is nota bene het motto van je wijnboerennieuwsbrief: ‘Het leven is mooi, daarom moet je het slurpen’.

„Ik slurp het leven hartstikke! Ik drink wijn en ik geniet! Van onze dagelijkse ochtendsport tot de uitgebreide driegangenmaaltijd met de beste fles wijn uit de kelder waarmee we elke dag besluiten!”

Fijn voor je, maar dat is erg fysiek allemaal. Geniet je ook van wat meer hoogstaande zaken?

„Als je belooft dat je ’t niet verder vertelt: in gezelschap, bijvoorbeeld tijdens een vergadering bij Albert Heijn, mag ik graag wegdromen en niets meer horen van wat er om me heen gezegd wordt. Heerlijk mijmeren over dingen die niets met het moment uitstaande hebben. Vlak ook het ‘scharrelen’ niet uit; werk doen in de wijngaard dat door zijn kleinschaligheid volslagen ridicuul is en louter een therapeutisch effect heeft op de scharrelaar.”

Maar hoelang hou je dat klooien tussen de druiven en de zon vol?

„Nou ja, na een dagje begint het meestal weer te kriebelen. Dan wil ik iets tastbaars tot stand brengen, waar ik aan het einde van de dag trots op kan zijn. Mijn eeuwige strijd is om die balans te vinden. Het evenwicht tussen die schroeiende ambitie en effe niks.”

En wanneer ben je het gelukkigst?

„Op dagelijkse basis maken de wijnboerenminnares en mijn zoon Klaas mij zeer gelukkig. Maar ook van de nieuwsbrief over onze krankzinnige lotgevallen in dat malle Frankrijk word ik erg gelukkig. Het grootste geluk overigens, is niet het bezit van geld of goederen.”

Haha, makkelijk lullen!

„Nee! Echt! Geld is handig, maar het grootste geluk, naast gezondheid natuurlijk, is Vrijheid. Zelf bepalen hoe laat je opstaat en wat je gaat doen. Dat is de ultieme rijkdom. De wijnboerenminnares en ik zijn volstrekt autonoom. Op het vermoeiende af.”

Leg uit.

„Ik doe niets waar ik geen zin in heb. Daar maak je niet altijd vrienden mee. Ik krijg de raarste verzoeken. Mensen die willen dat ik ze help een biologische hazelnotenkwekerij te beginnen, of een gezin met vier kinderen dat bij ons wil komen wonen, of een meneer die onze butler wil worden, en elke zomer allerlei alleengaande dames die bij ons de huishouding willen komen doen. En als ik daar dan niet op inga, word ik een arrogante zak gevonden. Soms doet dat pijn.”

Voor wie?

„Voor beide partijen. Daarenboven, ik ben er niet altijd. Want ik hou van zon. Als het langer dan een dag regent, ga ik weg.”

Waarnaartoe?

„Waar de zon schijnt, dankzij internet is mijn werk niet meer locatiegebonden. We boeken een ticket en vliegen naar Italië, Zuid-Spanje, desnoods naar Gran Canaria.”

Zo! Doe maar duur.

„Helemaal niet. Ik werk me te pletter, dus ik verdien goed. En hoe ongeloofwaardig dat ook klinkt, ik hecht niet aan materiële zaken, ik koop m’n kleren op de rommelmarkt. Dus ja, dan kan het ervanaf.”

Kleven er nadelen aan dit ideale bestaan?

„Nou ja, ik leef vijf levens tegelijk. Dat is soms wel een beetje vermoeiend. Maar dat heb ik er graag voor over. Santé!”