Grexit, Graccident of toch een deal?

Athene en zijn crediteuren misten al menige deadline. Maar nu lijkt een ontknoping - of uitbarsting - toch echt nabij.

Al na drie kwartier gaven de onderhandelaars er gisteren in Brussel de brui aan, in de kortste gespreksronde in de Griekse crisis tot nu toe. Zozeer is de sfeer verziekt tussen Griekenland en zijn geldschieters: de eurolanden, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de de Europese Centrale Bank (ECB).

Op elke golf van opwinding over Griekenland volgt bijna automatisch de ontnuchtering: er is een ultimatum, uit Brussel klinkt het paniekerig dat „elke dag telt”, die deadline wordt niet gehaald, beschuldigingen gaan over en weer. En dan gaat iedereen weer over tot de orde van de dag. Maar deze week kan de spanning snel oplopen. Vijf redenen waarom een ontknoping – of een uitbarsting – aanstaande lijkt.

1 Rekken gaat niet meer, trucs zijn uitgewerkt

Het ultimatum dat nu afloopt is harder dan eerdere deadlines, die nogal zacht bleken. Op 11 mei en op 5 juni moest Griekenland honderden miljoenen euro’s terugbetalen aan het IMF en kon dat eigenlijk niet – maar het land kwam weg met wisseltrucs en uitstelregelingen. Maar op 1 juli moet in totaal 1,6 miljard euro aan het IMF écht zijn terugbetaald. Bovendien loopt dan formeel het hulpprogramma van de Europese Unie af: zonder akkoord over vereiste bezuinigingen en hervormingen vervalt een tranche van 7,2 miljard euro noodsteun die voor Athene zijn gereserveerd. En zonder die miljarden kan het land niet aan zijn verplichtingen aan schuldeisers voldoen. Omdat dit akkoord nog door nationale parlementen moet, ligt de deadline feitelijk eerder. De vergadering van de Eurogroep van ministers van Financiën aanstaande donderdag, wordt daarom cruciaal.

Grote struikelblok in de onderhandelingen zijn de pensioenen, waaraan 16 procent van het Griekse nationale inkomen opgaat. Geldschieters vinden dat die omlaag moeten, maar daarmee zou de linkse premier Tsipras een belangrijke verkiezingsbelofte breken. De Grieken op hun beurt eisen kwijtschelding van schulden, zodat de bezuinigingsdoelen omlaag kunnen en de economie wordt ontzien.

2 Schuldeisers raken verdeeld, het IMF dreigt met vertrek

De helft van de noodsteun is afkomstig van het IMF. Maar hoe lang doet het nog mee? Het tot nu toe redelijk gesloten front van schuldeisers begint te kraken. Van IMF-hoofdeconoom Blanchard verscheen gisteren een opmerkelijk getimed opiniestuk waarin hij schrijft dat „een geloofwaardige deal” niet alleen „moeilijke beslissingen” van de Grieken vereist, maar ook van de EU. Het IMF mag volgens de eigen statuten alleen geld steken in landen waarvan de schuld ‘houdbaar’ is. Volgens Blanchard is dat niet meer zo, omdat de economie snel verslechtert. „Geldschieters zullen meer schuldverlichting moet geven.” Voor EU-politici die jarenlang hebben beloofd dat elke cent zal worden terugbetaald, is dat een taboe.

3 Het hoogste politieke niveau is bereikt, maar de impasse blijft

Inmiddels zijn de onderhandelingen Chefsache – een zaak van de EU-leiders zelf. En zelfs die komen er niet uit. De Grieken hebben het altijd vernederend gevonden dat ze op een ‘lager niveau’ moesten onderhandelen, met technische experts. De toekomst van Griekenland in Europa is volgens hen een zaak voor het allerhoogste politieke niveau. Onlangs kreeg premier Tsipras zijn zin: op 1 juni hield bondskanselier Merkel in Berlijn onverwacht overleg met de belangrijkste hoofdrolspelers: Draghi (president ECB), Lagarde (topvrouw IMF) en Juncker (voorzitter Europese Commissie).

Het compromis dat hier uitrolde – minder hard bezuinigen in ruil voor pijnlijke (pensioen-)hervormingen – werd eerst omarmd door Tsipras, maar kort daarop maakte hij een U-bocht. Dit was een klap in Junckers gezicht, die geldt als ‘vriend’ van de Grieken. Toen Tsipras hem belde, weigerde hij nog op te nemen. Verder Europees overleg met Tsipras bleef daarna zonder resultaat.

4 ‘Default’ is serieuze optie, kans op ongelukken neemt toe

Eind vorige week spraken eurolanden voor het eerst serieus over de mogelijkheid dat Griekenland het IMF eind juni níét kan terugbetalen. Het IMF-bestuur heeft 30 dagen om ingebrekestelling (default) officieel vast te stellen. Zo kan extra tijd worden gewonnen. Dit betekent ook niet automatisch een vertrek uit de muntunie, een ‘Grexit’.

Maar het is wel riskant: de kans op een ongeluk (‘Graccident’) groeit. Onduidelijk is namelijk hoe financiële markten reageren. Er kan een bankrun komen. EU-leiders kunnen onder politieke druk komen te staan een Grexit in te luiden. Een default is te vermijden: als Athene een beginnetje maakt met hervormen, kan een deel van de noodsteun worden overgemaakt. Maar voor zo’n tussenoplossing ontbreekt vooralsnog de politieke wil.

5 De economische situatie in Griekenland verslechtert snel

Hoe onzekerder het lot van Griekenland wordt, hoe meer huishoudens en bedrijven hun kapitaal in het buitenland stallen. Sinds begin dit jaar verloren Griekse banken 30 miljard euro aan tegoeden. De ECB ‘compenseert’ de kapitaalvlucht met noodleningen aan Griekse banken (meer dan 80 miljard euro sinds februari). Maar binnen het ECB-bestuur groeit het verzet: het risico kan voor Frankfurt te groot worden, zeker bij een default. Intussen is het Griekse geld op: de overheid stelt allerlei uitgaven uit om pensioenen en lonen te kunnen betalen. De prille economische groei van vorig jaar (na vijf jaar recessie, die Griekenland een kwart armer maakte) is omgeslagen in krimp. De officiële werkloosheid stijgt ook weer, naar 26,5 procent in het eerste kwartaal van dit jaar.