Geen begrafenis, nee, laat de hond knagen aan de overledene

Ontvlezing was in Friesland een populair alternatief voor begraven of cremeren, zegt promovenda Annet Nieuwhof.

Foto Thinkstock

Eind derde eeuw voor Christus voerden bewoners van een boerderij op de Groningse wierde Englum een bijzonder ritueel uit. Ze markeerden de uitbreiding van hun boerderij door acht ontvleesde schedels van voorouders in een cirkel te begraven, samen met een stapel koeienbotten en aardewerk. Ze dekten het af met mest.

Het is een van de honderden rituele ‘deposities’ uit de periode 600 voor en 300 na Christus die archeoloog Annet Nieuwhof (1956) in het noordelijke terpen- en wierdengebied heeft ontdekt. Ze promoveerde vorige week aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Archeologen hebben zich lang afzijdig gehouden van rituelen. Niemand twijfelde eraan dat ze in de prehistorie, oudheid en Middeleeuwen hebben bestaan, maar archeologisch waren ze lastig te herkennen. „Het kwam er op neer dat ze iets pas een ritueel noemden, als ze er geen functionele verklaring voor konden geven”, vertelt Nieuwhof. Ze was erbij toen in 2000 bij Englum de schedels werden opgegraven. „Iemand fluisterde nog dat het een ritueel kon zijn, maar daarna verdwenen ze snel in een doos naar het depot.”

Het waren geen vijanden

Nieuwhof, die eerder afstudeerde in theologie, wil met haar onderzoek archeologen instrumenten geven waarmee ze de resten en sporen van rituelen kunnen herkennen. Archeologen moeten kijken of een vondst een gevolg is van een depositie: een moedwillige plaatsing in de grond, op een bepaalde locatie, met een bepaalde structuur of een opzettelijke verandering van voorwerpen.

De schedels van Englum voldoen aan deze criteria. Isotopenonderzoek heeft verder duidelijk gemaakt dat de schedels afkomstig zijn van mensen uit dezelfde regio. „Daarom denk ik niet dat het om overwonnen vijanden gaat, maar om voorouders.” Met het ritueel hebben de voorouders volgens Nieuwhof ook een speciale, mogelijk bovennatuurlijke status gekregen. „Daarop wijzen latere giften als een pot en een maalsteen.”

De schedels zonder onderkaak zijn een aanwijzing

Door de vondst in Englum ontdekte Nieuwhof ook een bijzonder dodenritueel. „In het terpengebied zijn maar weinig begravingen en crematies gevonden. Omdat de bewoners voor ontvlezing kozen.” Nieuwhof denkt dat daarbij honden werden gebruikt. „De schedels zonder onderkaak zijn een aanwijzing. Als honden een lichaam aanvreten, blijven schedels zo over. Verder zijn op meerdere plekken in het terpengebied menselijke botten met knaagsporen gevonden.” Vanwege hun speciale rol bij het ‘excarnatieproces’ waren honden verbonden met de doden en de wereld van de voorouders; ze hoorden bij de families. „Dat verklaart waarom honden soms in huizen werden begraven.”

Terwijl Nieuwhof in de al grotendeels afgegraven wierde van Englum zeventien rituele deposities vond, ontdekte ze er op de wierde van Ezinge twee kilometer verderop meer dan driehonderd – waaronder afgeknipt menselijk haar dat waarschijnlijk bij een ‘rite de passage’ is begraven.

Nieuwhof stelt dat haar proefschrift slechts een begin is. „Veel interpretaties zijn slechts hypotheses. En er zijn nog genoeg vragen. Is bijvoorbeeld het gebruik van relikwieën een lijnrechte voortzetting van het secundaire gebruik van menselijke resten in de ijzertijd en de Romeinse tijd?”