Geef Oostvaardersplassen planten en stop de grazers

De Oostvaardersplassen een reconstructie van oernatuur? Nee, dit is kaalgevreten land, menen Paul Buckley en Norbert Peeters.

Als je Staatsbosbeheer mag geloven, biedt de trein van Almere naar Lelystad een uniek venster op het verleden. De Oostvaardersplassen zijn een reconstructie van de Nederlandse oernatuur op postzegelformaat. Als twee afgestudeerde filosofen met een affiniteit voor groen en geschiedenis moeten wij wel in deze pleziertrein stappen. Maar niets bereidt ons voor op de groene slachting die ons te wachten staat.

Direct valt op dat het spoor een harde grens trekt door het landschap. Aan de rechterkant zien we duidelijke sporen van bewoning te midden van een netwerk van greppels, sloten en wegen. Links een niemandsland: een uitgestrekte polderprairie waar kuddes heckrunderen en konikpaarden ronddwalen. Terwijl de toeristen in de coupé zich vergapen aan deze grote grazers, speuren wij naar sporen van vegetatie. Hoewel het eind lente is, dragen de meeste bomen en struiken geen groen loof. Ontdaan van bast en blad steken hun witte geraamtes in de lucht. Niemand stoort zich aan deze ontbossing.

Dierenleed voert de boventoon in discussies over de Oostvaardersplassen. Dat is niet vreemd. Door een overschot aan kuddedieren sterft ’s winters tot 40 procent. Tijdens de strenge winter van 2010 kwamen zoveel dieren om dat het International Committee on the Management of large herbivores in the Oostvaardersplassen pleitte voor preventief afschot van zwakke grazers. Nu wordt jaarlijks 25 procent van de populatie afgeschoten. Afgelopen winter kregen 1.280 dieren de kogel. Het is wachten op de eerste protesten. Deze sterfte wordt voorafgegaan door een omvangrijkere uitroeiing van vegetatie. Vrijwel alle bomen en struiken in de wijde omtrek zijn ontdaan van bast en blad of systematisch vertrappeld. Waar blijven de spandoeken voor deze plantaardige slachtoffers?

De reden voor de desinteresse in het welzijn van de polderplant wordt prachtig geïllustreerd in de documentaire over dit gebied, De Nieuwe Wildernis. Naast wonderschone fauna zie je ook tranentrekkende beelden van een paard dat in de vrieskou verhongert. Dierenleed spreekt meer tot de verbeelding dan het kaalgevreten decor waarin het plaatsvindt. De overlevingsstrijd van planten sluit niet aan bij de menselijke belevenis: de sterfscène van een wilg zou makkelijk een decennium kunnen beslaan.

De openingsscène van deze oorlogsfilm begint in de jaren 80, toen bioloog en natuurbeschermer Frans Vera konikpaarden en heckrunderen in de Oostvaardersplassen losliet. Deze grote grazers, later aangevuld met edelherten, moesten niet alleen voorkomen dat dit reservaat dichtgroeide, maar dienden ook een hoger doel. Met de invoer van gedomesticeerde equivalenten van ‘oerpaarden’ en ‘oerrunderen’ wilde Vera het Nederlandse oerlandschap van na de laatste ijstijd reconstrueren. De kuddedieren zouden ervoor hebben gezorgd dat de lage landen een open parklandschap vormden, vergelijkbaar met de Afrikaanse Serengeti. Deze opvatting is ontkracht door Leendert Louwe Kooijmans, emeritus-hoogleraar en archeoloog. Volgens hem waren er vanaf de laatste ijstijd wel grote zoogdieren, maar niet voldoende om de Nederlandse flora om te vormen tot park. Meer geaccepteerd is dan ook de theorie dat Nederland tot aan de middeleeuwen bekleed was met een dicht oerbos. In de Oostvaardersplassen zien we daar niets van terug.

Een paar grote grazers, zo begon het ook in de Oostvaardersplassen. Maar snel groeiden de populaties uit tot gigantische kuddes. Het door Vera voorspelde biologische evenwicht bleef uit en het gewenste parklandschap maakte plaats voor een uitgestrekte grasmat. Hij is de les van de Engelse dominee en econoom Thomas Malthus vergeten. Volgens de Wet van Malthus vertoont elke populatie een constante neiging om zich verder te vermeerderen dan de bestaansmiddelen toelaten. Bij een beperkte hoeveelheid grondstoffen en eindig leefgebied treedt snel schaarste op. Resultaat: hongersnood. De Oostvaardersplassen zijn geen uitzondering.

Inmiddels proberen beheerders van het reservaat het tij te keren in het voordeel van de begroeiing. Dit voorjaar is besloten om tijdelijke hekwerken te plaatsen om de vegetatie in het gebied een kans te geven. Uitstel van executie: zodra deze grens wordt opgeheven, begint de vernietiging van voor af aan. Het lijkt een nieuwe wildernis te creëren binnen een omheind reservaat waar de waterstand kunstmatig laag en de vogelstand kunstmatig hoog worden gehouden. Natuurbeheer in de Oostvaardersplassen laat zich sturen door organismen met de grootste aaibaarheidsfactor, zonder het probleem bij de wortel aan te pakken. De aanwezige vegetatie bepaalt immers het populatieplafond van de grote grazers. Wil je er een ‘prehistorisch landschap’ nabootsen, dan moeten we van de grazers af en het moerasbos een kans geven. Of je laat de droom van een nieuwe oernatuur varen en introduceert prairiegrassen, die uitstekend aangepast zijn aan de jaarlijkse snoeibeurt.