In Zambia ontdekte Edwin van Leeuwen dat chimpansees gras in hun oor staken, misschien wel als versiering. Morgen promoveert hij erop.

Foto Robin Utrecht

Interview

Eigen maniertjes van een eigenwijze chimpansee

Eén chimp begint, de andere apen na. Zo ontstaat cultuur. Niet alleen tijdens vlooien, ook bij lichaamsversiering.

„Nee, ik heb niet geworsteld met een chimpansee.” Edwin van Leeuwen kijkt naar de schaafwond op zijn onderarm. „Vorige week gevallen bij het wielrennen.”

Van Leeuwen doet al acht jaar onderzoek naar chimpanseemanieren. In Zambia vergeleek hij de vlooitradities van verschillende chimpanseegroepen. Apen apen binnen één groep elkaar na? En zo ja, is er dan sprake van chimpanseecultuur?

Van Leeuwen vindt van wel. „Chimpansees worden vaak beschreven alsof ze allemaal hetzelfde zijn. Ik wil laten zien dat die standaardchimpansee niet bestaat.”

Na zijn studie psychologie in Maastricht, vertrok Van Leeuwen in 2007 naar Zambia om vrijwilligerswerk te doen bij Chimfunshi, een opvangcentrum voor chimpansees. Daar legde hij contact met primatologen en rolde het onderzoek in. Morgen promoveert hij aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Pas afgestudeerd en meteen naar Zambia. Hoe was dat?

„Heel intens en een beetje eng. Op mijn eerste dag was er een chimpansee ontsnapt. Mijn reactie was die van een naïeve toerist: ‘hey, kijk nou eens.’ Maar de manager van het opvangcentrum was alert. Hij sleepte ons meteen de auto in. Chimpansees zijn ontzettend sterk en kunnen levensgevaarlijk zijn.”

„In de weken daarna zakte de adrenaline snel. Ik zat hele dagen in de brandende zon chimps te observeren die weinig doen. Dan word je geconfronteerd met vragen als: wil ik dit wel? Heb ik hier wel het geduld voor? Na een maand kwam ik in the groove en zag ik leuke interacties. Dat als twee chimpansees ruzie maken, het slachtoffer het vaak probeert goed te maken.”

En culturele verschillen, zag je die?

„Ja, bij het ‘handjeklapvlooien’. Dat is een typische manier van vlooien die in jaren 70 voor het eerst beschreven werd door William McGough. Alle chimps vlooien elkaar, maar in de groep die McGough observeerde deden ze iets geks. Chimpansees die elkaar vlooiden staken hun arm omhoog en pakten elkaars hand boven hun hoofd vast, in een blijvende high-five, zodat ze elkaar onder de oksel konden vlooien.”

Klinkt simpel.

„Handjeklapvlooien is geen rocket science, het ligt duidelijk in het verlengde van natuurlijk gedrag. In groepen waar chimpansees niet handjeklapvlooien, houden chimps bijvoorbeeld wel eens een tak vast zodat de ander beter bij de oksel kan.

„Maar in Zambia kon ik duidelijk laten zien dat handjeklapvlooien een culturele component heeft. Van de vier chimpanseegroepen in Zambia, doen er twee aan handjeklapvlooien, allebei op een andere manier. In de eerste groep drukken de chimps hun handpalmen op elkaar, bij de andere wikkelen ze hun polsen om elkaar.

„Dat lijkt misschien futiel, maar culturele verschillen zijn soms klein. Net zoals mensen in verschillende culturen elkaar net iets anders begroeten, met een kus of een handdruk bijvoorbeeld, hebben chimpansees ook hun eigen tradities en maniertjes.”

Je ontdekte in Zambia ook een nieuwe mode: sommige chimpansees droegen grassprieten in hun oren.

„Klopt. Ik zag het in 2010 bij één chimp, Julie, die een grasspriet uit haar oren liet bungelen. Nu zien we wel vaker rare dingen in Chimfunsi, chimpansees die bladeren op hun hoofd dragen of zichzelf met stokjes vlooien bijvoorbeeld. Als chimpansees niet de hele dag naar eten hoeven te zoeken, gaan ze een beetje freewheelen.

„Maar het werd echt interessant toen ik later zag dat de beste vriendin van Julie óók gras in haar oren stopte. Ze peuterde er niet zomaar mee in haar oren, maar liet de grasspriet hangen en ging iets anders doen, bijna alsof…”

Van Leeuwen aarzelt. De wetenschapper in hem overwint: „Elke interpretatie is misschien te veel.”

Je wilde bíjna zeggen: alsof ze het gras als versiering droegen?

„Ja, als lichaamsversiering. Daar moet je heel voorzichtig mee zijn. Maar feit is dat de grasspriet daar hing, zonder duidelijke functie.

„Ik vroeg me af of andere chimps dit gedrag van Julie hadden overgenomen. Een paar jaar later ben honderden uren video-opnames gaan terugkijken. Monnikenwerk. Als ik in de trein zat, probeerde ik nog gauw een handjevol video’s te kijken. Steeds als ik een nieuwe chimp met gras in zijn oren zag, was ik dolgelukkig. Uiteindelijk konden we aantonen dat acht van de twaalf chimpansees grassprieten zijn gaan dragen.

„Als chimpansees elkaar kopiëren bij het vlooien of notenkraken, kun je nog zeggen dat er iets op het spel staat: voedsel of sociale interacties. Maar de grassprieten laten zien dat chimpansees elkaars gedrag ook kopiëren als er geen duidelijk doel is.”

Chimpansees zijn net mensen?

„Nou, chimpansees zijn wel minder geneigd om elkaar te imiteren. Bij de mens hoef je geen jaar te wachten voordat een modetrend aanslaat. Als een kind op één been gaat staan, zeker als het een populair kind is, staat al snel de hele klas op één been te wiebelen.”

Van Leeuwen leunt achterover met zijn handen in zijn nek. Ik zat al zo.

Waar ligt dat aan?

„Volgens mij heeft dat niets te maken met cognitieve verschillen, maar met motivatie. Mensen zijn overdreven gemotiveerd om anderen na te doen. Misschien om sociale redenen: als ik doe zoals jij, lijk ik meer op jou en vind jij mij misschien leuker. Chimpansees zijn doelgerichter en vertrouwen meer op zichzelf.

„Dat is goed te zien in een klassiek experiment met een doos waar eten uit komt. Aan het begin is de doos dicht. Iemand roffelt dan op de doos, slaat tegen de zijkant, draait ergens aan, steekt een stok erin en uiteindelijk komt er iets lekkers uit. Kinderen en chimps doen al die handelingen na. Zodra je de dichte doos vervangt door een transparante, blijven kinderen vlijtig alles nadoen. Tiktiktik, klopklopklop.

„Chimpansees cut to the chase: ze doen alleen wat nodig is om het eten te krijgen en weg zijn ze.”

„Nog een koffie?” Van Leeuwen staat op en haalt koffie en een thee voor zichzelf.

„Sorry, ik ben een beetje moe. Ik ben net vader geworden. Ontzettend geweldig, maar ik pak weinig slaap. We zitten nu in de zesde week. De zintuigen ontwikkelen zich. Ze krijgen steeds meer mee van de wereld en zijn snel overprikkeld.”

Kijk je als een gedragsexpert naar je zoon?

„Niet obsessief of zo, maar ik vind het interessant hoe organismen werken. Dus ja, ook bij mijn eigen zoon. Hoe onze zintuigen werken, hoe wij omgevingsstimuli verwerken, hoe we wegwijs worden in de wereld. Dát is mijn drijfveer.”