Opinie

Een fles wodka leegdrinken mocht wel

Wat is de overeenkomst tussen een seksistische grap en drugsgebruik met collega’s? De onterechte onverzoenlijkheid van werkgevers, zegt Floor Rusman.

Afgelopen week werden een Nobelprijswinnaar en acht ggz-medewerkers ontslagen wegens onbehoorlijk gedrag. De eerste had een seksistische grap gemaakt, de anderen hadden drugs gebruikt tijdens een bedrijfsuitje. Onvergelijkbare gevallen, zou je zeggen, maar ik zie wel een overeenkomst.

De 72-jarige biochemicus Tim Hunt had een grapje gemaakt over problemen met vrouwen in het lab: je wordt verliefd op ze, of zij op jou, of ze gaan huilen als je ze bekritiseert. Dit leek mij een onschuldige opmerking die ook nog eens op waarheid berust: ik heb in mijn leven tientallen vrouwen zien huilen en misschien vijf mannen. Daar mag je toch wel een geintje over maken?

Maar nee, dat mag dus niet. Mannen en vrouwen zijn namelijk gelijk. Of tenminste: voor mannen moeten ze dat zijn. Vrouwen mogen wel generaliserend doen over mannen. Toen een aantal zakenvrouwen onlangs zei dat de FIFA onder een vrouw niet zo corrupt was geweest, noemde niemand hen seksistisch. Op zich is dit begrijpelijk – vrouwen zijn de ‘underdog’ en mogen dus dit soort dingen zeggen – maar een beetje hypocriet is het wel.

Dan nu het andere geval. De ggz-instelling Woenselse Poort ontsloeg acht medewerkers die tijdens een afscheidsfeestje van een collega – dus niet onder werktijd – coke, wiet en speed hadden gebruikt. De instelling schakelde meteen een extern bureau in dat onderzocht of ze ook drugs hadden verkocht aan patiënten. Dat was niet het geval, maar toch moesten de medewerkers weg.

Ontslag na drugsgebruik buiten werktijd komt vaker voor. In april ontsloeg Shell 69 werknemers bij wie in het bloed sporen van drugs waren aangetroffen. Dit betekende niet per se dat zij stoned of high aan het werk waren: cannabis blijft bijvoorbeeld tot vijf dagen aantoonbaar in de urine en coke tot vier dagen. Kennelijk was het voor deze werknemers ook verboden om in het weekend een joint te roken. Een fles wodka leegdrinken mocht wel: op alcohol was niet getest.

Natuurlijk niet, want alcohol is een geaccepteerde drug. Op een mooie zomeravond zitten de terrassen vol met mensen die zich collectief een roes in drinken. Elke dag een biertje vinden we normaal, maar af en toe een pil niet. Opnieuw: een beetje hypocriet.

Er loopt een arbitraire grens tussen acceptabel en laakbaar gedrag, en wie die grens overtreedt moet meteen het veld ruimen. Waarom zijn werkgevers (in dit geval een universiteit en een ggz-instelling) zo onverzoenlijk? Van de publieke opinie hoeft dat niet: op sociale media noemde men de ontslagen buiten proportie.

Maar daar trekken deze werkgevers zich, bang als ze zijn voor reputatieschade, niets van aan. Zij perken liever de persoonlijke vrijheid van hun werknemers in dan dat ze nadenken over het volgende: dat bijna niemand zich vlekkeloos gedraagt, dat over onbehoorlijk gedrag te twisten valt en dat mensen een tweede kans verdienen.