‘De rechtsstaat in Israël staat op de tocht’

De voormalige opperrechter is bezorgd over de antidemocratische tendensen in haar land: ‘Het hof is tegenwoordig alleen goed als het doet wat politici willen.’

Afrikaanse asielzoekers demonstreerden eerder dit jaar in Tel Aviv voor erkenning als vluchteling.
Afrikaanse asielzoekers demonstreerden eerder dit jaar in Tel Aviv voor erkenning als vluchteling. Foto Oliver Weiken/EPA

Dalia Dorner maakt zich zorgen. Grote zorgen. Het voormalige lid van het Hooggerechtshof ziet „antidemocratische” tendensen die de Israëlische rechtsstaat ondermijnen. Zo wil de nieuwe minister van Justitie, Ayelet Shaked van de ultranationalistische partij Het Joodse Huis, het mogelijk maken dat het oordeel van het parlement, de Knesset, zwaarder telt dan dat van het Hooggerechtshof. „Het hof is kennelijk alleen goed als het doet wat politici willen”, schampert de 81-jarige Dorner.

Op zich kan het geen kwaad als de rechtspraak meebeweegt met maatschappelijke ontwikkelingen, zegt de 81-jarige Dorner in haar kantoortje, dat grenst aan de halfronde, drie verdiepingen tellende bibliotheek in het Israëlische Hooggerechtshof in West-Jeruzalem. „De pendule zwaait heen en weer. Soms is het hof iets liberaler, soms iets conservatiever.” Maar wat er nu gebeurt, zegt ze, is fundamenteler. De rechtsstaat zelf staat op de tocht.

In haar tijd zwaaide de pendule juist de andere kant op. Dorner spreekt zelfs van een „kleine revolutie”. Israël heeft geen grondwet. Tot 1992 waren in enkele zogeheten basiswetten alleen de democratische spelregels vervat. In dat jaar werd de ‘Basiswet menselijke waardigheid en vrijheid’ ingevoerd, waarin onder meer het recht op privacy, intimiteit en lichamelijke integriteit is vastgelegd. Samen met enkele andere rechters gaf Dorner hier een ruime interpretatie aan. Haar legalistische standpunt is simpel: „Ieder persoon is geboren met mensenrechten.”

Maar de nieuwe regering van premier Netanyahu heeft weinig op met de mensenrechten. De nadruk ligt op veiligheid. Minister Shaked zei bijvoorbeeld dat ze de 50.000 Eritrese en Soedanese asielzoekers in Israël – met ruim 8 miljoen inwoners – een „bedreiging voor het Joodse karakter van de staat” vindt. Haar oplossing: ze moeten Israël verlaten of ze worden opgesloten in een detentiecentrum. Zonder proces.

Het Hooggerechtshof heeft meermaals geoordeeld dat dit niet strookt met de Basiswet menselijke waardigheid. Vandaar het wetsvoorstel van Shaked: zij ziet de hoogste rechter als te activistisch en te links. Als de meerderheid van de gekozen politici het anders ziet, redeneert zij, dan moet het anders.

Het hof moet onafhankelijk zijn

Natuurlijk, zegt Dorner, is er een spanning tussen een hooggerechtshof en een regerende meerderheid. „En dat is ook gezond. Politici zouden niet te blij moeten zijn met het hof, zoals het ook niet goed zou zijn als ze tevreden zouden zijn over wat de pers schrijft.” Volgens de oud-rechter zijn er in Israël altijd al politici geweest die niet veel op hadden met mensenrechten, bijvoorbeeld omdat ze vinden dat die ten koste gaan van veiligheid. Dorner: „Maar er was wel consensus over de onafhankelijkheid van het Hooggerechtshof. Ze durfden die niet te beperken.”

Dat taboe bestaat niet meer. Volgens Dorner, die tijdens de Tweede Wereldoorlog als tienjarig meisje met haar familie van Istanbul naar het toenmalige Britse mandaatgebied Palestina emigreerde, zou de mensenrechtenwet uit 1992 nu niet meer worden aangenomen. „Wat zeg ik: zelfs de onafhankelijkheidsverklaring uit 1948, waarin volledige gelijkheid van alle burgers voor de wet werd uitgesproken, zou het nu niet halen. Gelukkig kan er aan die tekst niets meer worden veranderd.”

Behalve het wetsvoorstel om het Hooggerechtshof te beknotten, zijn er andere „antidemocratische” wetsvoorstellen waar Dorner over valt. Zoals de wet die moet verhinderen dat non-gouvernementele organisaties, zoals de als links ervaren veteranenclub Breaking the Silence, geld krijgen uit het buitenland. Of de wet die politici een grotere stem geeft in het selecteren van opperrechters. „Dat betekent dat het hof een tweede Knesset wordt”, zegt Dorner.

Suprematie van Joodse rechten

Dan is er nog de controversiële ‘Wet op de Joodse natiestaat’, die naar verwachting deze kabinetsperiode wordt ingevoerd. Volgens Dorner bekrachtigt deze wet „de suprematie van Joodse rechten over minderheidsrechten” – een inperking van de democratie. „En dat is slecht voor Arabieren én Joden.” Er ontstaat een cultuur, zegt ze, waarin de huidige coalitie – met de steun van 61 Knessetleden, de kleinst mogelijke meerderheid – de rechten van de andere 59 beknot. „Als elke nieuwe meerderheid basiswetten kan wijzigen, heb je niets.”

In haar verzet tegen deze wetten staat Dorner niet alleen. Vorige maand zei een anonieme EU-ambassadeur tegen persbureau Reuters dat hij „zeer bezorgd” is. „De wetten lijken ontworpen om kritiek in te dammen. Het is iets wat je normaal gesproken in Rusland ziet gebeuren.” Evenmin als de EU zijn de Amerikanen gecharmeerd van de Israëlische wetsvoorstellen.

Maar binnen Israël krijgt Dorner weinig bijval. Ze geldt er als links, en dat is even niet de dominante stroming. „Vrienden zeiden tegen me dat links van mij alleen de muur staat. De voorzitter van het hof zei zelfs: je duwt die muur verder naar links.” Toch is Dorner, wier echtgenoot de Holocaust overleefde, een overtuigd zionist. „De Joodse staat is een wonder. Maar ik wil dat het een democratie is. Joden waren eeuwenlang een minderheid. Ze hadden bescherming nodig. Dus nu moeten wij minderheden beschermen. Het is mijn droom om de onafhankelijkheidsverklaring in de praktijk te brengen.”

Een andere droom is dat haar kleinkinderen in een Joodse democratie zullen leven. „Ik zei tegen mijn kleinzoon: verlaat Israël niet. Nooit. Maar wat voor land zal het zijn? Ik hoop dat premier Netanyahu inziet dat democratie onze sterke kant is.”