Opinie

Allah in 64 decibel

Op het terras van de Fatihmoskee drinken acht Turkse mannen icetea. Korte mouwen, zonnebril. Achter de beukenhaag begint de buitenwijk van Oldenzaal, de Inslagstraat met de twee-onder-een-kapwoningen.

Het is vrijdagmiddag half twee. Over tien minuten begint het middaggebed, zoals dat hier al meer dan dertig jaar wordt gebeden. Maar vandaag zal voor het eerst zal de adhaan, de oproep tot gebed, klinken. Het is een proef van drie maanden om, zoals burgemeester Theo Schouten in een brief aan de omwonenden schreef, „ervaring op te doen”.

Een typisch Nederlandse oplossing voor de ongemakken van de multiculturele samenleving: omgevingsvergunningen en milieunormen. De oproep, eens in de week, mag niet langer dan vijf minuten duren en de geluidssterkte mag de zeventig decibel niet overschrijden. Daarom staat een gemeentewerker op vijftig meter van de moskee klaar met microfoon en opnameapparatuur.

‘De dag waarop we ons zo lang hebben verheugd”, zegt Ali Ktapçi, vicevoorzitter van het moskeebestuur. Hij kijkt om zich heen. Van alle kanten komen nu mannen het terras op stromen, Turken, Marokkanen, Somaliërs. Ze komen uit Oldenzaal (in de wijk Berghuizen wonen ongeveer 225 moslims), Ootmarsum en Tubbergen.

Achter de beukenhaag hebben zich een stuk of tien gepensioneerde mannen verzameld. Sinds een half jaar verzetten stadsbewoners zich tegen de oproep. Op fora schrijven ze: „Religieuze terreur is het. Wat zullen ze hierna gaan eisen?” En: „In tijden dat godsdienst keer op keer tot rampzalige ellende leidt, hebben we niet nog meer godsdienstvrijheid nodig.”

„Echt jammer”, zegt Ktapçi.

Dan begint de imam te zingen. IJzeren klanken in de wind. „Ash-hadoe an la ilaha illa Allah” – ik getuig dat er geen god is behalve God. De Turken op het terras staan op en beginnen te huilen. „Jongens, jongens”, zegt Ktapçi, „Dit is wat.” De tekst duurt 2 minuten en 48 seconden, de geluidsmeter slaat uit naar 63, hooguit 64 decibel.

Achter de heg zingt een oud-gemeenteambtenaar ostentatief mee. Een man met een hond blijft staan. Een mountainbiker met een Lidl-zak om zijn stuur gedraaid. „Nuchter Twents volk”, noemen ze zichzelf. „De uitkomst van de proef staat nu al vast”, zegt Fons van nummer 3. „Ha, daar komt Ruud, de overbuurman.”

Ruud ten Have, eigenaar van de Saré-thermen in Oldenzaal, loopt de oprijlaan van zijn kleine villa af. Prins Bernhard-zonnebril op, iPad in zijn hand. „Tien jaar geleden was de assimilatie onder Turken in Nederland groter”, zegt hij. „Nu zijn ze openlijk moslim in een stad die voor 90 procent katholiek is.”

Ten Have woont drie maanden in het jaar in zijn appartement in Bodrum, aan de West-Turkse kust. „Beeldschoon.” Daar slaapt hij ’s morgens om vijf uur door de adhaan heen. „Maar daar heeft de oproep een functie: oproepen tot gebed. Hier irriteert ie alleen de buurt.”

De moskee loopt uit. Ktapçi en een jonge Turk wandelen in de richting van de St. Plechelmusbasiliek. Ze stoppen even bij de etalage van Hofland Optiek en bewonderen een bril van 180 euro. Dan steken ze over naar de snackbar om een softijsje te halen. Het carillon speelt. De klok slaat drie uur.