Tech

Google gooit de cloud in de uitverkoop

Foto iStock

Achter opslagdiensten als Box en Dropbox vechten Amazon, Microsoft en Google om de macht in de publieke cloud. De komende weken houden twee grote internetbedrijven hun cloudconferenties in Amsterdam: Google op 25 juni, Amazon op 2 juli.

1. Wat is de ‘publieke cloud’?

Het groeiontbijt van de nieuwe generatie webbedrijven. Zo zou je Amazon Web Services kunnen omschrijven. Opslagdienst Dropbox werd er groot mee en ook Box gebruikt deels de infrastructuur van Amazon.

Amazon verhuurt sinds 2006 zijn servers, die nodig zijn om de webwinkel draaiende te houden, ook als ‘publieke cloud’: andere bedrijven kunnen rekenkracht, opslag, software en archiefruimte huren. Klanten investeren niet in eigen IT-infrastructuur – ze huren wat ze nodig hebben, op het moment dat ze het nodig hebben.

De publieke cloud is dus van elastiek; een grote computer die je alleen gebruikt als je hem nodig hebt. Met name webdiensten als Airbnb, Uber of Snapchat konden zo snel groeien – een kwestie van bijhuren. Het voordeel voor Amazon: meer omvang en dus minder eigen kosten.

Om een indruk te geven van de omvang: Amazon zou volgens schattingen 3 miljoen servers beheren. Concurrenten Google en Microsoft elk meer dan 1 miljoen.
Inmiddels zijn alle consumenten cloudgebruikers. Bijvoorbeeld, elke foto die je neemt met een smartphone staat op het toestel én wordt gekopieerd naar een datacenter. Zodat je de foto ook op andere apparaten kunt bekijken en bewerken.

Internetverbindingen zijn snel genoeg om het gevoel te geven dat de data op je eigen toestel staan. In werkelijkheid worden veranderingen centraal opgeslagen in een ‘internetwolk’ en lopen al je gadgets synchroon. Pure magie.

Opslag- en synchronisatiediensten als Box, Dropbox, Google Drive, Apple iCloud en Microsofts OneDrive zijn maar één voorbeeld van gebruik van datacentra. Je kunt bijvoorbeeld ook rekenkracht huren om een tijdelijke supercomputer te bouwen die DNA-profielen analyseert.

2. Waarom zijn die conferenties in Nederland?

De Amsterdam Internet Exchange is het grootste internetknooppunt ter wereld en alle grote webbedrijven hebben hier, of in de buurt, datacentra. Microsoft bouwt er een in Noord-Holland, Google koos voor Groningen. Amazon bouwde een datacenter in Frankfurt, Apple in Denemarken en Ierland.

Vorige maand maakte Amazon-topman Jeff Bezos bekend dat Amazon Web Services vorig jaar 5 miljard dollar (4,6 miljard euro) omzet opleverde. Het ‘bijproduct’ werd een volwassen bedrijfstak. Google en Microsoft zetten de prijzen wel onder druk. Vorige week gooide Google zijn cloudtarieven in de uitverkoop: min 30 procent. De prijzen dalen sneller dan de Wet van Moore – het tempo waarin computerhardware sowieso krachtiger en goedkoper wordt.

Behalve dat ze infrastructuur verhuren, concurreren de internetreuzen ook rechtstreeks met Box en Dropbox. Amazon heeft een eigen opslagdienst (WorkDocs). Microsoft geeft gratis opslag aan gebruikers van kantoorpakket Office en Windows, Google koppelt Google Drive aan elke Google-account. Het gaat om honderden miljoenen gebruikers. Ter vergelijking: Box heeft 37 miljoen klanten, Dropbox 300 miljoen gebruikers. Zakelijke variant Dropbox for Business telt 100.000 klanten.

Microsoft Office werkt samen met Dropbox en Box. De opslagdiensten willen zich zo graag dieper nestelen in de computers van gebruikers hun klanten en onderdeel worden van hun vaste werkwijze. Met alleen dataopslag houd je geen klanten vast. Overstappen naar een andere aanbieder is een kwestie van je bestanden naar een ander mapje slepen.

3. Hoe veilig is het voor gebruikers?

Online-opslag kost bijna niets meer, maar de meeste diensten bieden garantie tot aan de voordeur. Zelfs Box, dat is gericht op serieuze, zakelijke gebruikers, wijst in zijn voorwaarden aansprakelijkheid af. Er is geen garantie tegen storingen, fouten of hacks. Schade door gegevensverlies is niet gedekt. De risico’s van een fout in de cloud zijn overigens niet groter dan het falen van je eigen harde schijf: daarvan weet je zeker dat ie binnen vijf jaar stuk is.

De cloud is een grote harddisk, op afstand. Belangrijk is dat die data snel voorhanden zijn. Box zegt dat het sneller is dan concurrenten omdat het een eigen Accelerator-netwerk bouwde bovenop een infrastructuur van Equinix (datacenterreus, onder meer in Amsterdam) en Amazon. Data zou altijd de kortste weg nemen, via zo weinig mogelijk schakelpunten.

Amerikaanse clouddiensten moeten wel extra hun best doen om Europese bedrijven te overtuigen dat de gegevens veilig zijn. Door onthullingen over economische spionage door de geheime dienst NSA groeide de huiver om data te stallen binnen de Amerikaanse invloedssfeer.

Daarom benadrukken de grote cloudleveranciers graag dat ze hun data op Europese bodem opslaan. Veel maakt dat niet uit; de NSA kan bij elk Amerikaans bedrijf gegevens van klanten opvragen. Gelukkig heeft een datacenter om de hoek nog een voordeel: je online-opslag wordt er extra snel door.