Zo volwassenZo beleefd

De Jeugd van Tegenwoordig is groot geworden. Pepijn Lanen snuift en drinkt niet meer en optreden is werk geworden. „Wie met ons opgroeide, heeft nu een baan en kinderen. Maar ook aan de onderkant komen er nog fans bij.”

Foto Roger Cremers

Een allerlaatste waarschuwing van de manager van rapformatie De Jeugd van Tegenwoordig. Uit de mail gericht aan Willie Wartaal, Vieze Fur, Faberyayo en Bas Bron:

„Er wordt niks meer gestolen. Er wordt niet meer gelogen. Over niks. Er wordt niks meer gesloopt. Zorg dat je fysiek en geestelijk in staat bent om een show te doen.” Zo was het tien jaar geleden.

Zo is het nu: maandag klokslag twaalf uur loopt Pepijn Faber (32), alias Faberyayo, met natte haren het Okura hotel in Amsterdam binnen. Die ochtend heeft hij:

Zijn pasgeboren zoontje Blake Bu een flesje gegeven „Veel kusjes uitgedeeld” Ruim een uur getraind in de sportschool.

Aan tafel in restaurant Yamazato (één Michelinster) bestelt hij het seizoensmenu, groene thee en prikwater.

Wat is er gebeurd?

Wat er de afgelopen tien jaar gebeurde, is minutieus vastgelegd in het jubileumboek De Jeugd van Tegenwoordig, ook maar mensen. Foto’s van optredens, interviews, herinneringen, lijstjes van wie waar gekotst heeft, recepten, de wensenlijst van De Jeugd voor in de kleedkamers (onder andere: 2 flessen Vodka Stolichnaya (geen ander merk), 1 kan verse jus d’orange, ongezouten walnoten (gepeld), geen snoep of chips, een driezitsbank, minimaal 6 stopcontacten).

Pepijn Lanen, met ogen zo groot en blauw als knikkers, herken je niet een-twee-drie als rapper. Behalve dan misschien aan die ene gouden snijtand. Hij praat bedachtzaam en dichterlijk. Als hij na een wilde nacht ontwaakt, voelt hij zich niet brak, maar „een uitgesmeerde mensenvlek in het witte damast van het leven”.

Was die waarschuwingsmail van de manager een dieptepunt? „Het is een relikwie”, zegt Pepijn Faber. „Een getuigenis van hoe ver De Jeugd is gekomen.” Tien jaar geleden belandde hun nummer ‘Watskebùrt?!’ vanuit het niets in de top-40. Voor het eerst werd een Nederlandstalige rap een nummer 1-hit. Inmiddels staat De Jeugd van Tegenwoordig op alle grote festivals en zijn hun jubileumconcerten in de Heineken Music Hall uitverkocht.

De Jeugd van Tegenwoordig had zo maar een eendagsvlieg kunnen zijn. Eentje die „keihard je bek invliegt, en daarna wordt >> >>uitgespuugd”. Een jaar na ‘Waskebùrt?!’ was „de positieve aandacht” voor De Jeugd wat aan het kelderen, zegt Pepijn Lanen. Hoe kwam dat? „We waren 23, traden drie, vier keer in een weekend op. We hadden een setje van twintig minuten ingestudeerd. Onze voornaamste zorg was of iedereen zijn tekst wel kon onthouden. Na afloop was het feest. En doordeweeks beloonden we onszelf voor al dat harde werk met nog meer drank en drugs en feest.” Zaaleigenaren begonnen te klagen. „Als je een zaal uitverkoopt, vindt niemand het erg dat de koelkast achteraf kapot blijkt. Gaat het even minder, dan is gejatte drank ineens een probleem.”

Ze hadden de rit op dezelfde weg kunnen uitrijden, zegt hij. Net zolang tot alles kapot zou zijn. Maar zo ging het niet. Er lag geen weloverwogen besluit aan ten grondslag, maar feit is dat De Jeugd zich beter is gaan gedragen. Hun tweede album (De Machine) won een MTV Award. Hun derde (De Lachende Derde) werd goud.

Optreden werd werk, en van amateurs zijn ze professionele entertainers geworden. Concerten van anderhalf uur voor een paar duizend man publiek. „Dan moet je het wel serieus aanpakken. Je wil een show neerzetten die een must is voor fans die bereid moeten zijn er 55 euro voor neer te tellen. Qua planning moet je je dan realiseren dat één zo’n groot concert impliceert dat je de drie maanden ervoor en erna in een straal van een uur rijden vanaf de HMH dus geen concert meer kunt geven. Al die fans heb je al binnen gehad.”

Mainstream

In augustus wordt Pepijn Lanen drieëndertig. Willie Wartaal (Olivier Locadia) is het al, Vieze Fur (Freddy Tratlehner) wordt het volgend jaar. Beetje oud om nog De Jeugd van Tegenwoordig te zijn? Wat Pepijn betreft niet. „Wie met ons opgroeide, heeft nu een baan en kinderen. Maar ook aan de onderkant komen er nog fans bij.”

Grofweg is het Jeugdpubliek tussen de 15 en de 45. „We groeien stapvoets. Steeds als we de bovengrens van wat mogelijk is voor een Nederlandstalige band aantikken, schuift die een beetje op.” En wat is het doel, het plan? „Als een vis die langzaam uit het water komt en benen krijgt, klimmen wij uit de subcultuur en worden we mainstream.”

Mainstream? En dat vindt hij geen vies woord? „Het heeft misschien een negatieve connotatie. Alleen platte muziek zou succesvol zijn, maar dat is niet altijd zo. Neem Purple Rain van Prince. Een van de allergrootste hits aller tijden en daar valt artistiek toch niks op af te dingen? Ik zou dolgraag een single uitbrengen die zo veel mensen beroert en behaagt.” Zoals Guus Meeuwis, die vijf avonden achtereen het PSV-stadion vol zingt? „Dat is gestoord veel. Respect voor wat hij doet. Maar zijn stijl is toch wat... luchtiger dan die van ons.” Hij denkt meer aan een Doe Maar-model. „Een Nederlandstalige groep met brede aansluiting bij het publiek, maar die geen concessies deed aan de muziek of teksten.” >>

Verslavingsgevoelig

Intussen komt er sashimi van zeebaars, tonijn en coquille op tafel, gevolgd door gefrituurde garnalen en gegrilde ossenhaas. We drinken nog steeds water en thee. Een jaar of vijf geleden kreeg Pepijn Lanen zoveel problemen met zijn stem dat hij overal mee is gestopt. Met snuiven. Met drinken voor een optreden. Met optreden met een kater. Zelfs met drinken ná een optreden. En hij sport meer.

„Ik ben heel blij dat ik niet verslavingsgevoelig ben. Ik kon vrij gemakkelijk met alles breken. Alleen alcohol is lastig. Drinken zit zo ingebakken in de samenleving. Als je bedankt voor een glaasje, ben je een lul.”

De Jeugd is groot geworden. Schrijvers als Joost Zwagerman en Guus Middag onderwierpen in NRC hun nogal rauwe teksten met woorden als intermegalactisch, sjembek, niau en baudibau aan een exegese. Hun taalvaardigheid werd vergeleken met die van schrijvers als Jan Hanlo of de absurde sketches van Jiskefet. Pepijn Lanen was gast op het Boekenbal en speciaal voor het tienjarig bestaan van De Jeugd wijdde de Volkskrant een compleet magazine aan De Jeugd. Is hij niet bang dat ze worden doodgeknuffeld?

Pepijn Lanen legt zijn houten stokjes neer, dept kalm zijn mondhoeken met een servet en zegt: „Nee. En onze voornaamste bezigheid is niet het NRC- en Volkskrantpubliek te behagen op taalkundig en tekstueel niveau.”

Hij komt anders uit een keurig nest. Hij is het vierde kind van een advocaat (vader) en een automatiseerder (moeder). Groeide op in Utrecht. Deed de laatste groepen van de basisschool op de Kathedrale Koorschool. „Dat wilden mijn ouders. Daar waren kleine klassen, goed onderwijs. Het hele muziekverhaal was bijzaak. Ik vond het niet zo leuk ook.” Daarna ging hij naar het Christelijk Gymnasium. „Ik dacht ik doe het hoogst mogelijke. Maar ik deed geen reet. Heel raar eigenlijk dat je net in de jaren dat je als mens in ontwikkeling bent zoveel op je afkrijgt. Je wil blowen, roken, rappen, muziek luisteren, komen zij aan met Grieks en scheikunde.”

En wat was het plan? „Studeren, werken.” Hij studeerde een paar maanden Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam. „Ik was altijd wel bezig met ideeën, verhalen, muziekteksten, maar ik maakte niks af.” Hij leerde er Freddy kennen, en via hem Willy Wartaal. „Samen schreven we ‘Watskebùrt?!’. De plaat werd geperst. Voor het eerst was er iets af.”

Werd hij toen wat hij altijd al wilde worden? „Nou, ik kreeg wel het leven dat me als twaalfjarige trok.” Hij las werk van Rolling Stone-schrijver Hunter S. Thompson, boeken over de Amerikaanse anarchist Abbie Hoffman, de biografie van de Amerikaanse hardrockband Guns N’ Roses. „Het leven in een roes, met veel drank en drugs, sprak me enorm aan. En wat er niet leuk aan was, nam je voor lief.”

Hij speelt met de ring om zijn vinger, een donkerrode zegelring met zijn familiewapen. „Freddy en ik waren meteen beste vrienden”, zegt hij. Dat zijn ze, na een dipje wegens een meisje, nog steeds. Ook met de andere groepsleden. „Midden in de nacht na een optreden over de Afsluitdijk. De auto stilzetten, uitstappen en met z’n allen schreeuwen.”

Dit najaar komt hun vierde plaat uit. Freddy en Willy deden mee aan het televisieprogramma Expeditie Robinson, Pepijn schreef de verhalenbundel Sjeumig . „Wat we los van elkaar doen, komt toch weer terug bij het geheel van de groep. Freddy in Robinson gaf de groep weer bekendheid, net als mijn boek. Alles komt uiteindelijk op het conto van De Jeugd.”

En misschien wel de belangrijkste factor in het succes van De Jeugd is het uitblijven van het grote geld. „Zodra er miljoenen in het spel komen, gaat het fout. The Rolling Stones kregen ruzie om geld. Mick Jagger die een miljoenencontract sloot voor solo-optredens, maar dan ook Stones-nummers speelde. Vonden de anderen niet leuk.”

Niet dat De Jeugd onaardig verdient, zegt Pepijn Lanen. „Maar het blijft wel Nederland.” Het lijstje ‘eerste keer geld uitgeven’ in hun koffietafelboek is bescheiden:

Louis Vuitton sleutelhanger

Zijden Bernhard Wilhelm-trainingspakken

Gucci-bandana

Koelkast en wasmachine in één keer kopen

Een week lang twee keer per dag uit eten.

De laatste gang is een wafu-dessert. IJs van groene thee en agar-agargelei. Niks bifi-worstje in een broodje of een bolletje handgevangen bal (zie lijstje ‘eten onderweg’). De Jeugd weet wat lekker tjappen is. <<