Weg met de wegwerparbeid

De thuishulp en de postbezorger werken als ‘zelfstandig ondernemer’ in een ‘flexibele schil’. Wegwerpbanen onder het minimumloon zijn het. Willen we dit echt, vraagt Marc Chavannes. Want we hebben een keuze.

Deze week is hij opgestaan. De nieuwe Domela Nieuwenhuis. Een sociaaldemocratische vakbondsleider die op de zeepkist klimt en zijn overtuiging rondbazuint. Let op, Nederland is hard bezig de verzorgingsstaat af te breken! Ton Heerts staat er en neemt de consequenties voor lief.

De voorzitter van de Federatie Nederlandse Vakbeweging heeft een lange periode van intern vergaderen en hergroeperen achter zich gelaten. Het is Tijd voor Actie. Onmiddellijk wordt hem verweten ketelmuziek te maken voor de ledenwerving. Of ter bescherming van vakbondsleden mét een vaste baan. Maar dit keer gaat het om meer.

Heerts maakt zich grote zorgen over het snel groeiende legioen working poor, mensen die werken, soms in twee banen, maar onder het bestaansminimum leven. Als het zo doorgaat zijn dat 3 à 4 miljoen mensen in Nederland. Ook zijn partij, de PvdA, waarvoor hij vier jaar Kamerlid was, werkte er aan mee. Hij verzet zich tegen de brede overeenstemming in Den Haag dat arbeid alleen maar goedkoper moet worden – om de concurrentie in de wereld aan te kunnen. Het is ook de dominante gedachte bij de komende herziening van het belastingstelsel.

Nadat Heerts begin deze week in het Financieele Dagblad een pittig getoonzet pleidooi had gehouden tegen het afglijden naar een sociaal ministelsel en vóór afschaffing van de zelfstandigenaftrek, kreeg hij de volle laag van alle kanten, zijn eigen ZZP-bond incluis. In Nieuwsuur werd hij aan de paal genageld nadat twee zelfstandige fotografen in de Tweede Kamer hadden hem bezworen van de zelfstandigenaftrek af te blijven. Dat is een fiscale aftrekpost van nu 7280 euro die bedoeld was om zelfstandigen te helpen met scholing, en om zich te verzekeren en om pensioen op te bouwen.

De rest van de week kon hij de brand blijven blussen. Heerts wilde best toegeven dat zijn woordkeus (‘gladjakkers in de politiek’ en ‘rechtse lui als de secretaris-generaal van het ministerie van sociale zaken’) wat heftig was geweest. Maar de strekking van zijn betoog nam hij niet terug. Nederland laat zich sociaal uitkleden en doet mee in een heilloze race to the bottom. Met flexibiliteit en individualisering als verhullende sleutelwoorden.

Heerts’ betoog werd geïllustreerd door het bericht in de Volkskrant dat een groot aantal zelfstandigen die als chauffeur pakjes rondbrengen voor PostNL amper rondkomen. Als zij geld opzij zetten voor pensioen, arbeidsongeschiktheid, ziektekosten en de bestelbus die zij moeten kopen komen zij uit onder het minimumloon. Post NL gaat er van uit dat zij meer kunnen verdienen als zij meer uren maken en minder vakantie nemen. Het bedrijf liet gisteren weten toch bereid te zijn ‘zelfstandige’ chauffeurs in dienst te nemen. Het trekt zich de negatieve publiciteit aan – en gaf dat ook als argument.

Het legioen ZZP’ers is inmiddels aangezwollen tot 800.000 en het blijft groeien. Wie daar bij optelt het aantal mensen met nuluren- of oproepcontracten, bijvoorbeeld in de thuiszorg, schoonmaak, onderwijs en ook nog het groeiend aantal ‘ambtenaren’ die bij gemeenten hetzelfde werk doen als vaste krachten maar in dienst zijn bij payrollbedrijven, die ziet een miljoenenleger opdoemen dat voor werkgevers heel handzaam behoort tot de ‘flexibele schil’.

Het is die betrekkelijk machteloze groep ZZP’ers tegen wil en dank die Heerts wil beschermen. Ook al schrikken zij zelf van zijn oproep de zelfstandigenaftrek af te schaffen. Hij weet ook wel dat een derde van hen, zoals veel kunstenaars ten gevolge van de bezuinigingen in de kunsten, nog net het hoofd boven water houdt dankzij de zelfstandigenaftrek. Maar Heerts ziet die aftrek in hun geval als een on eigenlijke loonkostensubsidie aan werkgevers, die het zo alleen maar makkelijk wordt gemaakt vaste werknemers in te ruilen voor flitskrachten die zelf alle risico’s dragen.

Ontslagen journalisten, die bij regionale kranten van bijvoorbeeld de Persgroep als ZZP’ers voor 12 cent per woord werken, kunnen daar zelfs mét de zelfstandigenaftrek niet van rondkomen. Zij beconcurreren bovendien collega’s in vaste dienst door hun voor de krant voordelige wegwerparbeid. Hetzelfde gebeurt op grote schaal in de thuiszorg en allerlei andere vormen van dienstverlening. Dat versterkt de uitstoot van werknemers met een vast contract, dat lang niet meer zo vast is als vroeger.

Allerlei zorg wordt voor afbraakprijzen gecontracteerd door gemeenten, met als gevolg ontslag van tienduizenden thuiszorgers (die soms als alfahulp voor een habbekrats mogen terugkomen). Gemeenten verdedigen zich op hun beurt met het argument dat zij niet anders konden gezien de met de grote decentralisaties meegeleverde bezuinigingen. Bedrijven, overheden en publieke diensten kunnen zo voldoen aan de opgelegde beperking van het aantal vaste banen en tegelijk het werk gedaan krijgen.

Niemand zal ontkennen dat er veel minder brieven per post worden verstuurd. Maar het is de vraag of de modernisering van de postbezorging verstandig is aangepakt. Zoals voorzitter Heerts nu liberaal wordt tegengesproken door zijn ZZP-bond, zo ging FNV Bondgenoten in 2008 ook in tegen de behoedzame lijn van FNV-voorzitter Jongerius én de directie van TNT Post. De Bondgenoten kregen hun zin (en meer leden?) en de afbraak bij de Post ging in versneld tempo verder. TNT wordt overgenomen, de meeste postbodes staan op straat, PostNL voelt zich gedwongen de randen op te zoeken met hele en halve zelfstandigen.

De groei van een miljoenenleger dienstverleners onder het minimumloon is de logische consequentie van de in dit land laat maar hardnekkig doorgevoerde fictie dat publieke taken per definitie naar de markt moeten en dan beter én goedkoper worden vervuld. Een race naar de bodem die steeds meer (voorheen) publieke taken uitholt.

Als er ambtelijke stofnesten zijn opgeruimd is dat heel nuttig, maar nu komen de nadelen steeds meer in zicht. Het kost de politiek-bestuurlijke klasse grote moeite daar de logische consequenties uit te trekken. Maar beste lezer, het is geen theoretisch debat. Het is geen vrijblijvend debat. De thuiszorg heeft tienduizenden vooral huishoudelijke hulpen op straat gegooid terwijl meer ouderen thuis moeten blijven wonen - die eenvoudige en keiharde tegenspraak wordt nooit echt weersproken of verklaard door het kabinet.

Marktwerking is een Europees opdracht, de slaafse uitwerking een Nederlandse aberratie. De Fyra-enquête leert week na week dat Nederland dogmatisch én naïef is omgegaan met Europese regels en richtlijnen. Dogmatisch omdat we voor de muziek uitlopen, naïef omdat we steeds blijken geen goede schatting te maken van de krachts- en machtsverhoudingen. Duitsland en Frankrijk en zelfs Groot-Brittannië hebben hun postmarkten laat en gedeeltelijk opengesteld. Nederland is vrijwel alle zeggenschap over de eigen energie-aanvoer kwijt geraakt. Duitsland, Frankrijk en België hebben hun eigen spoorbelangen beter in het zicht gehouden dan de Europese marktliturgie.

Die voorkeur voor ideologie boven welbegrepen eigenbelang heeft bijzonder dure brokken gemaakt. Vrijwel alle politieke partijen hebben daar op hun periodes van binnen- of buitendijkse machtsdeling aan meegedaan. De hele rijksoverheid is verbouwd naar het model van de bureaucratisch-bedrijfsmatige bestuursvisie. Dat maakt het zo lastig een stap opzij te doen en vast te stellen wat wel en wat niet heeft gewerkt. Daardoor lijkt het of steeds weer een nieuwe enquête een reeks ongelukkige incidenten aan het licht brengt. Maar dat is schijn. Waren het maar incidenten. De ontsporing van de woningbouwcorporaties heeft alles te maken met de ontsporing van de Fyra. Het zijn beide gevolgen van het te weinig getoetste geloof dat de markt altijd alles beter doet.

Heeft Nederland voor het op 1 januari 2016 beginnend voorzitterschap van de Europese Unie eigenlijk een kijk op die Unie? Het is laat, maar het kan nog net. Zoals Nederland zich niet door een hermetisch kostenlogica hoeft te laten drijven naar een land van armoede voor velen, zo zou de Unie ook dringend moeten knokken voor de ontwikkeling van een welvaartsbegrip dat meer omvat dan groei van het bruto binnenlands product. Klimaat, fatsoenlijke arbeid, fatsoenlijke sociale vangnetten, permanente scholingsmogelijkheden, Europawaardige ouderenzorg – dat is nog steeds wat het overgrote deel van de burgers wensen. Mits goed en duidelijk uitgelegd hebben zij daar ook een deel van hun geld voor over.

Daarover gaat het nu. Armoede voor velen is een keus. Of anders gezegd: het gevolg van een keus die we maken, zelden hardop. Ton Heerts legde links en rechts in Den Haag uit dat hij niets heeft tegen zelfstandigen. Maar des te meer tegen subsidiëring die werkgevers in staat stelt de arbeidsmarkt van onderen uit te hollen.

De eerlijkheid gebiedt te erkennen dat de burger, wij allemaal, het verband moeten gaan zien tussen onze behoefte aan én goedkoop eten én leuke nieuwe kleertjes én een derde vakantie. De prijs voor die goedkope behoeftebevrediging is krappe vliegtuigen, door de ACM gesanctioneerde plofkippen en instortende fabrieken in Bangla Desh. En payrollers op het gemeentehuis. En minder oogje-in-het-zeil thuiszorg bij onze ouder moeder.

In 2001 maakte Barbara Ehrenreich furore in Amerika met haar reportageboek over de onmogelijkheid te leven van werk in de flexibele schil. Het heette Nickel and Dimed: On (Not) Getting By in America. Vijftien jaar later is het rijp voor vertaling naar de Nederlandse situatie.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis belichaamde eind van de negentiende eeuw het verzet van ambachtslieden en ongeschoolde textiel- en veenarbeiders, van Maastricht tot Veendam. Hij leidde stakingen en streed voor fatsoenlijke arbeidstijden en een eerlijk loon. In 1886 moest hij een jaar naar de gevangenis wegens majesteitsschennis. Met zijn oproep tegen het misbruik van de zelfstandigenaftrek heeft Ton Heerts een even gevoelige snaar geraakt. Ondernemerschap voor ieder mens is niet goed voor ieder mens. Zullen we daar eens naar gaan handelen?