Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Sport

‘We zitten soms heel erg te tutten’

Nagellak en krultang gaan steevast mee op reis met de nationale voetbalvrouwen. Verder wordt de tijd gedood met poker of een film.

International Daniëlle van de Donk: „Uit persoonlijkheidstesten bleek niemand een heerser te zijn. Wij zijn uit op gezelligheid en saamhorigheid.”
International Daniëlle van de Donk: „Uit persoonlijkheidstesten bleek niemand een heerser te zijn. Wij zijn uit op gezelligheid en saamhorigheid.” foto Jasper Ruhe/Pro Shots

Ze heeft net haar kunstnagels eraf gehaald als ze aanschuift onder de tl-buizen van het donkere interviewzaaltje. Daniëlle van de Donk, aanvallende middenvelder van het Nederlands team op het WK, giechelt er zelf om. „Als we vrij hebben, zitten we soms heel erg te tutten”, vertelt ze. Met ‘we’ bedoelt ze zichzelf en haar kamergenote Lieke Martens. „Soms krullen we ook onze haren.”

Het zijn terugkerende beslommeringen in het spelershotel. Terwijl bondscoach Roger Reijners zich nog eens buigt over zijn strijdplan, brengen Martens en Van de Donk een deel van hun vrije tijd door met nagellak en krultangen. Naast poker, Facetime en Netflix.

Soms grinnikend, dan weer serieus, geeft Van de Donk (23) een inkijkje in de wereld van een Nederlandse international die in Canada uit is op roem, glorie en plezier. Nu kennen ze in Canada alleen nog Oranje als geheel. Als de ploeg die zich op het WK wil profileren met het aanvallende combinatiespel waarmee ook de mannen zich mondiaal hebben onderscheiden. Maar naast die jacht op de erkenning van de groep hoopt de speelster ook op individuele faam.

De eerste stap richting naamsbekendheid zette ze vorige week in het Commonwealth Stadion van Edmonton. Ze was er één van de uitblinkers bij Oranje. Hoogtepunt van haar optreden was een ‘panna’ waarmee ze het respect van elke pleintjesvoetballer in Nederland had kunnen afdwingen. Aannemen. Totale controle. Bal achter het standbeen. Een sleep. Door de benen. De tegenstander van Nieuw-Zeeland: als was in haar handen.

Het was dezelfde wedstrijd waarin ook haar maatje Lieke Martens een opvallende rol had gespeeld. Zij maakte het winnende doelpunt en had daarna op verzoek van de FIFA een persconferentie mogen geven met op haar hoofd een koptelefoon voor de vertaling. Later, toen ze uitgeteld in hun hotelkamer lagen, hadden de twee de bijzondere momenten nog eens „gevisualiseerd”. Elk moment dat de moeite van memoreren waard is, bespreken ze tot in den treuren.

„Wij zijn heel erg van het analyseren”, zegt Van de Donk. „Dat gaat maar door. Lieke is vaak te kritisch op zichzelf. Ze kan er heel de nacht mee zitten als ze één verkeerde pass heeft gegeven. Dan praat ik op haar in door te zeggen dat ze juist wel goed speelde. En dat het door die ene foute pass niet opeens slecht was.”

Van teamgenoten zijn ze vriendinnen geworden in de vier jaar dat ze nu een kamer delen. Tussen de bedden, koffers en tv – „meer past er niet in” – wordt alles gedeeld. Van hun ontwikkelingen op het WK tot bespiegelingen op hun verdere toekomst. Stiekem filosoferen ze over een mogelijke droomclub die hen inlijft na het WK. „Op zo’n toernooi is de kans aanwezig dat een leuke club komt. Niet dat we daar nou zo veel mee bezig zijn, maar het zou wel super vet zijn. Ik bedoel, wij zijn 22 en 23, hebben nog zoveel jaren voor ons. Al die jaren speel je heus niet bij dezelfde club.”

Ook terugkerende onderwerpen: het gemis van hun honden en hun latere gezinsleven. „We hebben het erover hoe onze kinderen eruit komen te zien, of onze toekomstige partner.” Als wordt verondersteld dat haar mannelijke collega’s dat minder snel doen, zegt ze: „Dat is toch best interessant om over na te denken?”

Zij en Martens zijn „meisje-meisjes”, zegt Van de Donk. Zijn teamgenoten stoerder? „In ons team zie je echt een contrast. We hebben ook echte bikkelaars. Zoals Stefanie (Van der Gragt), Anouk (Dekker) en Sherida (Spitse). Dat zijn echt de harde speelsters. Lieke is trouwens ook niet vies van een duel. Alleen haar loopje is meisjesachtig.”

Hoe groot de verschillen tussen de speelsters ook zijn, het team is in haar ogen de ideale mix van diverse type voetbalsters, zowel wat betreft het spel als de houding naast het veld. Het klikt. Geen onvertogen woord valt er binnen een ploeg die bestaat uit een zeer talentvolle jonge garde en dertigers die ondanks hun ervaring moeten plaatsnemen op de reservebank (Anouk Hoogendijk, Kirsten van de Ven, Dyanne Bito).

Ze vertelt dat alle speelsters bij het Nederlands team een persoonlijkheidstest hebben moet invullen. „Daar kwam precies uit of jij als persoon veel aan de macht bent of juist minder. Bij ons bleek niemand een echte heerser. Super interessant was dat. Je kwam dingen te weten van ploeggenoten die je anders niet wist. En dat we uit zijn op gezelligheid en saamhorigheid. Wij kunnen niet heel de dag op onze hotelkamer zitten.”