Valse total bodyscan

Ik ben radioloog in spe. Mijn vooruitzichten zijn niet rooskleurig. Naar verwachting neemt de werkloosheid onder jonge radiologen de komende jaren toe. Het scheppen van werkgelegenheid is dan ook belangrijk.

Gelukkig is daar de ‘preventieve’ total bodyscan. Veel scans leiden tot veel afwijkingen en die leiden weer tot veel doorverwijzingen naar de reguliere gezondheidszorg. Volop werk dus.

Minister Schippers (VVD, Volksgezondheid) denkt erover om de ‘preventieve’ total bodyscan te legaliseren.

Als radioloog in spe sta ik echter ook voor het bewaken van goede gezondheidszorg in Nederland – in een tijd van toenemende focus op ziekten, medicalisering en overdiagnostiek.

Het lukraak volledig scannen van ‘patiënten’ zal in een enkel geval een vorm van kanker in een vroeg stadium aan het licht brengen, die dan mogelijk op tijd de kop kan worden ingedrukt. Reclames pronken hiermee. Deze reclames echter zijn zeer eenzijdig en laten de (figuurlijke en letterlijke) kosten voor zowel individu als samenleving volledig onderbelicht.

In mijn werk heb ik dagelijks te maken met aanvragen van huisartsen en specialisten voor beeldvorming. Hoe specifieker hun vraag en hoe vollediger de klinische gegevens (bevindingen bij anamnese, lichamelijk onderzoek, specifieke bloedwaarden), hoe zorgvuldiger de keuze voor het type beeldvorming en hoe hoger de kwaliteit van de interpretatie van deze beeldvorming.

Blijven deze gegevens uit, zoals bij een total bodyscan, dan wordt het onderzoek veel minder sensitief. We noemen dit binnen de radiologie ook wel ‘trash in, trash out’.

Bij beeldvorming bestaat het fenomeen incidentalomen (toevalsbevindingen). Bij een longscan vanwege een longontsteking kan een afwijking in het mee gescande deel van de lever worden gezien. Op een aanvullende leverscan kan dan weer een afwijking in de alvleesklier worden gezien.

Zo komt men van het een in het ander. Iemand krijgt het label ‘ziek’ opgeplakt (met de nodige psychosociale gevolgen) en kost de samenleving veel geld. Terwijl het nog maar de vraag is of hij ooit last van deze afwijking zal krijgen. Zo heeft meer dan de helft van de overleden mannen boven de 70 jaar bijvoorbeeld prostaatkanker, terwijl de overgrote meerderheid aan iets anders is overleden. Ook is het nog maar de vraag of de gevonden afwijking überhaupt kan worden behandeld.

Dit alles neemt men voor lief als de indicatie voor de oorspronkelijke scan duidelijk is. Blijft deze indicatie echter uit, zoals bij de total bodyscan, dan gaat het alleen nog om incidentalomen.

In de Wet op het bevolkingsonderzoek zijn criteria opgenomen voor screeningsonderzoeken. Een willekeurig persoon een total body MRI-scan geven, voldoet hier zeker niet aan.

De toenemende screeningsvraag leidt tot aanzienlijk meer ‘ziektes’ en zorgen. Zou heel Nederland een premium full bodycheck doen, dan zouden de gezonde mensen een kleine minderheid vormen.

En wat is de definitie van ziekte eigenlijk? Een bloedwaarde die een promille te hoog is? Een kleine bobbel in de prostaat die ooit kwaadaardig kan worden? Het gaat om het totaalplaatje – en daar hebben we in Nederland juist zo’n prachtig systeem voor, met huisartsen in de eerste en specialisten in de tweede lijn. Met een cd-rom met gevonden afwijkingen bij de huisarts komen, om dan eens te gaan praten over klachten, is de omgekeerde wereld.

Laat de pechvogels de zorg en aandacht krijgen die ze nodig hebben. En laat de geprezen mensen zonder dagelijkse confrontatie met een ziekte genieten van het leven. Laten ze zich niet blindstaren op allerlei manieren om bedreigingen uit te sluiten. Men lijdt het meest onder het leed dat men vreest.

En laten we intussen, op basis van bestaande wetgeving, verder zoeken naar gerichte screeningsmogelijkheden. En laten we deze ook weer durven afschaffen, als de kosten groter zijn dan de baten. De eventuele legalisatie van preventieve total bodyscans door minister Schippers geeft een verkeerd signaal af. Het versterkt het idee, mijns inziens de illusie, dat lukraak onderzoek zinvol is. Juist bij deze zeer complexe, ongrijpbare materie moet de balans uitslaan richting de bescherming van het individu en niet naar het recht op zelfbeschikking.