Vaart die Zilvervloot al binnen?

De studiekosten schieten omhoog doordat in september de basisbeurs vervalt. Ouders kunnen een studieschuld voor hun kind voorkomen door al vroeg een potje geld te vullen. Sparen of beleggen?

Toen haar zoon Aaron anderhalf jaar geleden werd geboren, begon Kitty Zuiderwijk-Morée uit Zuidland meteen voor hem te sparen. Alles wat aan het eind van de maand overblijft, hevelen zij en haar man over naar een spaarrekening. Gemiddeld is dat zo’n 500 euro per maand.

Als de wasmachine kapot gaat of zich andere calamiteiten voordoen, dan put het echtpaar ook uit deze rekening. Maar in principe is dit geld bestemd voor Aarons studie. „Een schuld van 25.000 euro na je opleiding gun je je kind niet”, zegt de 30-jarige Zuiderwijk-Morée.

Haar inschatting klopt aardig. De gemiddelde studieschuld van pas afgestudeerden bedraagt 17.500 euro, volgens budgetinstituut Nibud. Maar als in september de basisbeurs van 286 euro per maand vervalt, komt de totale studieschuld uit op 31.228 euro. (286 euro maal 48 studiemaanden plus 17.500 euro).

Daar komt de rente op de studieschuld nog bij. Het rentetarief staat steeds voor een periode van vijf jaar vast; op dit moment bedraagt het slechts 0,12 procent. Maar dat percentage varieert. Wie in 2011 begon met studeren, betaalt bijvoorbeeld 1,5 procent rente. Dat vermeerdert de studieschuld met ruim 1.100 euro.

Vanaf september mag je de aflossing wel uitsmeren over 35 jaar. Dat betekent dat afgestudeerden ongeveer 75 euro per maand moeten betalen. Maar wil je dat je kind daar tot zowat zijn zestigste aan vastzit? Extra werken tijdens de studie dan maar? Dat kan, maar dan blijft er bijster weinig tijd over voor colleges. Nu al werken studenten gemiddeld vijftien uur per week.

Willen uitwonende studenten straks zelf in hun onderhoud voorzien, dan moeten zij volgens het Nibud 980 euro per maand verdienen. Dat komt neer op een werkweek van 45 uur, als je uitgaat van het minimum jeugdloon van 5,33 euro per uur voor twintigjarigen.

Ouders ontkomen er dus haast niet aan om bij te springen. Dat is ook altijd het uitgangspunt geweest van de overheid: zij betaalde eenderde van de kosten, de student betaalde eenderde en zijn ouders ook. Tenzij zij daar niet toe in staat waren – in dat geval was een aanvullende beurs beschikbaar. Nu het overheidsdeel vervalt, zal eenderde van het totale bedrag ergens anders vandaan moeten komen.

Stel dat de ouders voortaan tweederde van de kosten voor studie en levensonderhoud willen dragen. Dat is volgens de Nibud-richtlijn 653 euro per maand. Voor een studie van in totaal vier jaar kom je dan uit op 31.344 euro.

Ouders hoeven niet dit hele bedrag bij elkaar te sparen. Een groot deel van de toelage die zij hun kind geven, kunnen zij in principe uit hun inkomen betalen. Aan een kind dat nog thuis woont, geef je immers ook geld uit.

Stel dat je twee kinderen hebt, dan snoepen zij volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) samen 26 procent van je totale besteedbare inkomen af, ofwel 13 procent per kind. Met een modaal inkomen (circa 2.000 euro netto per maand, inclusief vakantiegeld) komt dat neer op 260 euro per maand per thuiswonend kind.

Dit betekent dat je vanaf het moment dat je kind gaat studeren 393 euro meer per maand kwijt bent. En je hebt nog 91 euro per maand extra nodig, omdat de kinderbijslag vervalt vanaf 18 jaar. In totaal kom je dan bij een studie van vier jaar 23.232 euro tekort.

Verdien je twee keer modaal, dan geef je volgens het CBS al 520 euro per maand uit aan een kind op de middelbare school. Stort je dat bedrag voortaan op de rekening van je studerende kind, dan heb je nog maar 224 euro per maand extra nodig. Bij elkaar opgeteld voor de totale studieperiode is dat 10.752 euro.

Wie tussen deze twee bedragen in gaat zitten, komt uit op een benodigd kapitaal van zo’n 16.000 euro. Rekening houdend met inflatie – ga uit van gemiddeld 2 procent voor de lange termijn – komt het bedrag uit op zo’n 20.000 euro.

Wat is de slimste manier om dat bedrag bij elkaar te krijgen? De drie meest gangbare opties: sparen via een kinder- of studiespaarrekening, sparen via een deposito of beleggen.