Troika is de knokploeg van een ‘loan shark’

De onverschrokken Griekse minister van Financiën, Yanis Varoufakis, probeert het narratief van de eurocrisis te veranderen. Een van zijn eerste maatregelen was het afschaffen van de term ‘troika’. Het is de cosmetische reflex van elke politicus met ambitie, de taal laat zich nu eenmaal makkelijker omschminken dan de werkelijkheid. Een verstandig gezinshoofd weet dat je beter eerst verbouwt en daarna behangt in plaats van andersom, maar als de gemiddelde Griek bij het woord ‘troika’ een vloek slaakt, is zo’n edit wel begrijpelijk.

En dát de gefrustreerde woede zich ophoopt in Griekenland wordt ook steeds begrijpelijker, mede dankzij mensen als Philippe Legrain, voormalig economisch adviseur van EU-voorzitter Barosso, die in zijn boek European Spring uitlegt dat de Europese aanpak van de schuldencrisis onredelijk, ondemocratisch en ondoelmatig is. Of Harald Schumanns fascinerende interviewserie On The Trail Of The Troika, waarin behalve Legrain nog tal van andere experts aan het woord komen die het Brusselse beleid ontmaskeren als broddelwerk.

De banken die uit roekeloos winstbejag leningen verstrekten, werden uit de wind gehouden en in plaats daarvan werden burgers gegijzeld: zolang de schuldenaar niet betaalt, wordt elk uur een belastingbetaler onthoofd. „Betaal toch!” roept de burger, uit angst de volgende te zijn. „Ziet u”, zeggen Merkel en Dijsselbloem, „het is de wil van het volk.”

Martin Wolf, chef economie van de Financial Times en algemeen beschouwd als de invloedrijkste economisch commentator ter wereld, introduceerde in 2010 het frame van de krekel en de mier, naar de Griekse fabeldichter Aesopus: je hebt mieren-economieën en krekel-economieën. De mieren zijn ijverig, spaarzaam en verstandig, de krekels zijn lui, spilziek en kortzichtig. De Eurokrekels hebben te veel geleend van de Euromieren, en moeten de consequenties dragen.

De Noord-Europese media namen het frame over: de Duitse mier staat in zijn recht om zijn geld terug te eisen, de Griekse krekel moet maar bloeden.

Gelukkig zijn er ook omstanders die tot een ander beeld komen: de Brusselse aanpak is imperialistisch en immoreel, de troika is een monsterlijk machtsorgaan dat niet thuishoort in een democratie, stelt Legrain. De termen ‘unelected officials’ en ‘abuse of power’ liggen hem in de mond bestorven.

Schäuble, Merkel, Dijsselbloem, zij poseren als de redelijke deurwaarder van gedupeerde, hardwerkende mieren, maar lees Legrain, kijk naar die serie van Schumann en de troika verandert langzaam in de knokploeg van een loan shark. Die maar doormept in dat steegje, terwijl de schuldenaar al kermend op de grond ligt. Geen coulance, zegt de woekeraar, ze moeten niet gaan denken dat ze ermee kunnen wegkomen – een argument dat door de troika letterlijk wordt gebruikt.

Door van sterke en minder sterke economieën twee verschillende diersoorten te maken, verdwijnt een cruciaal gegeven buiten beeld, namelijk dat al die argumenten (afspraak is afspraak, te veel lenen is onverantwoordelijk, wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten, geen precedenten) ook van toepassing zouden moeten zijn op die andere bouwpartner van dit kaartenhuis: de bankensector zélf.

Als je de Duitse berichtgeving over Griekenland volgt, krijg je ook wel eens het gevoel dat deze crisis als ventiel dient voor zeventig jaar onderdrukte superioriteitsgevoelens. Al sinds de jaren vijftig de sterkste economie van Europa, maar altijd het hoofd licht gebogen, vooral geen verdachte signalen afgeven, altijd vriendelijk en beleefd blijven, wat al die destijds zo moeiteloos onder de voet gelopen landjes ook roepen. Vermijd ieder teken van arrogantie en paternalisme. Vingertoppen op elkaar en beleefd grijnzen, het is Merkel ten voeten uit.

Eindelijk heeft Duitsland een excuus voor stevige taal, een excuus dat elke rechtgeaarde Noord-Europeaan zal moeten billijken: de intimidatie van een debiteur, een schuldenaar.