Suiker, het heerlijke gevaar

De Amerikaanse endocrinoloog Robert Lustig noemt suiker vergif. Collega’s zijn kritisch. „Je wordt niet dik van dit of dat molecuul. Je wordt dik van veel en gemakkelijk.”

Bron NEVO Foto’s Thinkstock

Martijn Katan is van 1946, oud genoeg om het allemaal al eens gezien te hebben. Suiker vergif? Zei de Engelse voedingswetenschapper John Yudkin een halve eeuw geleden ook al. Zijn boek Pure, White and Deadly werd een bestseller. Suiker was de witte duivel. Totdat vet, vooral verzadigd vet, de Grote Boosdoener werd. Katan: „Toen kreeg je dat een boterham met jam toch beter was dan een boterham met kaas.” Hij is emeritus hoogleraar voedingsleer aan de VU in Amsterdam.

En nu? Nu is de slinger weer naar de andere kant doorgeslagen en kun je overal op internet en in de bladen lezen hoe slecht suiker voor je is. Wat je daar niet allemaal van kunt krijgen! Diabetes, kanker, hart- en vaatziekten. Depressie, burn-out, adhd. Vetzucht, schimmels, rimpels, chronische vermoeidheid, zwakke botten. Een verstoord metabolisme en een verstoord immuunsysteem.

En dan zou suiker ook nog eens hartstikke verslavend zijn. Heroïne, cocaïne, nicotine, dat rijtje. Volgens energiekevrouwenacademie.nl, 25.428 likes, zouden er grote doodskoppen op pakken suiker moeten staan. En ook op alle andere voedingsmiddelen waar suiker aan is toegevoegd. Kan een leuk gezicht worden in de supermarkt.

Je kunt erom lachen. Haha, wat een hysterie. Maar dat is toch te gemakkelijk. De Wereldgezondheidsorganisatie publiceerde dit voorjaar een nieuwe richtlijn: 10 procent van de calorieën die je per dag binnenkrijgt mag uit toegevoegde suikers komen. Liever nog 5 procent. Dan praat je bij de doorsnee zittende mens over 25 gram suiker per dag. Dat zijn zes klontjes. Eén glas frisdrank. En dan niks er meer bij, hè. Geen koekje, geen snoepje, geen stukje chocola. Ook geen boterham met jam.

En dan is er Robert Lustig, de Amerikaanse endocrinoloog en kinderarts die zo mismoedig werd van al die obese kinderen op zijn spreekuur dat hij er zijn dagtaak van heeft gemaakt om de wereld wakker te schudden. Kinderen, ook in China, zelfs al in delen van Afrika, worden dik en ziek door de grote hoeveelheden suiker in de frisdrank die ze krijgen.

Misschien heeft u hem wel eens horen spreken – hij was laatst nog bij Humberto Tan – en anders kunt u kijken naar Sugar: The Bitter Truth, een college van anderhalf uur op YouTube. Zeer meeslepend. Lustig noemt het misdadig om kinderen cola te geven, of erger, pakjes Wicky. Dat is vruchtendrank met vitamine C en een rietje, handig voor school. De calorieën worden moeiteloos opgezogen, en ouders maar denken dat ze er iets goeds mee doen.

Hij is er weer mee begonnen om suiker, vooral fructose, vruchtensuiker, vergif te noemen. Het gaat rechtstreeks de lever in en wordt daar (deels) omgezet in vet. En een vette lever leidt tot hoge bloeddruk, alvleesklierontsteking, diabetes. Met fructose moet volgens hem hetzelfde gebeuren als met alcohol: belasting heffen en leeftijdsgrenzen stellen. Hij schreef er in 2012 een opiniestuk over in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Nature – wat laat zien hoe serieus hij wordt genomen.

Een klein blikje

Wat zegt Martijn Katan? Hij publiceerde in hetzelfde jaar in het zeker zo vooraanstaande tijdschrift The New England Journal of Medicine voor het eerst hard wetenschappelijk bewijs dat kinderen die in een gerandomiseerd en dubbelblind onderzoek 0,25 liter frisdrank met suiker per dag kregen – een klein blikje – na anderhalf jaar een kilo zwaarder waren dan kinderen die in die tijd frisdrank zonder suiker hadden gekregen. Spectaculair.

Toch vindt Katan dat Lustig overdrijft. Suiker, zegt hij, levert „lekkere calorieën” waar je dik van wordt, en het heeft geen voedingswaarde, maar daarmee is het nog niet giftig. Verslavend is het ook niet. „Ik eet graag chocola, maar als je het me afpakt, word ik echt niet ziek. Ik zeg alleen: hé! Moet je bij een alcoholist proberen. Redelijke kans dat het 112 wordt.”

Hij snapt Lustig wel, die maakt stampij om gehoord te worden. Zijn redenering, zegt Katan, past in het „natuurwetenschappelijke paradigma” dat de voedingsleer een eeuwlang gedomineerd heeft. En dat is dat bepaalde stoffen goede dingen voor het lichaam doen en bepaalde andere stoffen slechte dingen. Minder dan zoveel milligram vitamine C per dag? Scheurbuik. Meer dan zoveel gram zout in het eten? Hoge bloeddruk. Heel exact. En daar is de fructose van Lustig nu bijgekomen.

Dat paradigma, zegt Katan, voldoet niet meer voor het probleem waar we een oplossing voor zoeken en dat is overgewicht. „Je wordt niet dik van dit of dat molecuul. Je wordt dik van veel en gemakkelijk en goedkoop en overal verkrijgbaar. En dan kom je uit bij gedragswetenschap.”

Maar probeer mensen maar eens tot ander gedrag te dwingen. Of te verleiden. Hier ontmoeten Katan en Lustig elkaar weer: de overheid moet het doen. Die kan een flinke accijns leggen op sap en frisdrank, snoep- en frisdrankautomaten op school verbieden, en reclame die gericht is op kinderen.

Roept de industrie: mensen kunnen toch zelf nadenken? En waar is het wetenschappelijk bewijs dat suiker dik maakt?

En inderdaad, zegt Katan, alleen voor sap en frisdrank is definitief bewezen dat ze dik maken, maar niet voor chocola en koek en snoep. Daarom is de nieuwe richtlijn van de Wereldgezondheidsorganisatie gebaseerd op de bewezen relatie tussen suiker eten en tandcariës. „Ongetwijfeld zijn de betrokken wetenschappers ervan overtuigd dat al die lekkere zoete dingen dik maken, maar dat hoeven ze nu niet voor elk koekje en snoepje te bewijzen.”

Fred Brouns, hoogleraar innovatie in gezonde voeding aan de Universiteit Maastricht, stond naast een moeder langs de rand van het voetbalveld naar hun kinderen te kijken – haar jongste zat te jengelen in zijn buggy. Ze gaf het een flesje sportdrank. Uurtje later, weer jengelen, nog een flesje. „Toen heb ik die moeder aangesproken”, zegt Brouns. „Twee flesjes sportdrank! Daar zitten ruim 24 suikerklontjes in. Ze schrok zich rot.”

Hij is ook van de school die zegt: laat de overheid de industrie opleggen om minder suiker in de frisdrank te stoppen, want mensen hebben zelf vaak geen idee. „Wat is een koolhydraat? Wat is een calorie? Bij de mensen met het meeste overgewicht is het minste begrip.”

Toch vindt hij het jammer dat de nadruk nu zo op suiker ligt. „We eten van álles te veel”, zegt hij. Suiker vergif? „Onzin. Alle voedingsmiddelen die je niet verbrandt leiden tot overgewicht, en overgewicht verandert de stofwisseling. Je wordt ongevoelig voor insuline, je ontwikkelt diabetes, door de diabetes worden je bloedvaten slechter, enzovoort.” Minder eten, dat is zijn boodschap. En bewegen, bewegen, bewegen.

Zijn er in Nederland wetenschappers te vinden die Lustigs verhaal volmondig beamen? Hanno Pijl, hoogleraar diabetologie in het Leids UMC, zegt dat „Lustig een punt heeft”. Pijl heeft Lustig ontmoet toen die in het LUMC een lezing gaf. „Een vlammend betoog, vooral over fructose, biochemisch was het behoorlijk goed onderbouwd.” Maar ook Pijl zegt: „Suiker vergif, dat is een extreem standpunt. We kunnen niet zonder koolhydraten [die in het lichaam worden omgezet in suikers], dat weet hij ook. Het is marketing. Heel Amerikaans.”

Als diabetoloog weet Pijl alles van suiker, dus aan hem de vraag of suiker eten slechter is dan vet eten. Of is een calorie een calorie – Katan, Brouns – en maakt het niet uit waar die vandaan komt?

Geen ja en geen nee. Pijl: „Misschien maakt het wel uit. Dat wil ik gaan onderzoeken. Er zijn aanwijzingen dat suiker op zichzelf ook een ontstekingsreactie kan geven, niet alleen als het is omgezet in vet in de lever.” En als de suiker meteen wordt verbrand door te bewegen? „Dan is het niet erg. Dan krijg je niet van die pieken in je bloed, en die geven de ontstekingsreactie. Je kunt veel meer hebben aan verkeerde voedingsbelasting als je je regelmatig inspant. Geen marathons, maar lopen en fietsen en de trap nemen. Niet vijf uur achter je computer zitten, maar regelmatig opstaan – dat maakt heel veel uit voor je stofwisseling. Zodra je beweegt, zuigen je spieren de suiker uit je bloed.”

Lees ook: Hoeveel suiker eet jij op een dag? Doe de Suikertest van NRC

Wel een liter

Ik snap het niet dokter, ik eet zo gezond en toch val ik niet af. Frank Visseren, internist en hoogleraar vasculaire geneeskunde in het UMC Utrecht, hoort het zo vaak van patiënten. „Vraag ik: wat eet u dan? Appels, dokter. Sinaasappels. Ongeperst? Nee, als sap. Wel een liter per dag, dokter.”

Visseren onderzoekt wat vetcellen met de bloedvaten doen, en of het wat uitmaakt waar ze zitten. Ja dus. Hij beweegt zijn handen van zijn maag naar zijn buik en zegt: „Een vetschort doet minder kwaad dan vet dat tussen de organen is opgeslagen. Vet tussen de organen gaat allerlei stofjes produceren die niet goed voor je zijn.”

Nu komen we weer bij suiker. Maar eerst dit: „Ons hele metabole systeem draait op suiker. We zijn suikerdieren. Suiker is de meest efficiënte leverancier van brandstof.” Voordeel en nadeel, want alles wat je niet verbrandt wordt zeer gemakkelijk tussen de organen opgeslagen, vooral tussen de darmen, om direct beschikbaar te komen als het lichaam energie nodig heeft.

En daar zit volgens Visseren de crux. Bij de moderne welvaartsmens komt het vaak niet meer zo ver, omdat die dan allang weer iets gegeten heeft. Visseren: „Het hongergevoel wordt gestild met een appel of een kroket of een ander tussendoortje, en het vet blijft zitten.”

Een halve kilo per jaar. Zo worden de meeste mensen dik. Vijf kilo in tien jaar. Tien kilo in twintig jaar. „Als je het terugrekent”, zegt Visseren, „kom je op een overschot van 11 calorieën per dag. Elf calorieën! Het hele overgewichtprobleem is te reduceren tot 11 calorieën per dag!”

Nou weet hij ook wel dat het simpeler klinkt dan het is, anders hadden we het allang opgelost. De neiging om elke dag net iets meer te eten dan we verbranden is evolutionair altijd van groot belang geweest. „Mensen die slank de winter in gingen, haalden het voorjaar niet.” En probeer maar eens tegen de evolutie in te gaan.

Toch kon Visseren het niet laten om een experiment te verzinnen waarbij mensen bewust werden gemaakt van de calorieën die hen langzaam maar zeker dikker maakten, en wat ze eraan konden doen. „Een paar keer per dag de trap nemen”, zegt hij. „Dat helpt al.” Eerst liet hij elektronische oogjes ophangen bij de trappen in het ziekenhuis. Meten: hoeveel mensen liepen er naar boven. Daarna een „leuk bordje” bij de liften waarop stond: zoveel verbrandt u als u loopt, en weet u wel hoe goed dat voor u is. Visseren: „Het werkte!”

Ook nog toen de bordjes waren weggehaald, een poosje dan. Daarna niet meer.

Hoeveel suiker eet jij op een dag? Vul de test in voor een gemiddelde dag. Wij geven je een idee van hoeveel suiker je consumeert, gebaseerd op gemiddelde suikergehaltes en gemiddelde porties.