De ene winnaar krijgt te veel prijzengeld, de andere te weinig

Geld kan een last zijn. Vier Nederlandse wetenschappers wonnen gisteren de Spinozapremie. Het is de hoogste wetenschappelijke prijs van Nederland: 2,5 miljoen euro. En dat is voor één van de laureaten, de Leidse hoogleraar statistiek Aad van der Vaart, een bezwaar. „Eerlijk gezegd ben ik er niet vóór dat zulke enorme bedragen uitgereikt worden”, zegt hij vandaag in deze krant. Met de premie kan hij 35 promovendi en postdoctorale onderzoekers aannemen. „Dat is eigenlijk te veel.”

Wellicht moet Van der Vaart eens praten met een van de andere winnaars van dit jaar: Cisca Wijmenga, hoogleraar humane genetica aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Eigenlijk is het veel te weinig”, zegt zij. Ze wil het DNA van 167.000 Groningers laten analyseren. De labkosten zijn 167 miljoen euro of, met een beperktere techniek, ruim 8 miljoen. „Dan nog kom ik geld tekort.”

Het is bekend: de ene tak van wetenschap vergt meer geld dan de andere. Maar onderzoeksfinancier NWO, die de Spinozapremie uitreikt, overweegt toch niet om de hoogte van de prijs te laten afhangen van het vakgebied.

Behalve voor Aad van der Vaart en Cisca Wijmenga zijn de Spinozapremies dit jaar voor Birgit Meyer (Universiteit Utrecht) en René Janssen (TU Eindhoven). Antropoloog Meyer bestudeert religieuze praktijken; chemisch ingenieur Janssen ontwikkelt technologie voor zonnecellen.