Selfmade man Napoleon leeft voort bij zijn fans

Bij Waterloo werd 200 jaar geleden Napoleon verslagen. De keizer en autodidact blijft populair. Verzamelaars betalen grof voor parafernalia.

Het appartement van Pierre-Jean Chalençon in het centrum van Parijs houdt het midden tussen een antiekzaak, een museum en een kraampje op de vlooienmarkt. De beroepsverzamelaar werkt en slaapt in zijn Napoleon-collectie. De muren hangen tot het plafond vol met schilderijen, gravures en wapenschilden, in de antieke kasten staan boeken en serviezen die de Franse keizer zelf ooit nog in gebruik had en in vitrines liggen zakdoekjes, manuscripten en onderbroeken van Bonaparte, zijn verwanten en maarschalken.

En dan de slaapkamer: op de kaptafel van de moeder van Napoleon uit het paleis van Fontainebleau staat, rechts naast het bed van Chalençon, een waterglaasje dat de belangrijkste particuliere Napoleon-verzamelaar in de wereld, volgens zijn assistent, ’s nachts gebruikt als hij dorst heeft. Het komt uit de boedel van Marie-Louise van Oostenrijk, Napoleons tweede vrouw. Alleen het bed is van recenter makelij, vervolgt de assistent tijdens zijn rondleiding. „Napoleon sliep doorgaans op een veldbed. Dat vindt meneer Chalençon niet erg comfortabel.”

Komende week is het 200 jaar geleden dat aan de Europese zegetocht van Napoleon Bonaparte een eind kwam. In Waterloo herdenken vooral Belgen, Britten en Nederlanders de val van de keizer. In Frankrijk ligt de kwestie wat gevoeliger.

„Natuurlijk ga ik Waterloo niet vieren.” Chalençon (44), lang krullend haar en een forse bril met getinte glazen, begint, ijsberend door de huiskamer, een revisionistische tirade nog voor hem een vraag is gesteld. „Ze liegen, de Engelsen. Ze hebben Waterloo nooit gewonnen. Napoleon heeft ze in de pan gehakt! Als de Pruisen niet waren komen helpen, dan hadden de Britten bye bye kunnen zeggen.”

Voor de een is Napoleon een Franse nationale held, voor de ander een oorlogsmisdadiger die maar beter doodgezwegen kan worden. Toen de Fransen in 2005 voor een televisieshow stemden over wie ‘de grootste Fransman aller tijden’ was, eindigde Napoleon op een magere zestiende plaats, ver achter winnaar Charles de Gaulle, maar nog net voor Louis de Funès.

Toch wordt zijn praalgraf in de Dôme des Invalides jaarlijks nog door duizenden mensen bezocht. En toen de Belgische regering eerder dit jaar bekendmaakte een herdenkingsmunt te willen slaan voor 200 jaar Slag bij Waterloo, maakte de Franse regering formeel bezwaar. Niet de Franse president, maar een eenvoudige ambassadeur zal donderdag de herdenkingsceremonie bijwonen. Want Waterloo, kopte Le Figaro onlangs, is „een Frans taboe”.

Maar Napoleon leeft. Chalençon: „Niemand heeft zo’n stempel op onze geschiedenis gedrukt als hij.”

Pluimveemagnaat

Met een weids gebaar wijst de excentrieke verzamelaar op een fragiel ogend meubelstuk met bladgouden poten en dito armleuningen. „Ga zitten!” Op deze bank zat de keizer toen hij in 1810 in het huwelijk trad met Marie-Louise, legt hij uit. „Nationaal erfgoed natuurlijk!” Of het niet bezwaarlijk is daarop plaats te nemen? „Geen zorgen, hij is volledig gerestaureerd”, antwoordt Chalençon verbaasd voor hij zelf neerploft. „Een mens moet toch ergens kunnen zitten?”

Veilingen van parafernalia uit het Premier Empire, het eerste Franse keizerrijk, breken de laatste jaren record na record. Verzamelaars uit de hele wereld willen een stukje Napoleon in huis. Toen afgelopen najaar de prins van Monaco in Fontainebleau zijn familiecollectie liet veilen, ging een Zuid-Koreaanse pluimveemagnaat er voor 1,8 miljoen euro vandoor met een ‘steek’, zo’n typische door Napoleon overdwars gedragen hoed. Niet eerder was zo’n hoog bedrag betaald.

„Ik heb altijd veel ontzag gehad voor Napoleons uitdagende karaktertrek dat niets onmogelijk is”, zei Kim Hong-kuk achteraf. „Ik heb deze aankoop gedaan om de ondernemersgeest wakker te schudden.”

Chalençon heeft niet geboden op de hoed. Hij had er al twee.

„Er zijn zo’n dertig hoeden van Napoleon bekend, dus waarom zou ik er nog een bijkopen?”

Chalençon begon zijn verzameling toen hij elf jaar oud was. Hij leegde zijn spaarpot om voor 500 francs een affiche op de kop te tikken van de aankondiging van de terugkeer van Napoleon uit ballingschap in Elba. Inmiddels heeft hij met ruim 2.000 stukken naar eigen zeggen de grootste particuliere verzameling in de wereld.

Zijn geld verdient hij met de verhuur van kant-en-klare tentoonstellingen over de consul en keizer. Op dit moment heeft hij exposities lopen in België, Canada en China, waar inmiddels meer dan 300.000 mensen kwamen kijken. „Napoleon is mijn business”, zegt hij. Een dure business. Maar hij heeft het geluk dat hij vroeg begonnen is. „Een zakdoekje dat ik vijftien jaar terug voor 150 euro kon kopen, doet nu met gemak 12.000 euro.”

En dat is een probleem voor openbare instellingen. Als de assistent van Chalençon, de jeugdige Tarek Bougherira, Napoleons exemplaar van een boek over Julius Caesar uit de kast trekt, valt er een brief uit van het museum dat in de Parijse voorstad Malmaison het kasteeltje van Napoleon en zijn eerste vrouw Joséphine de Beauharnais beheert. Chalençon heeft geprobeerd het boek aan het museum te verkopen, omdat boeken op zijn soort tentoonstellingen minder makkelijk te tonen zijn. „Het is een prachtig werk”, schrijft de museumdirecteur in reactie op zijn voorstel, „maar we hebben echt geen geld”.

Dat bevestigt hoofdconservator Alain Pougetoux van Château de Malmaison. „Verzamelaars van spullen van historische figuren kopen echt alles op tegenwoordig en ze hebben er bedragen voor over die ik als overheidsinstelling niet kan rechtvaardigen.” Pougetoux wijst in een vitrine op goudgerande bordjes die aan Joséphine hebben toebehoord. „Neem dit prachtige servies, gemaakt door Dihl et Guérhard”, zegt hij. „Toen wij hier in 1982 de eerste exemplaren van aankochten, waren de prijzen nog heel redelijk. Nu grijpen we nogal eens mis en kunnen we onze collectie niet meer completeren.”

Is dat erg? „Misschien niet voor de wetenschap”, zegt Pougetoux. „Neem zo’n steek die nu naar Korea gaat. Wij hebben er een, andere Franse musea hebben er twee en we weten precies wanneer Napoleon welke hoed droeg. Dus het is jammer, maar geen ramp.” En van particuliere verzamelaars, zegt hij, win je het domweg nooit. „Ik wil het woord speculatie niet gebruiken, maar zij vinden altijd wel middelen om dingen te kopen.”

Verschrompeld stukje vlees

Hoewel de prijzen vooral de laatste jaren snel zijn gestegen, is het verzamelen van ‘napoleonica’ van alle tijden. Een Amerikaanse uroloog haalde in 1969 al eens het nieuws toen hij op een veiling 3.800 dollar neerlegde voor een verschrompeld stukje vlees dat de geamputeerde penis van Napoleon zou zijn. (Er zijn er nog twee in omloop.) Maar een van de vroegste verzamelaars was Lord Byron, de Britse dichter, zegt Emilie Robbe van het Musée de l’Armée in Parijs.

Byron maakte geen geheim van zijn sympathie voor Napoleon en terwijl de meeste Britten de winst in Waterloo vierden als het begin van een nieuw tijdperk, dichtte hij in juli 1815 bedroefd over ‘Napoleons vaarwel’. „Hij reisde een jaar later over het slagveld in België en zocht actief naar souvenirs”, zegt Robbe. Hoewel Byron in zijn brieven schrijft teleurgesteld te zijn dat de velden al waren omgeploegd, vond hij in de modder tussen vele botten een zwaard, een helm en een handvol insignes met de keizerlijke adelaar. Een deel van die spullen zou nog steeds bij uitgevershuis John Murray bewaard worden.

Opvallend genoeg waren veel van de eerste Napoleon-verzamelaars Brits, zegt Pougetoux. Jarenlang heeft Napoleon de Britse politiek gedomineerd. Zijn verbanning naar het tropische eilandje St. Helena droeg bij aan de mythische proporties. „Franse kunstenaars hadden in hun ateliers in 1815 nog veel portretten van hem staan die bedoeld waren voor paleizen en ambassades, maar die raakten ze na Waterloo in Frankrijk natuurlijk niet meer kwijt. Robert Lefèvre, een van de favoriete schilders van Napoleon, verkocht al in 1816 zijn eerste Napoleon-portretten aan Britse klanten.” Het was het begin van de levendige handel in Napoleon-trofeeën.

Waarom de keizer ook nu nog blijft fascineren? „Hij was een selfmade man, en net als ik een autodidact”, zegt Chalençon. „Dat is wat mensen aanspreekt in Rusland, China en de VS.” Napoleon („een superstar”, zegt Bougherira) perfectioneerde in een vroeg stadium de politieke communicatie. „Politici hebben tegenwoordig Twitter, Napoleon had schilders als Lefèvre en Jacques-Louis David, die hem vastlegden in glorieuze poses”, zegt de assistent. In Malmaison hangt bijvoorbeeld het beroemde schilderij van David met Napoleon die op een machtig wit paard de Alpen oversteekt. „Dat was een sterk staaltje propaganda”, lacht Pougetoux. „Want Napoleon zat in werkelijkheid op een ezel.”

Intelligente pathologie

Napoleon, analyseert verzamelaar Bruno Ledoux, is „een brand” geworden. „En voor ieder merk, of het nou de Rolling Stones zijn of een historisch figuur, is markt.”

Vastgoedhandelaar Ledoux (50), tevens mede-eigenaar van de krant Libération, is trotse bezitter van een van de keizerstronen van Napoleon. Zijn verzameling is wat breder dan die van Chalençon: hij heeft ook spullen uit de Franse revolutie en de Tweede Wereldoorlog, zoals de laatste sigaar van Churchill. Met zijn Napoleon-collectie wil hij een museum inrichten in het door hem aangeschafte paleis van Napoleons zoon, Napoleon II, in Rambouillet. Hij heeft door een oud-medewerker van het wassenbeeldenmuseum Grévin alvast een pop laten maken die oorspronkelijke kleren van de keizer draagt.

„Een verzamelaar heeft altijd iets pathologisch”, glimlacht Ledoux. „Maar ik verzamel geen luciferdoosjes. Dit is een intelligente pathologie. Laten we niet vergeten dat Napoleon opereerde in de jaren waarin Frankrijk invloed had op de wereldgeschiedenis. Onze revolutie domineerde Europa. Natuurlijk, Napoleon was een groot strateeg. Maar hij was geen veroveraar, laat staan een dictator, zoals je nu wel eens hoort. Hij verdedigde Frankrijk en de waarden van de revolutie en hij moderniseerde overal in Europa het bestuur met de ‘Code Civil’, de verankering van het privaatrecht. Napoleon”, zegt Ledoux, „was in feite de eerste echte Europeaan.”

In het muffe appartement van Pierre-Jean Chalençon baant aan het eind van de ochtend een werkster zich met een stofzuiger een weg langs het waardevolle meubilair. De verzamelaar moet zijn stem verheffen om verstaanbaar te blijven. „Napoleon heeft dit land op de kaart gezet, dat kun je van de huidige lamlendige Franse politici niet zeggen”, roept hij boven het geruis uit. „Denk je nou echt dat er over tweehonderd jaar mensen zijn die spullen van François Hollande verzamelen?”