Rotsvast geloof in Amerika

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Hoewel hij er geen correspondent meer is, heeft Charles Groenhuijsen zijn fascinatie voor en verknochtheid aan de VS behouden. In Oh, oh, Amerika [1] maakt hij de balans op van het tijdperk-Obama. ‘Het conservatieve, overwegend blanke, bekrompen en strenggelovige Amerika gaat steeds meer tot het verleden behoren.’ Daar staat het voortbestaan tegenover van schrijnende toestanden op sociaal gebied, ongelijkheid, achterstallig onderhoud in publieke voorzieningen en infrastructuur, racisme, politiegeweld. Hoe vergiftigd het politieke leven in de VS is, blijkt uit de vuilspuiterij tegen Obama waar Groenhuijsen extreem krasse staaltjes van laat zien.

Al met al valt zijn balans toch positief uit. Oh, oh, Amerika – een nogal duffe titel voor een prettig leesbaar en informatief boek – getuigt van een rotsvast geloof in de kracht en flexibiliteit van de VS. Aan een voorspelling wie de nieuwe president wordt, waagt de auteur zich niet. Hillary Clinton heeft niet de gewenste ‘new car smell’, zoals Obama het noemde.

De bootvluchtelingen die vrijwel dagelijks in het nieuws zijn, verlenen een wrang soort actualiteit aan het verhaal van wijze waarop 46 mensen, in meerderheid Joodse vluchtelingen, op 14 mei 1940 aan de nazi’s konden ontkomen. In Weg! Ontsnapt aan de Duitse bezetting [2] reconstrueert Danny Verbaan tot in de kleinste details de oversteek uit Scheveningen met de reddingboot Zeemanshoop, die door vier doortastende studenten van de kade werd gestolen. Zij wilden naar Engeland om tegen de Duitsers te vechten. In Scheveningen was het een pandemonium: honderden angstige mensen probeerden de vissers te bewegen uit te varen. Er werden kapitalen geboden, alles vergeefs. Wel startte de Scheveninger Tinus Rog de motor van de door de studenten gekaapte en daarna door tientallen wanhopige vluchtenden bestormde reddingboot die op hoop van zegen koers zette naar het noordwesten.

Ondanks alle gevaar en totale paniek op de overvolle boot slaagde de overtocht: de Britse torpedobootjager Venemous pikte de vluchtelingen op. Tot de geredden behoorde de beroemde filosoof Otto Neurath. Het verhaal van de oversteek met de Zeemanshoop is eerder verteld, maar nooit zo uitputtend nauwgezet als nu door Verbaan.

Uitputtend maar allerminst nauwgezet is het door actrice/schrijfster Elle van Rijn opgetekende levensverhaal van Bertha Harthog (1937-2009), Mijn naam is Nadra [3]. In 1950 werd Bertha de inzet van religieuze twisten in Singapore tussen christenen en moslims, waarbij achttien doden en 173 gewonden vielen. Ze was de op Java geboren dochter van een katholieke KNIL-militair en een Indische moeder, die haar kind tijdens de Japanse bezetting weggaf aan een Maleisische vrouw. Bij haar groeide Bertha op als moslima. Om te voorkomen dat Nadra, zoals haar islamitische naam luidde, terugmoest naar haar inmiddels in Nederland wonende ouders, trouwde ze op haar dertiende met een 22-jarige moslim, tevergeefs. Na een reeks geruchtmakende rechtszaken arriveerde ze eind 1950 in Bergen op Zoom, waar ze werd ingehaald door een menigte van duizenden enthousiaste katholieken.

In Singapore was de noodtoestand uitgeroepen. Gevreesd werd dat er een burgeroorlog zou uitbreken, wanneer Nadra terug zou keren. Vandaar dat ze in Nederland nog jarenlang onder politiebewaking stond.

Over de beruchte ‘Nadra-case’ zijn in Azië verscheidene boeken geschreven. Hier zond de IKON in 1999 een documentaire uit op basis van gesprekken met Bertha Harthog en haar verwanten in Nederland en Maleisië. Elle van Rijn voegt aan dit materiaal een in de ik-vorm geschreven roman toe, waarin ze niet alleen spreekt als het kind Nadra, maar ook als de volwassen Bertha, die op haar 37ste al tien kinderen had. Een onmogelijke exercitie, met als resultaat een nogal klef en ongeloofwaardig portret van een tragische, aan alle kanten misbruikte vrouw.