Qatar ziet Westerse hetze tegen de Arabische wereld

Door alle aandacht voor de FIFA ligt ook Qatar onder een vergrootglas. Daar is men boos over de westerse aantijgingen.

Een kamelendrijver past op zijn dieren bij de kamelenrenbaan van Doha. Op de achtergromd een billboard voor het WK van 2022, met de bekendmaking door de FOFA-voorzitter Sepp Blatter. Foto HH
Een kamelendrijver past op zijn dieren bij de kamelenrenbaan van Doha. Op de achtergromd een billboard voor het WK van 2022, met de bekendmaking door de FOFA-voorzitter Sepp Blatter. Foto HH Foto VI IMAGES /Hollandse Hoogte

‘Terroristen, kamelen en olie, zo worden we afgeschilderd; het is puur racisme”, zegt Faisal Almudahka, een gepensioneerde manager bij een oliebedrijf. Vandaag bezoekt hij het indrukwekkende museum voor islamitische kunst in Doha, de hoofdstad van Qatar. Niet voor de kunst, maar voor een lunch. „Het Westen wil niet dat wij het WK voetbal organiseren, ze gunnen het ons niet.”

Met ‘ons’ bedoelt Almudahka niet alleen het Golfstaatje Qatar, maar de hele Arabische wereld. Zo denken veel Qatari’s sinds het onderzoek van de FBI naar corruptie binnen de FIFA is uitgebreid naar de omstreden toewijzing van het WK in Qatar in 2022. Inclusief de minister van Buitenlandse Zaken, die in de lokale media ook al sprak over racisme en afgunst van landen die de strijd hadden verloren, met name Engeland en de VS.

Oude reflex

Zo vervalt Qatar in een reflex die landen in het Midden-Oosten wel vaker hebben: geef de schuld aan het Westen. Almudahka: „Wellicht moeten we inderdaad niet zo in de verdediging schieten, maar de wereld laten zien dat hier ook goede dingen vandaan komen, zoals een WK.” Alleen, dat WK komt er wellicht niet. „Onzin, er is geen bewijs, de FBI heeft vast iets anders te verbloemen en probeert de aandacht daarvan af te leiden.”

Het museum voor islamitische kunst is kalm en leeg. Zoals eigenlijk heel Qatar. Mensen lopen niet, maar schrijden. Gestileerde parken liggen er strak en groen bij, maar lijken vooral bedoeld ter decoratie. Qatar is bescheiden, bedachtzaam, bijna verlegen. Het is moeilijk voorstelbaar hoe hier straks een spetterend voetbalfestijn moet plaatsvinden. „We zijn een slaperig dorp, maar willen een bruisend land worden”, zegt Almudahka.

Qatar is in korte tijd een belangrijke speler geworden in het mondiale voetbal. De reden: soft power. Grote sportevenementen trekken toeristen, publiciteit en wereldleiders, is het idee. Zo kan het land zich neerzetten als dynamisch, kosmopolitisch, aantrekkelijk voor investeerders en baken van stabiliteit in een geplaagde regio. Qatar heeft sympathie nodig, want het is te klein (ruim 2 miljoen inwoners van wie slechts 300.000 Qatari’s) om militair iets te kunnen uitrichten tegen agressie van buitenaf.

Maar de sympathie is momenteel ver te zoeken. Het beeld dat overheerst, is van rijke oliesjeiks die met hun lui verdiende geld alles op- en omkopen. Onterecht en onverstandig, vindt Almudahka, want zo haal je je de woede van de Arabische wereld op de hals. Dan realiseert hij zich dat de woorden ‘Arabische wereld’ en ‘woede’ nu niet de gewenste boodschap zijn. „Het probleem is dat we niet goed zijn in branding.”

Hij staart door de glazen pui van het museum, dat uitkijkt over een helblauwe baai en daarachter de skyline van Doha: enkele tientallen glazen torens. Het lijkt eerder op de Zuidas dan op de megalomane bouwwerken in het nabijgelegen emiraat Dubai.

In een van de torens zit de organisatie van Qatar 2022. Sinds het landje in 2010 het WK kreeg toegewezen, wordt hier door zo’n 500 man gewerkt aan wat het eerste WK van de Arabische wereld moet worden. In de lobby ligt een lokaal voetbaltijdschrift. Op de achterkant staat een cartoon van een man met een Engelse vlag als een aanvoerdersband om zijn arm; hij hakt met een houweel op een blok met het opschrift: ‘Qatar 2022’.

Matthias Krug van de pr-afdeling vindt het een treffend plaatje. „De Britse media hebben het voorzien op Qatar.” Engeland zou boos zijn dat het het WK misliep en zou dat alsnog proberen binnen te halen. Recente opmerkingen van de Britse minister van Cultuur dat zijn land bereid en in staat is het WK te organiseren als het bij Qatar wordt weggehaald, schoten hem in het verkeerde keelgat. „Ik krijg hier verslaggevers die naar huis gaan met een veel positiever beeld dan ze hadden; maar hun redacties weigeren vervolgens hun stukken.”

Krugs werk bestaat vooral uit het pareren van kritiek, niet uit het maken van flitsende promotiefilmpjes. Aanvankelijk richtte de kritiek zich op de hitte en de slechte arbeidsomstandigheden, nu gaat het vooral over corruptie. Ook hij houdt het erop dat er geen bewijs is; dat het vooral een hetze tegen Qatar is.

Dat laatste vindt Ed Graper ook. De Nederlander is hoofd van de voetbalopleiding bij de Aspire Academy, Qatars sportparadijs. Zijn taak: een behoorlijk nationaal elftal smeden voor 2022. Een klus die voortijdig zou kunnen eindigen als Qatar het WK ontnomen wordt. „Ik heb inderdaad jongens om me heen die me vragen of ze volgend jaar hun baan nog wel hebben.” Zelf maakt hij zich geen zorgen. „Als je ziet wat er allemaal al is geïnvesteerd en gebouwd.” Die schade zal bij de FIFA worden geclaimd, en die kan dat niet betalen, denkt hij.

Stereotypen

Ook hij heeft de indruk dat Qatar moet vechten tegen stereotypen. „Dat hebben ze wel een beetje aan zichzelf te wijten. Qatar heeft zich misschien wat al te nadrukkelijk geprofileerd als grote koper.” Hij doelt op grote clubs als Paris Saint-Germain, maar ook op het Britse warenhuis Harrods en winkelpanden in Parijs, die zijn gekocht met Qatarees oliegeld.

Ook in de Aspire Zone heerst een serene rust. Jonge spelertjes trainen wat. Binnen, want buiten is het 40 graden. Nergens duidt iets op een WK. Alleen op de markt in de stad zijn wat petjes en koelkastmagneten te koop met Qatar 2022 erop gedrukt.

Qatar lijkt te worstelen met zijn identiteit. Het hecht aan tradities als valkenieren en het bordspel dama. Het hecht ook aan bedekte kleding voor toeristen en schenkt alleen alcohol in besloten cafés in vijfsterrenhotels. Het wil Arabisch blijven. Het WK moet dan ook vooral een WK voor de Arabische wereld worden.

Geen bewijs

Mogelijke malversaties zijn totaal afwezig in de discussies. „Zolang daarvoor geen bewijs is, geloof ik niks”, zegt de jonge voetbalminnende student Abdulrahman Alkhoori in een shopping mall. „Ik had niet verwacht dat de hele wereld ons zou aanvallen, dat we zo onder een vergrootglas zouden komen te liggen.”

Alkhoori vindt dat de pijlen niet op Qatar gericht zouden moeten zijn, maar op de FIFA. Hij ziet daarbij over het hoofd dat Qatar en de FIFA nauw verbonden zijn in deze zaak. Het was immers Mohammed bin Hammam, destijds voorzitter van de Aziatische voetbalfederatie (AFF) die van het kopen van stemmen wordt verdacht. De AFF heeft zijn hoofdkantoor in Qatar en Bin Hammam is Qatarees.

Dat hoeft nog niet te betekenen dat hij handelde in opdracht van Qatar, maar het land heeft de schijn op zijn minst tegen. Daarmee heeft het zichzelf wellicht in de voet geschoten, want wie weet was er geen smeergeld nodig. Trainer Graper: „Je zou de biedingen geanonimiseerd naast elkaar moeten leggen; ik kan je op een briefje geven dat Qatar dan ook zou winnen, het was gewoon het beste bid.”