Op missie in Iraaks Koerdistan

Nederlandse militairen trainen in Irak Koerdische milities. Maar helpt dit Islamitische Staat te verslaan – of breng het vooral de Koerdische onafhankelijkheid dichterbij?

Door Emilie van Outeren

Appèl bij het begin van een nieuwe vierweekse cursus voor peshmerga, eind mei. Foto defensie
Appèl bij het begin van een nieuwe vierweekse cursus voor peshmerga, eind mei. Foto defensie Foto Defensie

De Nederlandse militairen in Erbil zijn ontregeld. Ze slapen in een sjiek hotel, ze rijden in een huurauto door de hoofdstad van Iraaks-Koerdistan en ze dragen hun eigen kloffie in plaats van een uniform. Op de geweren op de achterbank na, wijst niets erop dat ze hier zijn voor een militaire missie. Laat staan voor een missie tegen de barbaarse terroristen van Islamitische Staat (IS), die zich op 45 kilometer afstand bevinden.

„Het is wel surrealistisch”, zegt commandant Gert Strick, die kantoor houdt in een prefab container. „Ik had ook niet verwacht dat het hier zó veilig zou zijn. Terwijl je een uur verderop in hartje Mosul staat.” Mosul, de tweede stad van Irak, werd precies een jaar geleden door IS ingenomen.

Het kabinet besluit waarschijnlijk nog deze maand of de missie in Irak verlengd wordt. Met 130 militairen traint Nederland de strijdkrachten: special forces in Bagdad en Koerdische milities, de peshmerga, in en rond Erbil. F-16’s bombarderen IS vanuit de lucht, maar het gevecht op de grond moet geleverd worden door lokale strijders. Zij volgen een cursus van vier weken in schieten, oorlogsrecht en EHBO. Het is de bedoeling dat daarmee IS verslagen wordt, maar de Koerden hebben een dubbele agenda, blijkt tijdens een bezoek.

Militairen op missie zijn hyperalert op gevaar. Ze zijn „spichtig” op omgewoeld zand naast de weg waar een bermbom verstopt kan zitten, op onbekende mannen die met roestige kalasjnikovs rondlopen, en op vreemd gedrag van de mensen die zij trainen. In Afghanistan bestond ook het risico dat een van de rekruten zich tegen de Westerse troepen keerde. „We zijn op dat soort dreigingen ingesteld, maar ik ben ervan overtuigd dat die hier nul zijn”, zegt kolonel Strick.

Daartegenover staat dat Defensie het gevaar van IS in Nederland zodanig inschat, dat op commandant Strick na („iemand moet het gezicht van de missie zijn”) geen militair met zijn achternaam in de krant mag. „Wij kunnen hier wel voor onze eigen veiligheid zorgen, maar we zijn erg voorzichtig gezien de mogelijke dreiging voor het thuisfront”, legt Strick uit.

De betrekkelijke veiligheid in Koerdisch-Irak maakt dat we trainingslocaties kunnen oprijden door alleen maar te zwaaien naar de enkele bewaker op zijn klapstoel. Eén van de drie plekken in Koerdistan waar Nederlandse trainers actief zijn, is een nooit afgebouwde woonwijk in de hoofdstad zelf. Karkassen van onvoltooide gebouwen vormen het ideale decor voor het oefenen van gevechten van deur tot deur. Hier traint luitenant Anneloes het hogere echelon van de peshmerga: oudere mannen met een diversiteit aan uniformen en eensgezind getrimde snorren. Op het dak van een moderne ruïne tekenen zij scenario’s uit voor een fictief gevecht.

Van de echte strijd „merk je hier weinig”, zegt Anneloes. Die krijgt ze alleen mee van wat de mannen haar vertellen en laten zien: filmpjes en foto’s van het front. Die zijn niet alleen gruwelijk soms, maar ook heel nuttig voor de training. „Ze tonen bijvoorbeeld dat de peshmerga in een bepaalde situatie hebben gekozen voor een frontale aanval, waarbij dan heel veel slachtoffers vielen. Wij proberen ze te leren hoe ze minder kwetsbaar zijn.” Zo trainen ze aan de hand van voorbeelden die de peshmerga kennen uit de praktijk.

Strijd voor onafhankelijkheid

De ‘oefenwijk’ in de stad is voor training heel fijn, maar heeft een trieste aanleiding. In Erbil lijken meer huizen en kantoren onaf dan af te zijn. Na tien jaar ongekende bloei in de veilige en olierijke regio, kwam de economie praktisch tot stilstand toen IS hier een jaar geleden aan de poort stond. Investeerders lieten het afweten en bouwvakkers voor wie peshmerga zijn een bijzaak was, staan nu aan het front. Koerdische vluchtelingen die door IS zijn opgejaagd uit Syrië en de rest van Irak maken dankbaar gebruik van de leegstand. Waar daken of muren nog ontbreken, hebben zij blauwe zeilen opgehangen.

De Koerdische regio heeft na een opstand in 1991 en vooral na de val van Saddam Hussein verregaande autonomie binnen Irak afgedwongen. Sinds het nationale leger hier vorig jaar op de vlucht sloeg – daarbij hun zware wapens als cadeau voor IS achterlatend – is het gezag van en het vertrouwen in de centrale overheid nihil. Wel is toestemming van de nationale autoriteiten nodig om de peshmerga te trainen en te bewapenen. Hun salaris komt, naar eigen zeggen vaak maanden te laat, uit Bagdad. En ook wapens mogen niet rechtstreeks geleverd worden. Uit angst dat zij deze doorspelen aan Koerdische strijders in Turkije of Iran. Nederland levert in tegenstelling tot de Verenigde Staten en Duitsland overigens geen wapens, maar alleen scherfvesten en helmen.

Veel peshmerga zijn er open over dat zij hier niet alleen strijden tegen IS, maar ook voor echte onafhankelijkheid. De opkomst van IS én de Nederlandse training kunnen die dichterbij brengen. De peshmerga vormden nooit eerder een centraal aangestuurd leger, maar waren van oudsher milities die zich organiseren naar stam, familie, geloof en politieke voorkeur. Vorig jaar dreigden ze volledig door IS onder de voet gelopen te worden. Ze hadden sinds een burgeroorlog in de jaren negentig niet meer gevochten.

„We waren niet klaar voor deze oorlog”, zegt generaal Helgurd Hikmet Mela Ali, woordvoerder van de peshmerga. „De jonge strijders hadden nog nooit gevochten en de ouderen hadden jaren stil gezeten, ze waren dik en langzaam geworden. We hadden geen wapens. En ook psychologisch konden we het niet aan.” Maar dankzij internationale steun zijn de 150.000 strijders nu beter getraind dan ooit en meer een eenheid dan voorheen.

Met luchtsteun hebben de Koerden IS weer van 90 procent van hun grondgebied kunnen verdrijven en is een vrij statisch front van duizend kilometer lang ontstaan dat zij verdedigen. De westerse hulp zit in training, wapens en luchtsteun, maar is ook mentaal. Opeens krijgen de Koerden internationale erkenning die ze nooit gehad hebben. „Anderhalf jaar geleden hadden veel mensen nog nooit van peshmerga gehoord, nu weten ze dat wij hier vechten voor de hele beschaving”, zegt Ali.

Voor Fuad Hussein, de stafchef van de Koerdische president Massoud Barzani, zijn die zaken ook met elkaar verbonden. „Wij vechten hier, ook voor jullie, tegen een internationale terroristische organisatie, maar wij hebben ook onze eigen Koerdische zaak. Langzamerhand krijgen wij een professioneler leger.” En: „Irak wordt niet door ons vernietigd, dat valt vanzelf uit elkaar. Wij zijn juist een stabiel eiland in een zee van onrust. Iedere oorlog leidt tot geografische veranderingen.”

Hussein (66) vluchtte in 1975 naar Nederland en keerde na de val van Saddam terug. Aza Betwata (24) groeide op in Nederlandse asielzoekerscentra en stopte vorig jaar met zijn studie om als peshmerga te vechten. „Ik had op vakantie in 2008 één keer een wapen vastgehouden. Oorlog kende ik alleen uit games en uit de film.” In april maakte hij een aanval van IS mee bij de Mosuldam die zijn familie verdedigt.

In Nederland wisten mensen vaak niet wat een Koerd was en noemden ze hem „een Turk”. „Nu kan ik met trots zeggen dat ik uit Koerdistan kom. Irak valt uiteen, we krijgen ons eigen leger op orde. De erkende staat is een kwestie van tijd, maar ik zal er voor vechten”, zegt Betwata. Hij heeft zelf nog geen training van buitenlandse troepen gehad, maar hij heeft een tijdje voor Nederland getolkt. „Daardoor weet ik nu hoe ik moet lopen en welke houding ik moet aannemen om te schieten.”

Druppel op een gloeiende plaat

Peshmerga betekent ‘zij die de dood in de ogen zien’. Hun trots, durf, motivatie en enthousiasme hebben de Nederlandse militairen verrast – ook hier is het contrast met Afghanistan groot. „Maar militair moeten ze van heel ver komen”, zegt commandant Strick. Simpele militaire vaardigheden ontbraken, zoals weten dat je de trekker moet overhalen bij het uitademen of hoe je een wapen moet afstellen. Kaartlezen, een huis binnenvallen of een bermbom herkennen en onschadelijk maken wordt hen geleerd en hun medische kennis wordt bijgespijkerd. „Veel peshmerga weten niet waar hun hart of hun lever zit. We leren ze hoe belangrijk medische zorg aan gewonden in de eerste paar minuten is. Dodelijke slachtoffers door bijvoorbeeld een kogel in een bovenbeen zijn te voorkomen”, zegt Strick. Ruim 1.200 peshmerga sneuvelden tot nu toe in de strijd tegen IS.

Over sommigen peshmerga maken de Nederlandse trainers zich zorgen, het is eigenlijk levensgevaarlijk om die terug naar het front te sturen. „Er zitten jongens bij die absoluut niet kunnen schieten”, zegt luitenant Bart. „Maar gelukkig zien zij dat zelf ook. Ze herkennen ook wanneer er met iemand iets aan de hand is. Die wordt dan bijvoorbeeld verantwoordelijk gemaakt voor eten maken en theezetten, in plaats van vechten in de voorste linie.”

Een zorg die leeft bij mensenrechtenorganisaties, is dat de peshmerga het niet zo nauw nemen met mensenrechten. „Er zijn berichten dat Koerden hun krijgsgevangenen niet goed behandelen en dat zij de Arabische bevolking verdrijven uit gebieden die zij veroveren”, zegt Donatella Rovera, van Amnesty International. „We maken ons daar zorgen om, maar de daden van de peshmerga staan in geen verhouding tot het wangedrag van IS, en ook dat van Iraakse troepen en sjiitische milities.”

De peshmerga zelf en de Koerdische autoriteiten ontkennen mensenrechtenschendingen. „Je kunt niet garanderen dat alle krijgsgevangenen goed behandeld worden”, zegt Strick, maar volgens hem kiezen de Koerden de „moral high ground” tegenover IS. Dat bevestigt Aza Betwata: „Als wij hen zouden afmaken op de manier waarop zij ons afmaken, zouden we toch geen haar beter zijn.”

In de strijd tegen IS wordt de laatste maanden weinig vooruitgang geboekt, ook niet door de Koerden. De peshmerga zijn er voor de verdediging van de eigen regio, maar ze zijn niet van plan zich op te offeren voor andere gebieden in Irak. De Nederlandse militairen spelen maar een bescheiden rol, met de trainingen en de bombardementen die wel boven Irak, maar niet boven Syrië worden gedaan.

Militairen ter plaatse zijn overtuigd van nut en noodzaak van hun missie. Maar de vraag is of het meer is dan een druppel op een gloeiende plaat. „Je ziet hoeveel verschil wij maken voor de peshmerga en we kunnen in dit tempo nog jaren door met trainingen geven” zegt Strick. „Maar in essentie zijn wij hier om IS te verslaan. Welke strategie je ook kiest, dat is een vreselijk ingewikkeld gevecht tegen een ideologie die moeilijk uit te roeien is.”

Update 22 juni 2015: in een eerdere versie van dit artikel stond de naam Aza Betwata per abuis verkeerd gespeld.